Volendams Verleden: De Tour de Gheel

25-02-2019

Wie herinnert zich nog de Tour de Gheel? In een werkelijk schitterend artikel van Sijmen Runderkamp (Bakkertje) en Jan Schilder (Vik) halen ze herinneringen op aan deze koers die voor het eerst in 1955 en voor het laatst in 1962 plaatsvond. Vele harten zullen opnieuw gaan kloppen. Uiterst knappe renners die strijdleverden op leven en dood. Namen als Joop (Tol) Goddet en Jan Guijt (†) Cottaar zijn onlosmakelijk verbonden met deze wielerwedstrijd door Volendam met heuse cols, zoals de Col de Krom en de Col de Hips en wie dorst in het openbaar zomaar een meisje te zoenen? Nou, wel een aantal. Er waren renners bij die de miss wel wilden opeten!

Als je zo’n 50 jaar geleden en daarvoor in Volendam lid wilde worden van eenofficiële sportvereniging dan had je als jongen twee keuzemogelijkheden: ‘de voetbal’ of gymnastiekvereniging Sint Mauritius. Meisjes konden alleen kiezen voor ‘de gym’. Bovendien had je als jongen dan nog het nadeel dat je moest wachten tot je 12 jaar oud was. Andere sporten waren wel bekend en werden ook wel beoefend, maar niet in officieel verband. Zo waren we goed bekend met het schaatsen en we kenden het wielrennen. Een dochter van Hein Mooijer, ‘Hein van Piet van de Knar’ van de Schippersgracht, was getrouwd met Piet van Nek. Dit was een bekende Nederlandse wielrenner, die in zijn tijd deelnam aan de Tour de France. Het was ook de tijd van Wim van Est en Rini Wagtmans. Hoe het ook zij: het is nu ruim 60 jaar geleden dat in Volendam voor de eerste keer een heuse wielerwedstrijd werd georganiseerd. Eén die wegens onverwacht enorm succes daarna nog enkele jaren is geprolongeerd. Heel het dorp raakte in die jaren in de ban van ‘De Tour de Gheel’, geïnspireerd door het grote voorbeeld van de internationaal bekende Tour de France, de ronde vanFrankrijk. De ‘Tour de Gheel’ had hier plaatselijk minstens dezelfde allure enkreeg een enorme belangstelling, niet alleen van dorpsgenoten en de eigen Nivo, maar zelfs de landelijke dagbladen maakten er gewag van.

De eerste rondes

In de zomer van 1955 werd voor de eerste keer een ‘Tour de Gheel’ gereden. De 15 à 20 deelnemers kwamen van ‘t Gheel en directe omgeving en deze eerste ronde werd dan ook verreden in de straten rond ‘t Gheel; start en finish warenaan het begin van de Gerardusstraat. Er waren gedurende de zomerperiode binnen één week drie etappes en een tijdrit. De winnaar van iedere etappe werd bejubeld op een omgekeerde aardappelenkist van Piet Jonk. De bekendegroenteman verzorgde samen met slager Klaas Runderkamp ‘Bakkertje’verschillende prijzen voor de ritwinnaar, de winnaar van het bergklassement, de strijdlustigste renner en natuurlijk ook voor de winnaar van het eindklassement. In latere rondes kwamen er steeds meer sponsoren van prijzen bij. De Volkskrant schreef eens in een reportage: ‘de jongens van de Tour de Gheel rijden voor worsten net zo groot als fietsbanden!’

De tourleiding

Juist in die tijd beschikte ‘t Gheel over enkele grote organisatorische talenten. De tourleiding bestond uit Joop Tol, van ‘Gerritje van Aart’, en Dick de Boer, ‘Dick Brit’. Joop Tol heeft er zijn bijnaam ‘Joop Goddet’ aan te danken, naar detoenmalige directeur van de echte Tour, de Fransman Jacques Goddet. Dick Brit, die later zijn sporen verdiende als manager van de BZN, fungeerde als zijn rechterhand en het manusje van alles.

Om hen heen stond een groot aantal medewerkers, die de vele noodzakelijke taken uitvoerden. Het voelde als een eer om van die groep deel uit te maken. En zij werden bijgestaan door enkele wijze mannen, van wie de belangrijkste waren: de oud-wielrenners Piet van Nek en Jaap Stroek, ‘Buffeltje’. Er kwam dan ooknogal wat kijken bij de organisatie van een Tour:

-  Overleg met het gemeentebestuur voor toestemming van het af te leggen parcours.
-  De politie nam deel aan het overleg met betrekking tot het garanderen van de veiligheid voor zowel de renners als de honderden toeschouwers.
-  Het parcours van de verschillende rondes was dan al na veel gepuzzel uitgestippeld.
-  Er was de inschrijving van de deelnemers, de ploegen en de ploegleiders.
-  De controle van de fietsen. Dit waren gewone fietsen, maar er werden onderdelen afgehaald om ze zo licht mogelijk te maken, wat de veiligheid niet altijd ten goede kwam.
-  De geschonken prijzen en de verdeling daarvan.
- Het mobiliseren van mensen voor een dubbele, betrouwbare tijdwaarneming.
- De starter moest een aansprekende persoon zijn.
- Begeleiding van een dokter en een EHBO-er.
- Er moest voor een bezemwagen gezorgd worden.
- Uitslagenlijsten die vanzelfsprekend nauwkeurig moesten worden opgesteld. Het was pas laat in de avond, wanneer die in de ramen van Sporthuis Maurer aan de Julianaweg konden worden aangeplakt.
Zelfs was er overleg met de pastoor over het aanpassen van de mistijden; niet alleen was door het grote aantal aanwezige toeschouwers de kerk zowat onbereikbaar, maar het kerkbezoek in die dagen kwam zelfs op de tweede plaats!

De Tour-missen

Het ‘ronselen’ van de Tour-missen stond er nog niet tussen, want dat is een nieuw hoofdstukje waard; een verhaal apart. In het preutse, koele Volendam was men niet gewoon elkaar te zoenen; dat deden alleen verliefde stellen. Laat staan dat je in het openbaar, ten overstaan van een groot publiek, staand op een omgekeerde aardappelenkist zomaar een jongen ging staan zoenen. Mooie meiden genoeg in Volendam, maar het heeft de organisatie toch heel veel moeite gekost om na elke rit een jongedame op het podium te krijgen. Zo is er een keer een meisje geweest dat wel had toegezegd, maar uiteindelijk niet kwam opdagen. Er werd de jongedames een voorkeursbehandeling in het vooruitzicht gesteld: zij zouden worden opgehaald in de mooiste auto die op dat moment in Volendam rondreed en na afloop was er een cadeau. Arnold Mühren, wiens taak het was om kandidaat-meisjes te ‘ronselen’, verzorgde een flesje ‘parkemot’; de maat daarvanwerd bepaald door de directie. Toen de fles een keer te groot (te duur!) was uitgevallen, moest Arnold terug naar de winkel, om deze om te ruilen! De organisatie heeft haar beloftes altijd waargemaakt: de jongedames werden officieel met een mooie auto opgehaald, mochten meerijden in de tourkaravaan, werden begeleid naar de finish en ontvingen hun cadeau. Wanneer haar naam tevoren bekend was, zoemde deze door het dorp. En na de huldiging van dewinnaar genoot deze jongedame nog jarenlang bekendheid als ‘Miss Tour de Gheel’.

De tour-miss kon een grote invloed hebben op het verloop van een etappe en de eindstrijd richting de finish. Zo kon het gebeuren dat toen Marie Schilder, later getrouwd met Luc Eeckhout, eens de tour-miss was, Luc het vuur uit zijn schoenen trapte en al zijn fietsende Belgische voorouders heeft aangeroepen om hem te helpen deze ronde te winnen. Het mocht hem echter niet baten.

Misschien is het wel in dezelfde etappe geweest, dat hij door zijn geweldige inzet een ernstige val maakte, omdat het fietspompje los raakte en tussen zijn spaken terecht kwam. Door de val raakte zijn voorhoofd behoorlijk beschadigd en EHBO-er Jan Veerman ‘Sik’ heeft er de grootste moeite mee gehad om Luc weerenigzins toonbaar te maken. Tot zijn grote geluk werd hij die dag door de deskundige jury uitgeroepen tot strijdlustigste renner en belandde hij toch op het podium. De verkering is nooit meer uitgegaan.

Meestal gebeurde dat zoenen natuurlijk heel vluchtig, verlegen als de meestemeiden waren. Een uitzondering was Grietje Bond, ’Grietje van de Mu’. Of zijmisschien al een beetje verliefd was op de jongen die uiteindelijk als ritwinnaarop het podium kwam (Gerrit Veerman ‘Bakker’) is nooit bekend geworden, maarzij gaat wel de geschiedenis in als de miss die het langst zoende. Een ondeugende tijdwaarnemer klokte maar liefst 7,8 seconden! Andere tour-missenwaren: Wolle Molenaar ‘van Lijst; Nel Smit; Annie Tol ‘van Gerie’; de zussen Lia en Eva Tol ‘Kraaier’ uit de Pastoor van der Weidenstraat en Grietje Kes.

In ieder geval was de huldiging aan het einde van iedere rit een daarbij passend hilarisch gebeuren, waar ook grote belangstelling voor was. Het moet overigens nog wel worden gezegd, dat het ook voor de meeste jongens niet zo vanzelfsprekend was, dat zij zomaar zonder gêne eventjes het podium opstapten om de overwinningskus in ontvangst te nemen! In veel gevallen moesten ook zij het podium worden opgeduwd!

Heroïsche etappes

Vanuit het verleden van de ‘Tour de Gheel’ zijn prachtige verslagen overgeleverdvan spannende, je mag wel zeggen heroïsche ritten. Dankzij het schriftelijkvastleggen daarvan door Sijmen Runderkamp ‘van Bakkertje’, zelf een bewoner van ‘t Gheel, zijn deze verhalen bewaard gebleven. Hij was meteen al in de banvan ‘de Tour’ geraakt nadat was gebleken dat zijn oudste broer, de helaas veel te jong overleden en sympathieke slager Henk Runderkamp ‘van Bakkertje’, eengeweldig goede sprinter was. Henk tekende voor de eerste overwinningen enkreeg al snel de bijnaam ‘Faanhof’, naar de in die tijd bekende en succesvolleNederlandse wielrenner Henk Faanhof. Faanhof werd in 1954 winnaar van een Tour-etappe over 350 kilometer, door het winnen van een lange sprint. Het gebruik van de bijnaam is slechts tijdelijk geweest, want onze slager ging daarnaweer gewoon door het leven als ‘Henk van Bakkertje’.

Die heroïsche gevechten tijdens de ritten gingen tussen een aantal heel goede ensterke renners. Daar waren bijvoorbeeld Jan Tol, ‘Jan Jobse’, Gerrit Koning ‘van Keessieman’, Cor Jonk, van Willem Jonk van het Noordeinde, sportman Jan Tuijp ‘Kitte’, Gerrit Veerman ‘Bakker’, Gerrit Veerman ‘Slinger’, Crelis Kes en ThamesPlat. En dan waren er nog de aanjagers, de renners van het peloton, die door hun onver-wachte demarrages nog wel eens zorgden voor interessante en verrassende ontwikkelingen tijdens de etappes. Daarbij horen bijvoorbeeld KeesMooijer, ‘Kees Schimmel’, zijn neef Kees Mooijer, ‘Bob Schimmel’, Luc Eeckhout, Jan Veerman, ‘Body’, Kees Schilder, ‘Kees Vlugt’, Piet Mastenbroek, Hein Tol ’Kurk’, Kees Smit, ‘Koet’, Jan Jonk ‘de Kip’ en wellicht nog anderen.

Verslag van de Tour de Gheel van 1959
De schriftelijke verslagen beginnen bij de ronde van het jaar 1959. Deze startte op zondag 12 juli en er was een deelnemersveld van 32 renners uit verschillende wijken van Volendam. Vanaf de verzamelplaats achter de AMVO werden de renners, voorafgegaan door de politie en het tamboerkorps, begeleidnaar de startplaats bij ‘t Gheel’. Oud-wielrenner Piet van Nek gaf het startschot. Het parcoursliep vanaf ‘t Gheel via deGerardusstraat en de Vissersstraat naar de Julianaweg, bij HenkMühren via de ‘Col deKrom’ omhoog (strijd ompunten voor het bergklassement),

Zuideinde, Haven, Noordeinde, Zeedijk, Burgemeester Versteeghsingel in Edam, de Monnickendammer Jaagweg (nu N247), bij de Hogedijk naar beneden, terug richting Volendam, waar de finish was gelegen op de Julianaweg bij de voormalige sportzaak van Dick Maurer en waar nu de sportzaak van Kees Pier is gevestigd. De tijdrit op de volgende dag werd verreden op de fabrieksterreinenvan ‘De Wilde’ en de Hin. Het was vooral Kees Smit ‘Koet’, die zich hier sterkmanifesteerde. Daarna werden nog twee etappes verreden. De strijd in dezeronde ging vooral tussen Jan Tol ‘Jobse’, Gerrit Veerman ‘Bakker’, Cor Jonk, Piet Mastenbroek en Henk ‘van Bakkertje’ en werd pas in de laatste etappe beslist.Tourfotograaf Jos Boon moest er met zijn foto’s aan te pas komen om uitsluitselte geven over wie de uiteindelijke rondewinnaar was. Met een verschil van enkelebanddiktes werd dat Cor Jonk van boer Willem Jonk en Pietje Koning ‘Kiene’ vanhet Noordeinde. Tweede werd Gerrit Veerman ‘Bakker’ en derde PietMastenbroek. Na de prijsuitreiking in het Pius X-gebouw was het groot feest en bleef het nog lang gezellig met familie, kennissen en buren van Cor op het open veld, dat indertijd tussen de Kloosterbuurt en de Sint Antoniusstraat gelegen was.

De Tour de Gheel van 1960

In deze editie van de Tour waren er maar liefst 48 deelnemers, verdeeld over vijfploegen: Kloosterbuurt, ‘t Gheel, De Meer, Sint Jozefstraat, Spoorbuurt en Korea.Vanwege de deelname van een flink aantal jonge renners werd er gestreden intwee leeftijdscategorieën, zodat ook de jongeren, waaronder Jan de Boer, ‘Jan Brit’ en Sijmen Tol ‘van Aart’ zouden delen in de prijzen. Het parcours wasenigszins aangepast met twee rondes om Volendam, dan naar Edam, via de Zeedijk terug met de finish aan de Julianaweg nabij de sportzaak van Dick Maurer, nu Kees Pier. Het werd deze keer wel een zeer spraakmakende Tour. Vanaf het AMVO parkeerterrein werden de renners weer naar de start aan de Sint Gerardusstraat begeleid. Een grote menigte had zich verzameld langs het parcours; de plaatsen rond de finish waren uren eerder al ingenomen. Het startschot werd deze keer gegeven door burgemeester Boelens. De eerste etappe werd een overwinning voor Albert Hoekstra. Niet zo vreemd, want Albert was het trainingsmaatje van Gerrit Koning en zij fietsten iedere dag 60 kilometer heen en terug naar hun school in Amsterdam. Op de tweede plaats eindigde KlaasKwakman ‘van Neel de Koster’ en daarachter volgden Jan Kitte (3e plaats), Janvan Vlaanderen en Gerrit Koning. Er volgden chaotische taferelen door het dringen van het enthousiaste publiek.

De tijdrit van de volgende dag was verplaatst naar het Munnikenveld, op de hoek van Tulpenstraat en Narcissenstraat. Daar woonde oud-wielrenner Jaap Stroek en hij was ook degene die de renners wegschoot. Het werd een grootse overwinning voor Gerrit Koning. Zijn supersnelle tijd bracht de jury in verwarring: Gerrit had iets onmogelijks gepresteerd, zo groot waren de verschillen. Er werd een volle minuut bij zijn eindtijd opgeteld. Dat leidde tot grote ontevredenheid bij de familie van Gerrit, dieeen protest indiende bij Jan Schilder ‘De Clown’ van de protestcommissie. Deze wijzecommissie honoreerde het protest niet: Gerrit kreeg de minuut bijgeteld. Maar daardoor behield de Tour zijn spanning. Van de derde etappe waren niet veel gegevens bekend. Het moet uiteindelijk zijn uitgelopen op een massasprint, waarbij Jan Kitte de snelste bleek. Hij liet Thames Plat van het Zuideinde en Bob Mooijer Schimmel enkele banddiktes achter zich.

Voor de vierde en laatste etappe was ‘De Clown’ uitgenodigd om het startschot tegeven. Voor Bob Schimmel werd het een ramprit. Bij het oude politiebureau aan de Zeestraat stak plosteling een zwarte kat over. We weten wat dat van oudsher betekent: angst, onheil, dood en verderf. Bob kon het beest niet ontwijken en maakte een zeer ernstige val. In zijn glijpartij over de straat werd hij letterlijk en figuurlijk gevild. En in zijn val nam hij Thames Plat mee. Allebei waren zij kandidaat voor een ereplaats op het podium, maar die was nu verkeken. Behalve zijn velletje verloor Bob ook een aantal tanden en kiezen uit zijn gebit. Met het nodige hak- en timmerwerk heeft de tandarts er toch nog iets van kunnen maken. Met zijn nieuwe velletje ziet Bob er weer best toonbaar uit! De kat heeft de botsing niet overleefd. We zouden bijna nog de rijdende renners vergeten,maar het was deze rit vooral Kees Mooijer ‘Schimmel’ (van de kledingzaak aan deBurgemeester van Baarstraat) die zich in een geweldige positieve zin wist te manifesteren. Met elke keer een korte demarrage bleef hij telkens weg van zijn achtervolgers. Maar Gerrit Koning, die zijn kans schoon zag voor de eindoverwinning, stayerde gestaag door, bereikte de kop en vloog er in een flits overheen. De voorsprong stond hij niet meer af. Kees Schimmel werd zeer verdiend uitgeroepen tot strijdlustigste renner. De Tour-overwinning was voor Gerrit Koning, met naast hem Jan Kitte als tweede en toch nog de taaie Thames Plat als derde.

Tour de Gheel in 1961

Het verzamelpunt was weer achter de AMVO, waar het krioelde van renners (deze keer wel 60 in getal), ploegleiders, familieleden, mecaniciëns met de gekste gereedschappen, psychologen en kwakzalvers met de vreemdste drankjes. De stoet werd deze keer voorafgegaan door een grote vrachtauto met een heleboel jonge jongens erop, die op alle denkbare instrumenten zoveel mogelijk lawaaiproduceerden. In de volgauto’s de tourdokter, de EHBO, de ploegleiders, de automet de tour-miss en enkele reclame-auto’s; helemaal achteraan de door iedere renner zo gevreesde bezemwagen.

In de eerste etappe wilden de favorieten zich meteen laten zien. Vooral natuurlijk om de concurrenten daarmee te intimideren. Het eindigde in een massasprint waarin Jan Jobse de vorige tourwinnaar Gerrit Koning net voor bleef. De derde plaats was voor Crelis Kes. De tijdrit de volgende dag werd rampzalig voor Gerrit Koning: met het ongeluksnummer 13 ging hij onderuit in een scherpe bocht. Door alle consternatie en teleurstelling is er geen nota genomen van de uitslag. Behalve dan dat Jan Kitte met zijn ruime overwinning een beslissende voorsprong had genomen in het klassement. De derde etappe werd een zeer spannende en ook legendarische.

Vooral in het peloton vocht men een verbeten strijd uit. In een enorm hoogtempo joegen ‘Cox’ Mooijer, Nol Hoekstra, Gerrit Smit, Jan Jonk ‘de Kip’ en Freek de Boer ‘Corn’ hun fietsen over de kasseien van de Julianaweg en over de dijk.Het zal te maken hebben gehad met al het vrouwelijk schoon dat hen langs de kant stond aan te vuren. De ploegleiders gingen mee in dit geweld: Evert Kirrie en Jan Cottaar hingen met gevaar voor eigen leven uit het raam van de auto, hevig schreeuwend, met wilde vuistgebaren en rollende ogen de onder hun hoede fietsende renners opzwepend.

Eer van Volendam staat op het spel

Behalve de persoonlijke eer bleek deze keer ook de eer van het dorp in het geding: er lag een Edammer aan kop en zijn voorsprong leek niet meer te kunnen worden ingelopen. Dat mocht natuurlijk nooit gebeuren! Met ongekende, bovenaardse krachten racete Jan Jobse naar voren, in zijn kielzog nog enkele renners meesleurend. Net voor de eindstreep ging Jan over de Edammer heen; de eer was gered! Van de heftig meelevende tour-miss Marie Schilder werd Jan getrakteerd op extra zoenen. Ook de laatste etappe verliep in een ongekend hoog tempo. Enkele renners moesten zelfs met uitputtingsverschijnselen uit de tourstappen. Het hoge tempo en de risico’sdie werden genomen werd een vijftal renners in de kopgroep noodlottig.

Blijkbaar was de dijk bij de Afslag nog glad van het aallossen, want in de flauwebocht gingen zij allemaal onderuit. Daarvan kon Gerrit Veerman ‘Reus’ profiteren:hij nam een beslissende voorsprong en zette deze laatste rit op zijn naam. De algehele winnaar van het algemeen eindklassement werd Jan Tuijp ‘Kitte’.

Van deze Tour de Gheel anno 1961 zijn nog enkele klassementen bewaard gebleven.

Als eerste het eindklassement: 1. Jan Tuijp ‘Kitte’; 2. Crelis Kes; 3. Gerrit Veerman ‘Slinger’; 4. Jan Tol ‘Jobse’; 5. Gerrit Koning ‘Kesieman’; 6. Gerrit Kras; 7. Kees Mooijer ‘Schimmel’; 8. Bob Mooijer ‘Schimmel’; 9. Thames Plat; 10. John Kemper; 11. Paul Bond ‘Sport’; 12. Albert Hoekstra; 13. Thoom Koning ‘Joy’; 14. Freek de Boer ‘Corn’; 15. Hennie Veerman ‘Stamper’; 16. Jan Jonk ‘Kip’; 17. ‘Kox’ Mooijer ‘van Aal Tholes’; 18. Jan Veerman ‘Pen’; 19. Kees Tuijp, ‘Sikkie’; 20. Jacco Kemper; 21. Kees Zwarthoed ‘Beer’; 22. Cor Kes; 23. Tonnie Tol; 24. Jaap Sier ‘Waffel’; 25. Gerrit Smit; 26. Hans Zwarthoed ‘Troet’; 27. Klaas Moooijer ‘Bakhuis’. In deze lijst missen we de namen van onder andere Dick Bond ‘Sport’, LucEeckhout, Jan Kemper, Thoom van Vlaanderen en meer. Zij behoorden waarschijnlijk tot de jammerlijke uitvallers.

Het ploegenklassement was voor de sterke ploeg van ‘t Gheel; daarachtereindigden: Pellersplein, Feama, Madoet, De Nozems en De Edam Centraalploeg. Winnaar van het bergklassement werd Jan Tol ‘Jobse’, gevolgd door Gerrit Veerman ‘Reus’/’Slinger’, Jan Tuijp ‘Kitte’, Luc Eeckhout, Gerrit Koning, Thoomvan Vlaanderen en Crelis Kes.

Tour de Gheel van 1962

Deze Ronde van ‘t Gheel werd tevens de laatste. Voor aanvang al was er steedsonzekerheid over het doorgaan ervan. Waarschijnlijk is het zo geweest dat de organisatie van de Tour niet tot overeenstemming kon komen met de gemeente en de politie en dat daarbij mogelijk de veiligheid het grote punt van discussie was. Het parcours zou moeten worden verlegd: niet meer via de hoofdwegen Julianaweg en dijk, maar door de smalle, korte straatjes in de oude kom. Daar had de Tour-directie echter geen zin in. Bovendien, zou dat niet veel onveiliger zijn? Uiteindelijk werd deze Tour slechts in één etappe verreden. Het werd een prachtige rit, andermaal in een enorm hoog tempo. De overwinning was voor deijzersterke en op revanche beluste Gerrit Koning ‘van Keessieman’. Bep Dekker, een nieuwe ster aan het wielerfirmament, legde verrassend beslag op de tweede plaats. Achter hem volgden enkele sterke renners van buiten Volendam en daarna kwam Jan Kitte op een 6e plaats.

Hierbij is het wat de Tour de Gheel betreft gebleven. Bij de prijsuitreiking in Pius X bedankte Tour-directeur Joop Goddet iedereen die met grote inzet zofantastisch hadden meegewerkt aan het doen slagen van alle rondes van ‘t Gheel. Zijn laatste woorden waren “tot ziens”, maar het is er niet meer van gekomen. Een stuk fantastische sportgeschiedenis kwam hiermee ten einde. Een evenement dat bij het noemen ervan telkens weer prachtige, nostalgische herinneringen oproept bij iedereen die het heeft meegemaakt en ervan heeft meegenoten.

Oprichting Wielervereniging

Het is ook niet allemaal voor niets geweest. Reeds na de Tour van 1959 werd op 3 augustus van datzelfde jaar de R.K.W.V. opgericht, de Rooms Katholieke Wielrenvereniging Volendam. Iedereen van 12 jaar en ouder kon zich opgeven als lid; het bezit van een echte racefiets was daarbij geen voorwaarde. Het inschrijfgeld was 1 gulden en voor leden tussen 12 en 16 jaar bedroeg de contributie 25 cent per week, die van 16 jaar en ouder betaalden 50 cent. Daarmee waren we in Volendam gelijk een nieuwe sportvereniging rijker! Op 30 augustus werd een eerste kermisronde gereden. Tegenwoordig rijden veel fietsliefhebbers, waaronder ook nog enkele oud-gedienden van de Tour de Gheel, nog wekelijks hun recreatieve ritten met de Tourclub.

Sijmen Runderkamp (van Bakkertje)

Jan Schilder (Vik)

Uit het Bedakkertje zomer 2016.