In het zonnetje

Interview: Huisartsen Agatha & Patricia Schilder.

Agatha en Patricia Schilder, huisartsen in coronatijd

Het coronagebeuren beheerst nog steeds ons leven. In de herfst van 2020 spraken we met dokter Agatha Schilder en haar pas afgestudeerde dochter Patricia, eveneens huisarts. Hoe ervaren zij de toestanden? Ze maken ons niet bang, maar de dokters zijn duidelijk. Ze houden ons een duidelijke spiegel voor. Agatha vertelt ook hoe ze vanuit het niets is begonnen als huisarts. Agatha en Kees hebben 3 dochters. Wie zijn zij? Wat zijn de hobby’s van de dochter dokter? Lees het in onderstaand interview. 

Dokter Agatha Schilder, een begrip in Volendam. Nog niet zo lang geleden ging je met een probleem niet naar de dokter, maar naar 'Agatha'. Haar oudste dochter Patricia is nu ook huisarts in de praktijk. Heeft Patricia altijd geweten dat ze in de voetsporen van haar moeder wilde treden? En gaat Agatha (64 jaar), het rustiger aan doen? De redactie van het Bedakkertje vraagt het hen in een dubbelinterview. Agatha Schilder-Sombroek is getrouwd met Kees Sombroek. Zij hebben drie dochters: Patricia, Charlotte, Nathalie. 

Onze veelbesproken kermis mocht dit jaar (2020) door de coronamaatregelen niet plaatsvinden. Hoe kijken jullie hier tegenaan?

Agatha: We weten nog steeds niet alles, maar wat we wél weten is dat uitbraken van het virus ontstaan op plaatsen waar grote groepen mensen, in overdekte plaatsen met weinig ventilatie, dicht op elkaar staan. Met kermis is er gezelligheid en veel contact. Er wordt gezongen, gezoend en gelachen. In die gezelligheid praten we dan ook nog wel eens met spraakwater, haha. Als ik al die factoren bij elkaar optel, denk ik dat het terecht is dat de kermis dit jaar niet is doorgegaan. We vonden het zelf ook erg jammer, want we zijn zelf echte kermisgangers. Ik zorg altijd dat andere artsen dienst hebben, zodat ik zelf de dijk op kan. 

Patricia: Natuurlijk hadden we stiekem nog gehoopt op een oplossing. Zoals bijvoorbeeld alleen de draaikermissen voor kinderen. In Volendam is men immers altijd zeer creatief in oplossingen bedenken, maar onze gezondheid staat voorop.

Hoe is de praktijk Agatha Schilder ooit begonnen? Vroeger gingen mensen met een probleem naar 'Agatha', nu is het een grote praktijk waar dochter Patricia ook huisarts is.

Agatha: In 1982 ben ik geslaagd als huisarts, op 26-jarige leeftijd. Tijdens de huisartsenopleiding werkte ik in een praktijk op Marken. Bij dokter Pasdeloup, de 'bap' van de huidige dokter Pasdeloup in Volendam. Een echte topper, die mij goed heeft geholpen. Van daar ben ik in 1984 mijn eigen huisartsenpraktijk begonnen in het pand van dokter Duin ('ouwe Duin'), waar nu Foto Blaauw is gevestigd. Ik was alleen en had nog geen waarneming. Dit betekende dat ik 24 uurdienst had, ook in de weekeinden. Zo ben ik begonnen, met mijn zusje Irene van 15 jaar als assistente. En mijn pieper mee naar de dijk, want ik wilde natuurlijk wel naar de Kakatoe. Binnen een jaar was het een normpraktijk. Een paar jaar later, toen mijn tweede dochter Charlotte werd geboren, begon de samenwerking met de huisartsen in Edam en had ik twee weekeinden per maand vrij. 

Inmiddels zijn we enorm uitgebreid. We hebben net de hele praktijk verbouwd want er was ruimte te kort. We hebben drie huisartsen, assistentes, praktijkondersteuners, diverse spreekuren voor o.a. diabetes en hart- en vaatziekten. Nu is het echt een bedrijf. 

Daarnaast begeleid ik bevallingen. Dat vind ik prachtig om te doen. Als ik met vakantie ging, plande ik de vakantie tussen de uitgerekende datums van de baby's door. In 1988 werd het Nederlands elftal kampioen en zat ik die avond in de Kakatoe. En jawel, mijn pieper ging af en ik moest naar een bevalling. Met de baarkruk in mijn tas ging ik onderweg naar de aanstaande moeder. Ondertussen liep iedereen van de dijk af. "Wat ga jij nou doen Agatha?" "Ik heb een bevalling!" En wat denk je? Toen kwam er een kindje uit met oranje haar.

Wisten jullie altijd al dat jullie huisarts wilden worden van beroep?

Agatha: Ik denk wel dat het in de genen zit. Dokter Kwakmen (Bolletje) was een neef van mijn moeder. Ik wist al jong dat ik dokter wilde worden. Dat was tijdens mijn jeugd nog heel 'apart'. In die tijd kwam je van het Waterlant College af en werd je juffrouw. Dat ik wilde studeren voor dokter durfde ik dan ook niet meteen tegen mijn ouders te zeggen. Eerst heb ik ze gezegd dat ik zuster wilde worden, terwijl ik mezelf al had ingeschreven op de universiteit. Maar daarna vonden ze het goed, onze ouders hebben ons altijd enorm gesteund. 

Patricia: Vroeger wilde ik dierenarts worden. Vanaf mijn 15e jaar hielp ik als doktersassistente in de praktijk. Het begon in de schoolvakanties. Toen begon ik te ervaren hoe het er in de dokterspraktijk aan toeging. Namelijk het helpen van mensen, je bent betrokken bij families vanaf de geboorte tot hun dood en in hun eigen omgeving. Dat vond ik zo bijzonder. Toen veranderde mijn wens van dierenarts naar huisarts. 

Worden jullie ook in, bijvoorbeeld, de supermarkt aangesproken?
Agatha: Dat gebeurt altijd. Als ik vroeger mijn kinderen naar school bracht, had ik bij thuiskomst al een 'spreekuur' op het schoolplein gehad. Maar ik vind het niet erg. Dat wordt juist enorm door mensen gewaardeerd. 
Patricia: Het is letterlijk een kleine moeite, groot gebaar. Dat is ook het voordeel van een praktijk aan huis. Als iemand bijvoorbeeld met een wond aan de deur komt, kun je meteen helpen.

En de andere twee dochters, hebben die ook het 'huisartsen-gen'?
Patricia: Charlotte (middelste dochter) heeft hotel en eventmanagement gestudeerd. Ze bekleedt een hoge managementfunctie op de luchthaven van Los Angeles (LAX). De man van Charlotte, de Volendammer Marc Tol, is de reden dat ze in Los Angeles wonen. Hij werkt daar aan wetenschappelijk onderzoek naar medische zaken zoals diabetes en obesitas. 
Agatha: Onze jongste dochter Nathalie is basisarts. Ze wil eerst nog ervaring opdoen op diverse medische vlakken maar uiteindelijk wil ze ook afstuderen als huisarts. We hopen dat ze dit ook echt gaat doen. Het is tegenwoordig heel lastig om artsen te vinden die je praktijk over willen nemen. Dat maakt het extra bijzonder om straks twee dochters in de praktijk aan het werk te hebben!

En Kees? 

Kees is onze stille motor achter de hele praktijk. Dat mag ook eens gezegd worden. Hij voorziet in alles wat niet zichtbaar is voor onze patiënten, maar wel nodig is om de praktijk draaiende te houden. 

Patricia, je bent ook muzikant bij o.a. het corps Fanfare Wilhelmina Volendam. Is dit goed te combineren met jouw werkzaamheden?
Patricia: Toen ik twee weken als huisarts aan het werk was, brak corona uit. De repetities zijn vanaf dat moment geschrapt. Die vinden altijd na kantooruren plaats, dus het moet nog blijken of mijn huidige baan als arts te combineren is met repetities en optredens.

Agatha: Maar, ik had vroeger 24 uursdienst en ik zat ook op jazzballet en volksdansen. En weer... altijd met mijn pieper op zak. We hadden een keer een jazzballet-uitvoering met z'n vieren, met maskers en schmink op. Mijn vriendin zou bevallen en ik zei tegen haar: "Lida, graag géén weeën tussen 20:00 en 23:00, haha. En wat denk je? De pieper ging af... Toen kwam ik bij de bevalling en stond ik met mijn gezicht vol schmink het kindje te halen. We hebben er achteraf samen erg om gelachen. Of ik stond op Volendammerdag in 'het Volendams' en werd opgeroepen. Ik heb altijd overal aan deelgenomen en ben altijd te kermis gegaan. Dus Patricia, jij kunt gewoon naar de repetities en optredens. Toch is dat ook typisch Volendam. Het maakt hier niet uit hoe beroemd je bent. Wat je ook doet, iedereen is gelijk en je kunt jezelf zijn. Dat vind ik een erg groot voordeel.

Wat is het grootste verschil ten opzichte van vroeger? 

Agatha: Toen ik vroeger begon bij dokter Duin, kwamen patiënten binnen in een wolk van rook en bleven ze staan. Dit was niet uit eerbied, er was simpelweg geen stoel. Het consult was altijd snel klaar. Soms blijven oudere mensen nog steeds staan, dat zit er ingebakken van vroeger. Ook kwamen ze niet zo snel naar een dokter, soms zelfs te laat. Een ander voorbeeld: als iemand vroeger suikerziekte had, werd dit af en toe gecontroleerd door bloed te prikken. In het ergste geval moest een been afgezet worden. Nu ben je bezig met hun manier van leven, lifestyle. Mensen zijn veel bewuster van zichzelf en willen er ook meer voor doen, zoals sporten of hun voeding aanpassen.

Patricia: Patiënten weten zelf veel, dat maakt ze tot leuke gesprekspartners. Hierdoor kun je preventief handelen. Wat betreft het snelle consult van vroeger, soms is dat nog steeds zo. Volendammers hebben over het algemeen geen behoefte aan een hele uitleg over anatomie. Het hoeft allemaal niet heel uitgebreid. Als je bijvoorbeeld de longen hebt geluisterd en zegt: "de longen zijn schoon". Dan staan ze soms al met de deurklink in hun handen, haha. 

Agatha: Nog een groot verschil met vroeger. Ik heb drie kinderen gekregen en met de eerste twee bestond er nog geen zwangerschapsverlof. Er waren gewoonweg nog geen vrouwelijke huisartsen die een kindje kregen! In mijn begintijd waren er vijf vrouwelijke huisartsen met een eigen praktijk in heel Nederland. Bij het krijgen van een kindje moest ik zes weken waarneming regelen en daarna ging ik weer aan het werk, 24 uur. Er was niets om op terug te vallen. Patricia zal daar in de toekomst gelukkig geen last van hebben. 

Wat vinden jullie het mooiste aan het beroep van huisarts?

Agatha: Dat je een mens meemaakt vanaf de geboorte tot zijn of haar dood. Ik krijg meteen kippenvel bij de gedachte, zo mooi vind ik het. En je leert daarbij ook hun hele omgeving kennen. Het is een bijzondere relatie, een vertrouwensrelatie. 

Patricia: Je bent hier in Volendam als huisarts erg betrokken bij hele families en mensen laten het ook toe om jou erg betrokken te laten zijn. Ik voel me daarin echt bevoorrecht, dat mensen zich zo open stellen en ik zo dicht in hun leven mag komen. 

Agatha, hoe ga je jouw vrije tijd invullen nu er een waardige opvolger is?

Agatha: Haha, ik denk nog niet aan stoppen! Maar op vrijdag heb ik nu wat meer tijd voor zaken waar ik op de andere dagen niet aan toe kom. Ik vind terminale zorg erg belangrijk. Dat doe ik nog steeds vaak. Of het bezoeken van ernstig zieke mensen. Dit is voor mij geen plicht, maar vind ik mooi om te doen. En ik ben begonnen met foto's plakken maar ben nog maar gekomen tot het jaar 2001! 

Ik heb wel het gevoel dat ik een ouderwetse dorpsarts heb mogen zijn. En ik ben erg blij dat Patricia dezelfde ideeën heeft. Mooier had ik het mezelf niet kunnen wensen, dat ik daarin een opvolger heb. 

Patricia: Ik wil graag, net als mijn moeder, extra zorg gaan verlenen. Zoals het helpen van ernstig zieke of terminale patiënten. Daarin wil ik mijn moeder opvolgen. Dat is mijn streven voor de toekomst.

Hoe kijken jullie aan tegen de verschillende soorten zorg, zoals ouderenzorg en thuiszorg?

Agatha: De medewerkers van met name de Zorgcirkel in Volendam voor de ouderenzorg en thuiszorg verdienen een grote pluim. Het zijn mensen van goud. Er worden allerlei soorten zorg verleend, ook aan terminale patiënten. We hebben dat zelf ook meegemaakt in de familie. Ze leggen pompen aan bij terminale patiënten, er is nachtzorg, ze staan 24 uur paraat. De zorg is compleet. Ze werken vanuit hun hart en ik hoop dat dit zo blijft. 

Patricia: Dat zijn de echte helden. De verpleegkundigen en de verzorgenden. Je moet er zijn voor de mensen, en dat zijn zij. 

Wat het mooiste in jullie vak wat jullie tot nu toe hebben meegemaakt? 

Patricia: Het begeleiden van mensen tijdens het sterven. Dit heb ik meegemaakt tijdens de opleiding. De mensen waren heel dankbaar. Een keer had ik een gesprek met een jonge man, in de aanloop naar zijn overlijden. Hij gaf me nog wat levenslessen mee. Toen zijn familie kwam sloeg hij zijn arm om me heen en zei: dit is mijn favoriete dokter. Dat soort dingen blijven je bij. 

Agatha: Heel bijzonder vond ik de bevallingen. Prachtig. Die kindjes kwamen daarna als patiënt in de praktijk en hebben zelf alweer kinderen. Bijzonder is ook het reanimeren van mensen, en als ze het daarna halen. Een man in de wachtkamer die bijkwam na het reanimeren en het eerste wat hij zei: heb jij mij beademd? Die man zijn gezicht vergeet ik nooit meer. 

Willen jullie zelf nog iets kwijt? 

Agatha: huisarts ben je met liefde. Ieder mens komt met iets wat voor die persoon veel betekent. Ze willen ergens duidelijkheid over. Soms ga je van een diagnose voor kanker naar een steenpuist. Dan is het voor ons belangrijk om te schakelen. Ieder mens is gelijk. Ik vind het ontzettend belangrijk om iedereen, met elk type klacht dan ook, in hun waarde te laten. Voor wat betreft onze huisartsenzorg hoop ik dat de dingen blijven zoals ze nu zijn, dat Patricia het op deze manier blijft voortzetten. Patricia ontlast mij en is ontzettend enthousiast. Sommige patiënten zeggen dat ze bij Patricia een déjà vu hebben naar 30 jaar geleden, naar mij. 

Patricia: Daar sluit ik me volledig bij aan. Patiënten willen gezien en gehoord worden. Dat is de taak van een huisarts. En ik hoop dat ik de praktijk en de zorg in de geest van mijn moeder kan voortzetten. Zoals ze een echte ouderwetse dorpsarts is, dat wil ik ook zijn.

 

Door Denise de Boer

 

 

Jan Koning (Jan van Teun), de oudste man van Volendam

Lees hier artikel waarin we proberen een beeld te schetsen van Jans activiteiten. Proberen, want volledig zijn we zeker niet. Lees hoe het kwam dat Jan bij Fokker aan de slag kon gaan. Wie behoorden er zoal tot het gezin waaruit Jan is geboren. Interessant te lezen hoe de Koninkjes in de fietsenhandel terecht zijn gekomen. Het kan bijna niet anders of de meeste mensen in Volendam hebben een fiets die geleverd is door een van de broers van Jan van Teun.

Een uitvoerig beeld over het leven van Jan van Teun.

Met dank aan Jan Koning en Bertie Zootjes, Kees de Boer (Pet), Bart en Afra Koning, Evert Koning, Fam. Koning-Kil, Drea Koning-Tol, Jan Schilder, familie Schilder-Steur, Jan Tol, Elsa Tol-Koning, Crelis Tuijp, Jan Veerman

Jan Koning is 96 jaar. Hij is op dit moment de oudste Volendammer man, op de voet gevolgd door Hein Kwakman (Hein Schemeravond). We bezochten Bertie en Jan in hun fraaie woning aan de Dijkgraaf Poschlaan in Edam. Ze wonen daar vanaf 1979.

Jan van Teun is een man die veel weet te vertellen. Hij heeft in zijn werkzaam leven het nodige gedaan en meegemaakt. Bertie kon veel details vertellen en herinneringen uit het verleden aanvullen. Bij elk onderwerp toverde zij foto’s tevoorschijn.

Jan van Koppie en Maria Nabbé

Eerst maar eens vertellen wie is Jan van Teun en uit welk gezin is Jan afkomstig.

De naam Koning is niet alleen verbonden met - oneerbiedig gezegd - alle ‘Koppen en Bienen’ en ‘Koppies en Bakkies’. De meeste fietsenwinkels in Volendam hebben dezelfde naam en oorsprong. De vader van Jan van Teun van Koppie begon met een fietsenmakerij in het Kleiperk. 

Jan is een zoon van Antonius J. (Teun van Koppie) Koning [*0801900/†21091947] en Elisabeth Tol (Lijp van Ouwe Tonge) [*27081902/†07111968]. De vader van Jan werd maar 47 jaar. Zijn moeder is 66 jaar geworden. De ouders van Jan trouwden in 1922 en kregen 9 kinderen. Jan is de oudste. De ouders van Lijp waren Henk Tol (Ouwe Tonge) en Geertje Stavenuiter (Geert Gort) en woonden tot hun dood op het Zuideinde.

Johannes Koning (Jan van Teun) 26-05-1923

Johannes Koning (Jan van Teun) 26-05-1923

De ouders van Jan van Teun woonden eerst op het Noordeinde, een paar huizen vanaf Sentenie. Ze verhuisden daarna naar Noordeinde 3. Later was daar de winkel gevestigd van Bet van Koppie, een tante van Jan. Het was schuin tegenover Wullumpie. Jan van Teun is op het Noordeinde geboren. Het gezin verhuisde daarna naar de Edammerweg 26, naar het huis van Ant van Cor Jonk. Ze kochten deze woning na haar dood. Achter de woning werd een nieuw gedeelte gebouwd. Het voorste gedeelte werd winkel en via 3 treden bereikte je het woonhuis. De ouders van Jan van Teun hadden op de Edammerweg een winkel in huishoudelijke artikelen. In de nieuwgebouwde kelder hadden ze een fietsenmakerij. Er werden ook bakfietsen verhuurd. Kees de Boer (Pet) herinnert zich dat Jan van Teun ook een invalidewagentje maakte voor zijn bap en overbuur op de Calkoengracht 28.

Fietsenmaker

De vader van Jan van Teun zat eerst op de grote vaart. Hij kreeg kennis aan Jan Luuk die als militair in het leger in de fietsenmakerij zat. In die tijd had je in onze krijgsmacht namelijk ook nog een regiment wielrijders. Zodoende heeft Jan Luuk aan Teun van Koppie de beginselen van het fietsen maken geleerd. Teun van Koppie werkte in een schuurtje in het Kleiperk. Bart, de broer van Jan van Teun zijn vader, had in het Kleiperk achter Hotel van Diepen een mandenmakerij.

Broer Henk had een fietsenwinkel aan de Brugstraat, broer Cor op de Burg. van Baarstraat “De Munnikvelder” en broer Ton bouwde de zaak van zijn ouders uit tot een zeer grote speciaalzaak “Ton Koning Tweewielers”, eerst op de Edammerweg 26 en 27 en sinds 16 mei 2008 aan de Julianaweg 149. De onderneming heet nu: “Bike Totaal Ton Koning”. Broer Thaam heeft in de fietsenzaak van Ton gewerkt. Broer Bart had andere interesses.

De volgende generatie heeft de winkels inmiddels overgenomen. Dat geldt zowel voor “De Munnikvelder” als voor “Bike Totaal Ton Koning”. Jan van Ton Koning heeft een zaak aan de Julianaweg 98 “Fietsservice Koning”. En in Monnickendam heeft Ber Koning, zoon van Jan van Teun, jarenlang een fietsenzaak gehad. Deze zaak wordt nu geleid door een dochter van Ber, kleindochter van Jan van Teun.

Teun van Koppie en Lijp van Ouwe Tonge

Moeder Lijp was al jong weduwe. Kees Tol, Kees van De Knoest, de vader van de onvergetelijke De Knoest, was op jonge leeftijd zijn vrouw verloren. Lijp en Kees kregen kennis aan elkaar en zijn getrouwd op 13 februari 1967 met een onvergetelijke bruiloft in de AMVO. Lijp was toen bijna 65 jaar. Het huwelijksgeluk duurde maar 1 jaar en 9 maanden. Lijp overleed 7 november 1968. Na de Edammerweg heeft ze eerst gewoond op het Zuideinde, daarna in de Begoniastraat en uiteindelijk bij Kees van de Knoest in de Rokersgracht 7.

Gré Pelder en Jan van Teun trouwden in 1947 en gingen wonen op de VD 29, gekocht van de broer van zijn zwager Ketje Kwakman, die gehuwd was met zijn zus Maart. Jan en Gré kregen 7 kinderen. 3 jongens en 1 dochter zijn geboren op de tot ‘waterwoning’ omgebouwde botter. Toen Jan een baan kreeg bij Van Goor, verhuisden Jan en Gré naar Monnickendam. In een nieuwgebouwde woning werden daarna nog 3 kinderen geboren.

Fernhout en Henk Stuurop

Jan van Teun was van jongs af aan geïnteresseerd in veel dingen, o.a. schilderen had zijn interesse. Fernhout was een kunstschilder in Amsterdam, die o.a. lesgaf aan Jan Stroek. Jan van Teun ging een keer mee uit interesse en heeft vervolgens jarenlang les gehad van Fernhout.

In de woning van de bovenmeester van de lagere school aan de Edammerweg woonde meester Pruim. Henk Stuurop was de neef van meester Pruim en kwam inwonen op de Edammerweg. Om de kost te verdienen leerde hij mensen typen. Vader Teun van Koppie vond dat Jan moest leren typen. Dan kon hij samen met zijn broer Ton reclameblaadjes maken om uit te delen in de huizen op de dijk. Jan ging daarom bij Henk Stuurop op les.

Fokker en een draai om je oren

Na de lagere school ging Jan, zoals zo veel jongens uit Volendam, naar de Ambachtsschool in Edam. Hij leerde voor bankwerker. Maar hoe kwam je aan werk?

Achter de toen nog bestaande Sint Jozefschool (A), in de Sint Jozefstraat 10, ter hoogte waar nu het plantsoen is van de Berend Demmerstraat, stond een noodschooltje. Daar was gedurende de crisisjaren een zogenaamd crisishokje gevestigd. Je kon je daar melden als je werk zocht. Daar kwamen geregeld bazen langs om personeel te werven. Op een gegeven moment zat daar ook iemand van Fokker. Jan van Teun en Hein Molenaar (Sille) werden uitgekozen om bij Fokker te Komen werken. Zij waren de jongsten.

Tijdens zijn werk bij Fokker deed Jan iets wat niet mocht en kreeg plots een draai om zijn oren van zijn chef. Jan had, zo vond hij, een betere manier uitgevonden om sneller en beter schroefdraad te maken voor bouten. Zijn bazen vonden zijn werkwijze te gevaarlijk. En wie niet luistert, moet maar voelen!

“Leer je daar soms ook dat er geen God bestaat?”

Jan werd op kantoor geroepen en daar zat Anthony Fokker die hem vroeg: “waarom Jan, heb je dit zo gedaan.” Jan zei daarop: “omdat het veel te duur wordt als het met de hand gedaan moet worden.” Blijkbaar viel Jan bij Anthony Fokker in de smaak, zozeer zelfs, dat Jan het aanbod kreeg om een interne driejarige opleiding te volgen. Hij zei tegen meneer Fokker dat ze thuis niet het geld hadden om deze interne opleiding te betalen.

Anthony Fokker besloot toen om Jan de opleiding gratis te laten volgen. En hij kreeg nog loon ook. Jan ging vervolgens met dat ongelooflijk goede nieuws naar zijn ouders. Zijn vader bleef argwanend en zei alleen maar: “leer je daar soms ook dat er geen God bestaat?”

De opleiding bij Fokker duurde 3 jaar. Bij de diploma-uitreiking was de oorlog net uitgebroken. Het betekende dat Jan voor Fokker niet naar Indonesië moest om daar te gaan werken. Hij werd tewerkgesteld bij Fokker in Edam in de fabriek van Heymeijer. Hij bleef daar werken tot hij naar Duitsland moest voor de arbeitseinsatz.

Vluchten uit Duitsland

Jan werd in Duitsland tewerkgesteld in een fabriek waar locomotieven werden gemaakt. Die fabriek lag in Durlach bij Karlsruhe. Jan heeft ongeveer een jaar in die fabriek gewerkt. Hij vluchtte daarna samen met zijn maat Piet Ketting uit Hoorn.

Jan had een manier bedacht om aan geld te komen om te reizen. Hij verstond de kunst om een condoomautomaat te lichten. Die stonden meestal op stations. Soldaten die toch ‘geholpen’ wilden worden, konden bij Jan terecht. In plaats daarvoor kreeg hij Duitse Reisemarken waarmee je kon reizen. Eenvoudig

was dat niet. Evenmin was het gemakkelijk voor beiden om aan de Duitsers te ontkomen en om onopgemerkt naar Nederland terug te keren. In weer en wind en vooral met veel kou en sneeuw gingen ze op weg naar Nederland. Dan hier
en dan weer daar slapen en als er geen plek was om te slapen, dan maar in een hooiberg of in een portiek van een kerk. Uiteindelijk kwamen ze via Tegelen Nederland binnen.

“Waar kom jij nou vandaan?”

Na veel ontberingen kwam Jan uiteindelijk terug in Volendam. Hij weet nog wat de eerste woorden van zijn moeder waren toen hij het ouderlijk huis binnenstapte: “Waar kom jij nou vandaan?” Ze konden het niet geloven dat hij heelhuids en gezond uit Duitsland was teruggekeerd.

In de oorlog heeft Jan van Teun ook in het verzet gezeten. “Ik was na de oorlog blut en moest van nul af beginnen”, aldus Jan. Na de oorlog werkte Jan eerst bij zijn vader in de fietsenmakerij. Hij repareerde ook motoren van botters. In de jaren dat Jan van Teun in de haven werkte, had hij een werkplaats tegenover het café van Jan Kwakman (Jan Motje) op het Dril. Het was een dubbele woning. Boven woonde het gezin van Kees Mooijer (Kees van Pooij) en zijn uit Friesland afkomstige vrouw Akke de Boer. Daarna werkte Jan in de garage van Jan van de Geer in Monnickendam. Het was een moeilijke tijd voor het gezin van de ouders van Jan. In juli 1946 overleed het jongste kind, Addy, nog geen jaar oud. In september 1947 overleed zijn vader. Moeder Lijp, toen 45 jaar, bleef achter met 8 kinderen. Jan was toen 24 jaar en als oudste stond hij zijn moeder bij in de zorg voor zijn broers en zussen. Jan werkte vervolgens bij scheepswerf Van Goor in Monnickendam.

Daarna ging hij in 1955 aan de slag bij borenfabriek Rex aan het Oorgat in Edam. Klaas Molenaar (van de Loos) was daar administrateur.

Jan als directeur van de KEM (Koning en Molenaar)
Jan als directeur van de KEM (Koning en Molenaar)

Borenfabriek KEM

Bij Jan en Klaas ontstond het idee om een eigen borenfabriek te beginnen. Maar hoe moesten ze het nieuwe bedrijf financieren? Op voorstel van Klaas Molenaar werd Jaap Zwarthoed (Jenno) gevraagd financieel bij te springen. Onder de naam KEM (Koning en Molenaar) startte het bedrijf op 1 november 1958. 

De start van het bedrijf was niet eenvoudig. Aan de zijkant van de nieuwe fietsenfabriek van De Wilde was een ruimte die ze konden huren. Weliswaar moesten eerst ca. 100 wrakken van fietsen worden verwijderd, maar daarna kon het bedrijf van start. Ideaal was de ruimte niet. Hein Schilder (van Madoet) vond dat ook en zei tegen Jan: “Moet dat hier beuren”? Hein had aan de Parallelweg een stukje grond. Ze konden dat wel ‘krijgen’. Jan Koning maakte een tekening voor een nieuwe fabriek en Hein Schilder bouwde hem. Jan ontwierp ook de machines die in de fabriek voor de productie zorgden. Toen Jan directeur was van de KEM kwam in 1977 Bertie daar te werken als uitzendkracht. De keuze van Jan voor Bertie betekende een eind aan zijn huwelijk met Gré Pelder.

Op de foto op de volgende pagina zijn te herkennen: Directie en personeel van de KEM (Borenfabriek) Jan zit links naast mededirecteur Klaas Molenaar.
Staand achterste rij. V.l.n.r: Jaap Zwarthoed (Jenno), Thames Steur (Olivier), Albert Klouwer (Kloon), Hein Tol (Knoest), Bruin Kok (Puleka), Kees de Boer (Anekaan), Evert Sier (Robbert), Albert Veerman (van Dat), Thames Tol (Taans van Kakie), Luukie Meijer uit Monnickendam, Jaap Kwakman (Voeter), Jan Zwarthoed (de Beer van de Bles), Thoom Veerman (van Grietje Mol), Huurdeman uit Edam, Geert Smit uit Edam, Gerrit Hoetner uit Broek in Waterland, Ab Tuijp (gehuwd met Jans Kwakman [van de Mop]

Staande voorste rij, te beginnen naast Evert Sier (Robbert). V.l.n.r: Kees Karregat (Blikke), Kees Steur (van Anne Bommie), Japie Sier (Robbert), Ton Klouwer (Kloon), Jaap Klouwer (Kloon), Kees Kroon (boekhouder), Van Meteren (vertegenwoordiger)
Knielend en zittend vooraan. V.l.n.r: Willem Zwarthoed (Bet), Bart Koning (van Teun en broer van Jan van Teun) met daarvoor Cor Toetjes [Kruimeltje], Directeur Jan Koning (van Teun), directeur Klaas Molenaar (van de Loos), Dirk Bond (Kouwe), Lagerburg uit Edam, Evert Zwarthoed (Pum), Jan Molenaar (van de Loos), Liesbeth Tol (gehuwd met Evert Woestenburg), Gauke de Vries uit Warder en Gerrit Veerman (van Duur).

Boten ontwerpen. In totaal zijn er 206 boten van het type Jakon gebouwd.

Jan is ruim 25 jaar verbonden geweest aan de KEM. Naast zijn periode bij de KEM zocht Jan nieuwe uitdagingen. Hij legde zich in 1962 toe op het ontwerpen van boten. De Jakon (Jan Koning) was een ontwerp van Jan van Teun. Op het Noordeinde werd een jachtwerf geopend. Ook nu weer was Jaap Zwarthoed (Jenno) bereid te investeren. Jaap Zwarthoed (Co de Beer) was degene die de Jakons bouwde. Het was een succesverhaal.

Toen Jan in Monnickendam woonde is hij begin jaren ’70 van de vorige eeuw ook nog een aantal jaren wethouder geweest in die gemeente.

Volendams Museum en schilderen

Jan van Teun stond mede aan de wieg van het Volendams museum. Jan verzamelde in die tijd allerlei koperen gebruiksartikelen en andere zaken die op Volendam (in het verleden) werden gebruikt. Hij werkte daarbij nauw samen met Cor Karels en Adelbert Kohlsaat. Jan van Teun is jarenlang actief geweest bij het Volendams Museum. Nu we het toch hebben over het museum. Jan was ook een goede schilder. Hij heeft meerdere keren eigen werk tentoongesteld, o.a. in het Volendams museum.

L.O.V.E. en kabelkrant

Jan van Teun was ondernemend en had veel ideeën. Samen met Bertie zijn ze ook vrijwilligers geweest bij de start van L.O.V.E. Jan maakte o.a. decors als achtergrond voor Pé Muhren die daar zijn verhaaltjes zoals "Een dijk boven water" voorlas.

Jan is eveneens betrokken geweest bij het tot stand komen van de Kabelkrant. De eigenaren waren Jaap Schilder (Hollywood) en Cees Paassen. De rol van Jan was o.a. om voor reclame-inkomsten te zorgen op Volendam. Jan en Bertie hebben later de kabelkrant overgenomen en deze een tijdlang vanuit hun woning in Edam gemaakt. Na de Nieuwjaarsbrand in 't Hemeltje zijn 2 brandslachtoffers: René Tol en Marga Smit, ook een tijd actief geweest voor de kabelkrant. René is meeverhuisd naar Vincent Veerman (Sjamin) die de Kabelkrant later heeft overgenomen. De kabelkrant wordt nu geëxploiteerd door de Nivo.

Ontwerpers van machines

In 1972 was de visinpakmachine een revolutionaire stap om bevroren vis in te pakken. Het door Jan Koning ontworpen systeem voor Diepvries Monnickendam lijkt op een overhangende Z. In de kuip rechtsonder is een reservoir met koud water, waarin je bevroren vis stort. Omdat er constant bevroren vis in valt, blijft het water ijskoud. Vanuit die kuip loopt er een lopende band met opstaande “meenemers” naar boven. De naar boven meegenomen vis, krijgt door het ijskoude water een beschermende glaceer laag, waardoor de vis een houdbaarheid verkrijgt.

Bovenin aangekomen, tuimelt de vis in een vergaarbak, die van onderen is afgedicht met een klep. Die klep staat boven een “rollerbaan”, waarop van tevoren geopende dozen staan te wachten tot een inpakker de klep opent. De geglaceerde vis glijdt in de geopende doos, die voorzien is van een plastic zak. De inpakker schuift de gevulde doos naar de daarnaast staande weegschaal en controleert of het gewenste gewicht is bereikt.

De inpakker duwt nu de gevulde doos door, naar de lopende band, die is voorzien van tape, waarmee de doos automatisch wordt afgesloten. De doos rolt vervolgens door, richting een pallet waar deze vervolgens van een etiket wordt voorzien. (Met dank aan Jan Veerman).

1. Jan Koning (Johannes Jan van Teun) is geboren in Volendam op 26 mei 1923. Jan is sinds 1982 gehuwd met Bertie Zootjes. Hij is eerder getrouwd geweest met Gré Pelder (*07061925/†07062012) uit Monnickendam.

2. Henk van Teun (*29071925/†27011960) was gehuwd met Cornelia Nibbering (*05011932/†10082014). Hij had een fietsenwinkel in de Brugstraat waar nu ’t Gat van Nederland is gevestigd. Zij hadden geen kinderen. Corrie Nibbering is later gehuwd met Hein Kwakman (Spiering) [†]. Hij nam met Nel de zaak over. Henk Koning met zijn neef Japie Koning (Slappe Thaam) [*08011925/†2002]. Jaap vertrok van Volendam om in Noordwijkerhout een garage te beginnen. Toen hij die garage opdoekte is hij naar Amsterdam vertrokken. Hij werd automonteur bij de politie in Amsterdam. Voor zover bekend had Jaap een zoon.

Henk van Teun nam in 1957 de fietsenwinkel in de Brugstraat over van Jan van Diepen. Jan van Teun herinnert zich dat zijn vader en Jan van Diepen echte concurrenten waren van elkaar. Volgens Jan konden zij elkaar als het ware niet luchten. Toch wilde Jan van Diepen zijn zaak alleen maar verkopen aan een ‘Teun van Koppie’. Aanvankelijk wilde Jan van Diepen zijn zaak verkopen aan Ton Koning, maar uiteindelijk stemde Jan van Diepen ermee in dat Henk zijn zaak overnam. 

De fietsenzaak van Jan van Diepen, later van Henk van Teun naast het toenmalige café van Willem Binken (nu café-restaurant ’t Havengat). Voor Jan van Diepen was hier de kapperszaak gevestigd van Niek de Wit. Zie Bedakkertje over de Sint Jozefstraat .

De fietsenzaak van Jan van Diepen, later van Henk van Teun naast het toenmalige café van Willem Binken (nu café-restaurant ’t Havengat). Voor Jan van Diepen was hier de kapperszaak gevestigd van Niek de Wit. Zie Bedakkertje over de Sint Jozefstraat.

3. Maart (*04111926/†04021963) was gehuwd met Ketje Kwakman (*16071927/†12071981). Zij werd maar 36 jaar. Haar man trouwde later met Jannig Jonk, dochter van Piet Jonk (van de Piel) en Guurt Tol.

4. Cor [De Munnikvelder] (*13111928/†26012004) was gehuwd met Maart Kil (*12111931). Cor is een fietsenwinkel begonnen in de Burg. Van Baarstraat. Deze zaak bestaat nog steeds. Maart woont nog boven de winkel.

5. Ton [Tonnie Teun] (*15121930/†11022018) was gehuwd met Drea Tol, (*19081934). Ton nam de zaak van zijn vader over op de Edammerweg. Hij bouwde de zaak verder uit. Toen het pand op de Edammerweg te klein werd, verhuisde de zaak naar de Julianaweg 149. Ton en Drea verlieten hun bovenwoning op de Edammerweg in 1995. Drea woont aan de Julianaweg.

Een lekke band was er de oorzaak van dat Ton en Drea elkaar voor het eerst ontmoetten. Drea heeft weliswaar Volendammer ouders, maar ze is geboren in ‘s-Hertogenbosch. Haar ouders hadden daar een viswinkel samen met Drea’s ome Hein van Gerrit Snert en haar Pietje Huib, zus van Dreas vader. Later begonnen Drea’s ouders een eigen zaak in Tilburg. Met de fiets mochten ze in de zomervakantie naar Volendam. Ze logeerde dan bij haar ootje en bap op de Calkoengracht tegenover de winkel van Teun van Koppie. Na terugkeer uit Tilburg hebben de ouders van Drea daar ook gewoond.

Ton en Drea hebben de winkel aan de Edammerweg vergroot en uitgebouwd tot de grootste fietsenzaak in Volendam. Zij kochten daarvoor de woning van hun buren. Buurman De Gokker wilde de woning alleen aan Ton en Drea verkopen. Klaas Leek, die in die tijd een groentewinkel had aan het begin van de Edammerweg had namelijk ook interesse. Uiteindelijk kochten Ton en Drea de woning Edammerweg 27 voor fl. 1.200. De oude huizen Edammerweg 26 en 27 zijn in februari 1967 gesloopt en door nieuwbouw vervangen. Nieuw Leven heeft het pand gebouwd.

6. Gaar (*31101933/†10081964). Gaar werd 30 jaar.

7. Thoom [Thaampie Teun], (*22081936/†22061990) was gehuwd met Aal Molenaar [Poep] (*04011940/†23012008). Beiden zijn overleden.

Thaam heeft ruim 25 jaar bij zijn broer Ton gewerkt in de fietsenwinkel. Het was zijn lust en z’n leven. Thaam was 11 jaar toen vader Teun overleed. Hij zag broer Ton als z’n tweede vader. Volgens zijn dochter Elsa was de jeugd van haar vader zwaar, ten minste dat zei Thaam altijd. Thaam moest als 11- jarige als er sneeuw lag en iedereen op de prikslee ging spelen de leren bandjes maken van de schaatsen die altijd afbraken. “Goeie ouwe tijd!” zei Thaam dan. In de winkel werden ook gaskachels gerepareerd. Ze stopten daarmee toen iemand belde dat de kachel het niet meer deed. Na de fietsenwinkel, een korte tijd op de KEM en werk in Amsterdam, heeft Thaam 8 jaar gewerkt bij de AVI. Thaam overleed op 53-jarige leeftijd.

8 Bart (Abelius), (*04091938) is gehuwd met Afra Stroek (*29051942).

9. Addy [Adrianus] (05091945/†28071946).

Volgens Jan van Teun kreeg zijn jongste broertje uitslag. Het zalfje van de dokter daarvoor was vermoedelijk te sterk. Waarschijnlijk is hij daardoor overleden.

Bart van Teun vertelt dat de kinderwagens in de winkel aan de linkerkant stonden. Dat onderdeel is later overgenomen door Thoom Koning (Trudo) met Nel Sombroek (van Piet Cas). Het speelgoed ging naar Gaartje van Dirkie Buijs aan de Julianaweg.

Slot

Het gezin van Teun van Koppie en Lijp van Ouwe Tonge heeft best wel succes gehad met hun ondernemers- en winkelactiviteiten. We hebben een aantal facetten kunnen belichten. Naast vreugdevolle zaken was er ook verdriet. Teun van Koppie werd maar 47 jaar. Het 2e huwelijk van Lijp duurde maar 1 jaar en 9 maanden. De jongste Addy overleed 10 maanden na zijn geboorte. Henk (34), Maart (36) en Gaar (30) stierven jong binnen een tijdsbestek van 4 jaar. Thaam overleed toen hij (53) jaar was. Daar tegenover staat dat Jan 96 jaar is. Een ouwe taaie.

We danken Jan en Bertie en alle familieleden en informanten voor hun bijdrage. En als u fietst, bedenk dan dat de kans groot is dat de fiets waar u op rijdt geleverd is door een van de nazaten van Teun van Koppie.

Margreeth en Cees de Wit

 

 

Even voorstellen: Conny Veerman

Sinds 2019 is Conny Veerman bestuurslid van Stichting Fonds Ouderenzorg Volendam. Wie is Conny Veerman? In het Bedakkertje van maart 2019 schreef ze een boeiende column over haar familie, opleidingen en diverse banen. 

Even voorstellen: Conny Veerman

Toen mij als bestuurslid van de Stichting Fonds Ouderenzorg werd gevraagd iets over mezelf te vertellen, over wie ik ben en wat ik zoal doe dacht ik echt: wie is daar nu in geïnteresseerd? Dat lijkt me echt niet interessant voor de lezer maar Cees de Wit en Denise de Boer hebben me overgehaald om toch iets over mezelf te vertellen.

Familie: Zo ben ik bijvoorbeeld de dochter van Betje Bol (of via haar zondagse naam: van Elisabeth Veerman-Kwakman, de zus van dokter Bolletje) en van Jan Veerman (met als bijnaam Jan Toet of Jan Lol, de zoon van Klaas Toet). Helaas is mijn vader veel en veel te vroeg overleden. De opa van mijn vader was Klaasie Donderdag. Klaasie Donderdag kwam als volgt aan zijn naam. Hij was net als alle Volendammer mannen een visserman. De vissers vertrokken op zondagavond vanuit de haven in IJmuiden en kwamen dan zaterdagochtend terug. Klaasie bleek een bijzonder talent te hebben en kwam al op donderdag terug met een ruim vol met vis. Klaasie had geen eigen schip, maar verhuurde zich met bemanning aan grote vloothouders. Als er slecht weer opkomst was moesten ze aan wal blijven wachten tot het opklaarde. Klaasie ging dan met bemanning maar zonder centen naar het café en liet alles opschrijven. Als de uitbater argwaan kreeg en om geld kwam dan vertelde Klaasie dat hij een groot artiest was en mocht hij daar optreden om zodoende de rekening te betalen. Vaak liep het café dan zo vol dat ze zelfs buiten stonden te wachten om binnen te komen. Hij bleek namelijk echt talent te hebben en zijn naam leeft voort want in hotel Spaander is een kamer naar hem vernoemd.

Ook ben ik de vrouw van Evert Smit (nee, niet die architect, maar de zoon van Cees Smit van Smit en Doede, werkzaam bij de KIVO). Maar ik ben ook de zus van Wolfgang Schwalbe en van Richard Veerman. Eerstgenoemde broer is wel bij veel mensen bekend en heeft ook een verhaal geschreven in ‘t Bedakkertje maar de tweede broer heeft zich een tijd in het buitenland opgehouden en werkt voor Artsen zonder Grenzen. Wellicht veel interessanter om hem te vragen een column te schrijven. Misschien komt dat er nog van ;-).

Dan ben ik nog de moeder van 2 dochters (mijn zoon heeft mij op het hart gedrukt vooral niets maar dan ook niets over hem te schrijven, dus vandaar even tussen haakjes). Ik geniet elke dag van deze 3 hoewel de meiden tegenwoordig op kamers wonen in respectievelijk Utrecht en Amsterdam maar gelukkig komen ze regelmatig door de week en bijna altijd in het weekend thuis.

En daarnaast ben ik samen met vriendin Anja Schilder Vik en de technicus Peter Schilder eens per drie weken verantwoordelijk voor al dat geroddel op de LOVE-radio in het Programma De Roddelaar.

De praktijk op de Herengracht

Tsja, tot zover even wie ik ben. Als u nog niet bent afgehaakt dan kan ik nog iets vertellen over wat ik zoal doe. Naast mijn hoofdbaan bij Euronext, de Amsterdamse beurs, waarover ik hieronder meer vertel, heb ik altijd de behoefte gehad om mezelf te blijven ontwikkelen. Ik ben nieuwsgierig en sta altijd open voor nieuwe uitdagingen. Als mensen dat weten komt er van alles op je pad. Zo heb ik nog als gewichtsconsulente met Sonja Bakker gewerkt samen met Gina Tuijp. LOI-cursus gedaan en daar kreeg ik mijn eerste cliënten. Eerst in Avenhorn en daarna in Volendam. In de kelder bij Peter Schokker. Ik had Sonja aangegeven dat als ik het in Volendam verknalde zij haar klanten kwijt zou zijn omdat dat hier nu eenmaal als een lopend vuurtje gaat. Maar het liep als een trein en met de uitbreiding zijn we workshops gaan geven in het motel Katwoude met weekmenu’s en adviezen. Toen het te commercieel werd en we verhuisden naar de Opperdam stond ik er niet meer achter en ben ik gestopt.

Daarna is Sonja haar boeken gaan schrijven en hoe dat verder is gegaan is wel bij velen bekend. Voor mijn werk als psychologe heb ik mijn eigen praktijk, lees: een mooie kamer op de Herengracht, waar ik probeer mensen weer op de rit te krijgen. Ik heb de opleiding Klinische Psychologie gevolgd naast mijn baan bij de beurs en dat betekende veel leer- en leesuurtjes in de bus. Daarnaast ben ik aangesloten bij een Specialisten/Psychologen Consultancy bedrijf dat mij cliënten doorspeelt van diverse uiteenlopende bedrijven. Omdat ik zelf ook werkzaam ben in het bedrijfsleven is de problematiek die vaak speelt bij mensen uit de zakenwereld voor mij zeer herkenbaar. Ik merk ook vaak dat mensen dat prettig vinden. Mijn drijfveer om psychologe te worden is om mensen te kunnen helpen en anders tegen bepaalde zaken aan te kijken. Dat vind ik belangrijk. Naast de opleiding voor Psycholoog heb ik nog diverse aanvullende trainingen gedaan, zoals een Mastercourse Oplossingsgericht Management & Coaching, EMDR voor traumaverwerking en nog wat meer therapie gerelateerde cursussen.

Momenteel volg ik een opleiding voor Stresscounselor om ook professionele hulp te kunnen bieden bij stress en burn-out klachten. Om zelf niet ten prooi te vallen aan mijn vele activiteiten ben ik regelmatig op de racefiets te vinden richting Beursplein of Herengracht. Op de fiets laat ik alle drukte achter mij en geniet ik van ons prachtige landschap op weg naar Volendam. Ook krachttraining, poweryoga en hardlopen zijn favoriete sporten van mij om te ontspannen en om als uitlaatklep te dienen. Eerlijk gezegd zou ik twee Conny’s willen zijn dan kon ik nog meer uit het leven halen dan ik nu al doe.

De Beurs

Naast mijn functie als psychologe werd ik afgelopen februari veel gefeliciteerd op LinkedIn (Via LinkedIn kun je contact onderhouden met zakelijke contacten of een nieuwe baan vinden). Ik ben namelijk vanaf afgelopen maand februari al 28 jaar werkzaam bij de beurs, voorheen de Amsterdamse Effectenbeurs. In die periode heb ik daar veel veranderingen meegemaakt. In 1997 is de Amsterdamse Effectenbeurs samengegaan met de EOE Optiebeurs en toen Amsterdam Exchanges, ofwel AEX, gaan heten. Na vele fusies groeide de beurs uit tot ‘Euronext’, waar onder andere de beurzen van Brussel, Parijs, Lissabon en Dublin bij horen. In het verleden zijn zelfs Euronext en de beurs van New York (NYSE) één bedrijf geweest. Momenteel vinden besprekingen plaats om ook de beurs van Oslo te laten toetreden. Nooit een saai moment dus!

Mijn activiteiten bij de beurs

Wat doe ik daar nu eigenlijk al die jaren al? Ik werk voor de CEO (Directeur) van de beurs. Ik ben zoals ze dat zo mooi noemen tegenwoordig, zijn PA (Personal Assistant). In deze functie ben ik verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van alles waar hij mee bezig is. Ik zorg ervoor dat telefoontjes worden afgehandeld of doorgestuurd, er stukken en agenda’s zijn voor vergaderingen, regel de reizen en klantbezoeken, plan en coördineer roadshows, verzorg notulen voor de vele en diverse vergaderingen, houd me bezig met het organiseren van Team meetings en check of budgetten kloppen etc. Eigenlijk een spin in het web die overal wel iets vanaf moet weten om zaken te kunnen stroomlijnen. Ervoor zorgen dat ‘het’ loopt zeg maar.

En als je me nu vraagt hoe ik dat al 28 jaar volhou kan ik alleen maar zeggen dat geen één dag hetzelfde is. Ik ga al die jaren met veel plezier naar mijn werk en weet vaak ’s ochtends niet wat er ‘s middags gaat gebeuren. Die afwisseling en soms hectiek vind ik heerlijk. Het inspelen op situaties en ervoor zorgen dat de boel wordt geregeld geeft mij veel voldoening. Verder zijn er bij de beurs volop mogelijkheden om mezelf verder te ontwikkelen. Sinds augustus van vorig jaar (2018) woont de CEO van de groep Euronext (de CEO van alle Euronext locaties) ook deels in Amsterdam en zorg ik ook voor zijn belangen als hij in Amsterdam kantoor houdt.

Wat is nu eigenlijk ‘De beurs’?

Niets spreekt in de financiële wereld zo tot de verbeelding als de beurs, tenminste voor de gewone mens onder ons. Een dankbaar onderwerp van films als de Wolf of Wallstreet. En bij de beurs denken we vaak aan een mierenhoop waar mannen in pakken continu lopen te schreeuwen, in telefoons praten en de boel oplichten als het even kan. Dat het in werkelijkheid toch iets anders is hoef ik waarschijnlijk niet te vertellen, maar toch is de beurs nog steeds wel een ‘ongrijpbaar' iets als je niet dagelijks met beleggen bezig bent.

Met de beurs bedoelen we normaal gesproken de effectenbeurs. Hier komen vraag en aanbod bij elkaar, net als op een gewone markt. Een handelsplek waar gehandeld wordt in effecten. Effecten zijn er in drie soorten: aandelen, obligaties en afgeleide producten zoals opties. Met een aandeel koop je een stukje deelneming in een bedrijf. Met het geld dat de bedrijven hiermee binnenkrijgen kunnen ze investeren. Als het goed gaat met het bedrijf wordt je aandeel meestal meer waard (koersstijging) en over het algemeen wordt er op aandelen ‘dividend’ uitgekeerd, een deel van de winst. Als het slecht gaat met het bedrijf en er geen of nauwelijks winst wordt gemaakt krijg je ook geen dividend. Toezichthouders op de beurshandel in Nederland zijn de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank.
De koersen zijn het gevolg van vraag en aanbod. De 25 grootse beursgenoteerde bedrijven in Nederland zijn opgenomen in de AEX-index. Die kent bijna iedereen wel.

Inkomsten van de beurs

Waar verdient de beurs dan zijn geld mee zou je je kunnen afvragen? Aan onder andere de transactiekosten tussen koper en verkoper, als een bedrijf naar de beurs gaat om te noteren, jaarlijkse servicekosten, het verkopen van alle koersinformatie en tegenwoordig verkoopt de beurs ook diensten aan bedrijven om de inkomsten niet alleen maar afhankelijk te laten zijn van de transactiekosten.

Onderstaand nog wat leuke quizvragen:

A) Hoeveel bedrijven zitten er in de AEX-index?
B) Wat is het hoogste punt dat de AEX-index ooit heeft gestaan?
C) Welk bedrijf heeft de grootste waarde (marktkapitalisatie) van de AEX-index? D) Wanneer begon de eerste optiebeurs van Europa?
E) Wat is de naam van de huidige CEO van de beurs in Amsterdam?

Een aantal leuke weetjes over de beurs

1) De Amsterdamse beurs is de oudste en eerste beurs ter wereld (vanaf 1600)
De gongslag is een eeuwenoude traditie, met VIPS zoals Maxima, Jan Smit en Nick & Simon
2) De gongslag vindt plaats om 9 uur ’s ochtends, hiermee wordt de handel geopend. Om half 6 ’s avonds sluit de handel. Het Amsterdamse stadbestuur had moeite om orde te scheppen in de beurshandel en daarom stelden ze een paar regels in. Een beursknecht luidde de gong om de beurs te openen en als je te laat was kreeg je een boete. In 2002 werd het einde van de vloerhandel ingeluid door een gongslag van Job Cohen.

In 2008, toen de beeldschermhandel begon op de vloer opende Cohen de handel weer met de gong. Sindsdien is besloten om opnieuw de handel elke dag in te luiden met een gongslag. Dat wordt gedaan door speciale gasten.

3) De Optiebeurs. De optiebeursvloer liet vroeger een vrolijk beeld zien met de mannen met de gekleurde jasjes aan. Elk bedrijf had zo zijn eigen jasje zodat zij herkenbaar waren. Een van de jasjes is ooit nog eens ontworpen door Herman Brood.

Beurstrommeldag. Tijdens de 80-jarige oorlog tegen Spanje haalde Nederland veel geld op door de Beurs, en financierde hiermee de oorlog. De Spanjaarden waren hier niet blij mee en bedachten daarom het volgende. Zij wilden een boot vol met explosieven onder het gebouw laten varen om de handelshoofdstad te beschadigen. Deze ramp wordt voorkomen door een Amsterdams weesjongen die daar aan het spelen is. Hij ziet dit bootje en waarschuwt de gemeente van Amsterdam. Van de gemeente mag hij een wens doen en zijn wens is om te trommelen op de Beurs. Op deze manier is de traditie ‘beurstrommelen’ ontstaan. Elk jaar organiseren wij als beurs van Amsterdam een Beurstrommeldag waarbij we voor dat doel belangrijke gasten uitnodigen om aandacht te vragen voor dan levende thema’s.

Om maar even wat cijfers te noemen: sinds de New York tijd verwerken wij als beurs op dagbasis net zoveel orders als de zoekmachine Google. 1,8 miljoen transacties ter waarde van 8 miljard. Dat is nogal wat.

Beursvloer van nu. En zo ziet de beursvloer er nu uit. Waarschijnlijk had u verwacht dat de handelsvloer erg druk zou zijn. Er zijn veel mensen die dat denken omdat de vloer vroeger vol stond met mensen die naast elkaar effecten aan het verhandelen waren op de daarvoor bestemde ruimte (de crowd of pit) via luidkeels geschreeuw en handgebaren (open outcry). Dit is niet meer het geval. Op 6 december 2002 vond de laatste fysieke transactie plaats, daarmee kwam na 400 jaar een definitief einde aan de vloerhandel in Amsterdam. Alles is overgegaan op schermenhandel (computers).

De bull. Als je op het beursplein bent zie je daar een stier staan voor de beurs. De stier zie je ook vaak bij andere beurzen. De stier op Wall Street van de New York Stock Exchange is vast ook wel bekend. Wat betekent dit nu die stier bij de beurs? In beurzenland heb je te maken met bull en bear markten. Bull markten zijn markten die stijgen en bear markten zijn markten die dalen. De markten worden zo genoemd omdat een stier van onder aanvalt en je omhoog gooit en beren slaan met hun klauwen naar beneden. Daarom staat er altijd een stier voor de beurs en geen beer.

Mercurius. Als je in het pand aan het Beursplein rondloopt kun je niet om Mercurius heen. Mercurius was de boodschapper van de Romeinse goden en hun god van de handel, en werd daarom internationaal door beurzen als symbool gebruikt. Mercurius is de tegenhanger van de Griekse god Hermes. Door de jeugdige escapades van Hermes werd hij ook wel de god van de dieven genoemd. Kenmerkend zijn de vleugels op zijn helm en aan zijn voeten, waarmee hij zich snel kon verplaatsen. Dat brengt onze Mercurius, die vaak vergeleken wordt met Hermes, niet altijd in een fraai daglicht.

Wally van Hall 

In de beurs hangt ook een gedenkplaat van Walraven (Wally) van Hall. Hij wordt ook wel de bankier van het verzet genoemd. Hij was de leider van een geheime bank, het NSF (Nationaal Steunfonds). Wally van Hall had dit opgericht met zijn broer Gijs in 1943. Dit gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het NSF gaf geld aan het verzet met gevaar voor eigen leven. Met illegale leningen en een miljoenenfraude bij de Nederlandsche bank wist het NSF ruim 83 miljoen gulden te verdelen onder de slachtoffers van de bezetting. Helaas kwamen de soldaten, net voor het einde van de oorlog, hierachter en hebben hem daarom vermoord. Bankier van het verzet is ook verfilmd met Barry Atsma en deels bij de beurs opgenomen.

Zo, dit was het dan. Dit lijkt me wel genoeg. Ik hoop dat ik hiermee een kijkje in de keuken van de persoon Conny Veerman en de beurs heb kunnen geven. Dank voor het lezen.

Antwoorden:
A) 25; B) 703,18; C) Royal Dutch Shell; D) 4 april 1978; E) Simone Huis in ‘t Veld

Conny Veerman

 

Willeke Alberti

Deze keer zetten we Willeke Alberti in het zonnetje. In de zomer van 2015 had de redactie van het Bedakkertje de eer Willeke Alberti te interviewen. Onlangs maakte ze bekend dat ze in februari een groots concert zal geven in het concertgebouw in Amsterdam. Dit concert is ter ere van haar 75e verjaardag (geboren 3 februari 1945). Vanuit de ouderenzorg dragen we haar een warm hart toe. In 2001 richtte ze de Willeke Alberti Foundation op, een stichting die activiteiten organiseert voor mensen in verpleeg- en verzorgingshuizen.

In mei 2016 verraste Willeke Alberti de bewoners van De Meermin in Edam tijdens het 40-jarig bestaan. Dit verslag heeft ook uitgebreid in het Bedakkertje gestaan. Daarom vinden wij het hoog tijd om Willeke Alberti in het zonnetje te zetten. 

Lees hieronder het interview uit het Bedakkertje zomer 2015 en enkele foto's van van het jubileum in de Meermin. 

Interview met zangeres en actrice Willeke Alberti. Ook bekend als dochter van Willy Alberti en moeder van Johnny de Mol.

Willeke Alberti is in februari 2015 - 70 jaar geworden en heeft drie kinderen. Willeke Alberti zet zich actief in voor de zorg. De redactie van het Bedakkertje kwam daarom op het idee om een interview met haar af te nemen. Gelukkig voor de redactie werkte mevrouw Willeke Alberti hier graag aan mee!

Sinds wanneer zet u zich in voor de zorg?
Willeke Alberti: Ongeveer 17 jaar geleden ben ik heel intensief begonnen mezelf in te zetten voor de zorg, maar in 2002 ben ik begonnen om de stichting op te zetten (Willeke Alberti Foundation – www.willekealberti- foundation.nl). Dit is ontstaan vanuit (toen nog) de Sponsorloterij, waarvan ik ambassadeur was. De centjes die ik daarmee verdiende stopte ik dan weer rechtstreeks in de stichting.

Hoe breed is de zorg waarvoor u zich inzet?

Het is niet alleen ouderenzorg, maar ook gehandicaptenzorg en bijvoorbeeld psychiatrische zorg. Het belangrijkste wat we doen is het verzorgen van optredens. Deze maand hebben we er zelfs 20 gedaan in en rondom Den Haag. Ook voor gehandicapten.

Vallen de mensen die in mindere of meerdere mate dement zijn daar ook onder?

Zeker, ook voor mensen die dement zijn is het belangrijk om de oude tijd terug te laten komen. Meestal duurt het ongeveer 15 minuten en dan gebeurt er gewoon iets. Vooral als we dan beginnen met het lied ‘twee motten’,gebeurt er iets met de mensen. Ook de verzorgenden en vrijwilligers zien iets gebeuren met de bewoners. Dit is echt heel bijzonder!

Wat gebeurt er dan? Kunt u dat omschrijven?

Ja in de ogen, je ziet ontroering en emoties. Van de week was er zelfs een meneer die al een hele tijd niet meer kon lopen en die kwam met een bepaald nummer zo naar me toe lopen. Ja het klinkt heel gek, maar het was echt zo!En dat inspireert mij enorm. Degene die hem verzorgt zei: ‘er is nu echt een wonder gebeurd!’ Zo blijkt maar weer, muziek is ZÓ belangrijk, voor iedereen.

Heeft de belangstelling voor ouderen en om zich in te zetten er altijd al in gezeten?
Het ging bij ons van generatie op generatie, het zit in de genen. Nu zit ik in deze generatie, daarvoor mijn vader Willy Alberti en nu mijn zoon weer die door iedereen bekeken en bewonderd wordt. Daar ben ik ontzettend trots op!Het is eigenlijk allemaal begonnen met m’n vader. We doen goed werk, maarsponsors blijven nodig. Het blijft professioneel, ik werk al 20 jaar met dezelfde band en daar zijn ook kosten voor nodig. Wij moeten natuurlijk ook ons brood betalen bij de bakker, haha (lacht). En dat gaat goed, het is nog steeds gelukt! Onze bandleden doen soms zelf ook een bijdrage, dan zeggen ze: stop deze opbrengst in de stichting. Zelfs mijn grote kleinkinderen gaan inmiddels mee om te helpen, er zit veel werk aan maar dat is het allemaal waard!

Merken jullie als stichting dat er veel verandert in de zorg?
Er wordt momenteel veel gekort op de zorg, ook onze stichting merkt dat. Daarom werken we nu vanuit onze stichting aan een bezwaar (petitie) om die korting ongedaan te maken. We zijn deze petitie gestart om meer geld voor de (ouderen)zorg te behouden. En niet alleen voor ouderen, ook voor de 

gehandicaptenzorg en voldoende psychologische hulp. Op de zorg wordtoveral beknibbeld en wij zijn voor ‘zorg voor zorg’. Dat is belangrijk!

Alles valt en staat met vrijwilligers.

We moeten er allemaal op blijven letten dat iedereen de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. De overheid kan dat niet alleen. Ook wij moeten de handen uit de mouwen steken. Mensen die wat te geven en te delen hebben, kunnen dat doen. En zo maken en houden we ons landje gezond. Dat geldt voor elk mens en dat is mijn streven. Dat heb ik van mijn ouders meegekregen, van mijn grootouders trouwens ook. Dat voor elkaar zorgen zit er zó in, dat is míjn grootste zorg.

Dat heeft u mooi gezegd.

En dat meen ik ook uit de grond van m’n hart!

Welke nummers slaan het meest aan bij optredens in de zorg?

De oudere nummers als ‘Spiegelbeeld, Reisje langs de rijn en Twee motten’, maar ook een medley van zangers en zangeressen die er niet meer zijn zoals van André Hazes, Willy Alberti en Conny van den Bos. Als ik in de buurt van Amsterdam ben zing ik uiteraard iets van Johnny Jordaan, zo pas ik dat eenbeetje aan per regio. Het leuke is ook dat de jeugd dan ook ‘de glimlach van een kind’ of ‘niemand laat z’n eigen kind alleen’ meezingt.

Wat is het leukste dat u terugkrijgt tijdens deze optredens?

"Je krijgt zóveel terug, zoveel warmte, liefde en emoties." Het contact wat je hebt met de mensen, je krijgt zóveel terug, zoveel warmte, liefde en emoties. Dat is echt heerlijk om te zien, te voelen en ook te delen. Iedereen werkt mee. Het kán ook niet alleen! We hebben steun en donaties nodig. Ook onze band werkt er met veel liefde aan mee (het blijft natuurlijk hun werk), maar wel met liefde voor de zorg.
Het optreden in Volendam (Pius X red.), alweer een aantal jaren geleden, ging precies zo. Makkelijk contact met de mensen en meezingen waren geen probleem.

Hoeveel optredens verzorgt u ongeveer per maand in de zorg?

We hebben het nu twee jaar lang minder vaak kunnen doen vanwege de vele optredens met 'De Jantjes' (soms zes per week), maar nu hebben we de draad weer opgepakt. We hebben aan fondsenwerving gedaan en optredens voor de zorg kunnen doen. Deze maand hebben we er twintig gedaan in 18 verschillende huizen in onder andere Den Haag en Leidschendam. Dat zijn er soms twee per dag, heel intensief, maar we worden met veel warmte ontvangen. Dit hebben we in samenwerking gedaan met WoonZorgcentra Haaglanden.

Heeft u ook met Volendamse artiesten samengewerkt?

Jazeker! Ik was bij de eerste cd-uitreiking van Nick en Simon en ook heb ik samen gezongen met Jan Smit en 3js tijdens De Zomer Voorbij in Kroatië. Fantastisch!

Werkt u ook samen met andere stichtingen?

We gaan een mooie samenwerking aan met het Nationaal Ouderenfonds, zo worden de wachtlijsten korter, draagt iedereen z'n steentje bij en elk dubbeltje komt goed terecht!

Wij danken u hartelijk dat u mee wilde werken aan deze editie van het Bedakkertje!

 

Over de Willeke Alberti Foundation:

Waarom muziek?

Muziek is een taal zonder grenzen. Naast onderwijs, gezondheidszorg, voeding en een veilig heenkomen hebben mensen het recht op sociale en culturele ontspanning. De “WAF-formule” is gebaseerd op deovertuiging dat ontspanning en plezier kunnen bijdragen aan een welkome afleiding bij het ziekteproces.

Willeke betrekt de mensen in haar muzikale wereld, praat met de mensen, en maakt ze aan het lachen, zodat ze alles even helemaal kunnen vergeten. De Willeke Alberti Foundation streeft ernaar om op termijn zoveel mogelijk zieke kinderen, senioren, zieken en minder validen in zoveel mogelijk

ziekenhuizen of andere instellingen binnen de gezondheidszorg, te laten genieten van speciale kleinschalige optredens.

Voor wie bestemd?

De optredens van Willeke Alberti zijn bedoeld voor langdurig lichamelijk zieken, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten en ouderen die afhankelijk zijn van verpleging en verzorging. De Foundation organiseert een groot aantal speciale optredens in ziekenhuizen, bejaardencentra en verzorgingshuizen.

 

Samen zijn we sterk!

De Willeke Alberti Foundation heeft de afgelopen periode weer een aantal optredens verzorgd in verzorgings- en verpleegtehuizen. De wachtlijst voor een optreden van de Willeke AlbertiFoundation is helaas nog steeds lang...te lang. Maar er is goed nieuws want de Willeke Alberti Foundation gaat een mooie samenwerking aan met het Ouderenfonds en zoals Willeke altijdzegt ‘Samen staan we sterk’ en zo ishet ook! Samen met het Ouderenfonds gaan we er voor zorgen dat de wachtlijst snel korter wordt en dat we dus veel ouderen een mooie middag kunnen bezorgen!
Bron: www.willekealberti-foundation.nl

 

Enkele foto's - 40 jaar De Meermin woensdag 25 mei groot feest in de jubilerende Meermin

Jan Tol (Nonnie)

In het zonnetje zetten we deze keer Jan Tol (Nonnie). In de zomereditie van 't Bedakkertje schreef Jan Tol (Nonnie) een column over zijn periode als directeur bij Tol Plaatwerk. Inmiddels zet hij zichzelf vol overgave in voor de Stichting CarMar. Het doel van die stichting is om en CarMar thuis te realiseren. Het CaMar huis moet een eigen plek worden waar niet de beperkingen van de bewoners, maar juist hun mogelijkheden en wensen centraal staan.

Hier volgt de column uit de zomereditie 2018 van 't Bedakkertje:

‘Bekende Nederlanders’

Als voormalig directeur kan ik met trots vertellen dat TOL Plaatwerk al jarenlang bekend staat als één van de meest vooraanstaande bedrijven in Nederland op het gebied van speciaal plaatwerk. Daarom wordt er dan ook vaak meegewerkt aan grote projecten.

Na de afronding volgt er in veel gevallen een opening waarvoor een ‘bekende Nederlander’ wordt uitgenodigd. Wat dan altijd weer opvalt is de krampachtige manier waarop mensen met zo iemand omgaan. Het is naar mijn idee dan ook vrij eenzaam aan de top, want vaak durft men geen gesprek aan te gaan en reken maar dat een BN’er ook weleens een slechte mop wil horen. Nu hebben wij als Volendammers natuurlijk makkelijk praten, want we zijn sowieso opgevoed met de instelling dat je niet naast je schoenen moet gaan lopen en daarnaast loopt bij ons het hele dorp vol met bekende mensen.

Voor de opening van een nieuwe Verkeerspost op de zuidelijke Waaloever om het scheepvaartverkeer in goede banen te kunnen leiden, was minister Roelf de Boer van Verkeer & Waterstaat uitgenodigd. Meestal komt zo’n bewindspersoon aan, schudt een paar handen, knipt het lintje door en verdwijnt dan weer in de auto. In dit geval ging het even iets anders. Om bij de Verkeerspost te komen moest hij op een soort Markenboot stappen en daar stond hij dan, moederziel alleen aan een tafeltje. Zelfs de aanwezige Commissaris van de Koningin nam niet de moeite om een gesprek aan te gaan. Dus toen zijn wij er maar bij gaan staan en hebben heen en terug een 

bijzonder leuk gesprek gehad, vooral toen we vertelden waar we vandaan kwamen. Wat dat betreft hebben we als ondernemers uit Volendam natuurlijk altijd een goede ingang voor een gesprek. Als het geen sportliefhebbers zijn, houden ze wel van muziek en/of visgerechten.

Het noemen van ‘Volendam’ wekt dan ook géén associaties op met vechtende supporters en als ze niet van onze Palingsound houden, vinden ze het Operakoor weer geweldig.

Je doet er je voordeel mee. Het is dan ook meerdere keren voorgekomen dat je wordt uitgenodigd om een project te komen bespreken en de opdrachtgever besluit om naar Volendam te komen.

Toen Joop van den Ende het idee kreeg om zijn eigen Tv-zender te beginnen werden wij gevraagd om de benodigde bedieningslessenaars te ontwerpen voor zijn studio in Aalsmeer. Het hele project moest in korte tijd afgerond worden en door politieke ontwikkelingen werd het noodzakelijk om vanuit Luxemburg te gaan uitzenden. 

Tijdens een eendaags bezoek aan Luxemburg werden er twee villa’s gehuurd en moesten er ook daarvoor bedieningslessenaars geleverd worden. Jaap Buijs zaliger waarschuwde nog: “let je wel op je centen.” Het hele project TV-10 is niet doorgegaan, maar iedereen heeft zijn geld gekregen. Joop van den Ende had daarvoor een hele eenvoudige uitleg: “Als ik TOL Plaatwerk niet betaal, weet binnen de kortste keren heel Volendam het en uiteraard geldt dit ook voor alle andere bedrijven die voor mij hebben gewerkt. In dat geval is het hele project TV-10 project bij voorbaat gedoemd te mislukken.” 

Bij de ontwikkeling en vooral de (kleur)keuze van de materialen moesten we samenwerken met interieurontwerper Jan des Bouvrie. Alle stalen onderdelen moesten gespoten worden in een aparte kleur paars, de houten onderdelen in de kleur zwart en de voorrand in eiken. Ik dacht eerst dat hij gek geworden was, maar achteraf was het prachtig. Ieder z’n vak, dus.

De nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Nederland, de heer Clifford M. Sobel (2001-2005), ging op kennismakingsbezoek langs alle provincies. Toen Noord-Holland aan de beurt was, werd ik als vertegenwoordiger van het MKB uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn en zat ik bij de eerste ronde van het diner naast hem aan tafel. Natuurlijk vertelde ik hem over onze projecten en met name over onze werkzaamheden voor luchthaven Schiphol. Toevallig was zijn vriend op dat moment directeur van John F. Kennedy Airport in New York. Vol trots kon ik zeggen dat we net klaar waren met Terminal 4 op deze luchthaven en dat we ook andere internationale luchthavens hebben voorzien van monitorbehuizingen en bedieningslessenaars. Toen de tweede ronde van het diner werd aangekondigd ontstond er een klein probleem, want hij wilde eigenlijk blijven zitten aangezien we nog niet waren uitgepraat. De andere gasten zag je kijken met vragende blik van ‘wie is dat?’ Overigens leverde dezelfde bijeenkomst daardoor nog een hele belangrijke, zakelijke relatie op.

Recent heeft TOL Plaatwerk de torensimulator van het NLR (Netherlands Aerospace Centre) aangepast. Het hele bedieningslessenaar hebben we groter moeten maken, zodat er met meerdere operators gewerkt kan worden.

Recent heeft TOL Plaatwerk de torensimulator van het NLR (Netherlands Aerospace Centre) aangepast. Het hele bedieningslessenaar hebben we groter moeten maken, zodat er met meerdere operators gewerkt kan worden.

Projecten voor luchthaven Schiphol en andere nationale en internationale vliegvelden, voor radio- en Tv-studio’s en voor alle gevangenissen in Nederland, projecten voor Verkeer- en Waterstaat en ontmoetingen met bekende en onbekende Nederlanders: allemaal zaken waar ik nog steeds met veel plezier op terugkijk. Maar met minstens evenveel plezier kijk ik terug op de samenwerkingen en ontmoetingen die ik heb gehad tijdens mijn werkzaamheden als vrijwilliger. Na mijn afscheid bij TOL Plaatwerk heb ik in de afgelopen jaren mee mogen werken aan prachtige projecten, waaronder de inrichting van PX en de nieuwbouw van de Pastorie. Het is fantastisch om te zien hoe rijk we zijn aan vrijwilligers en bedrijven die de totstandkoming van dit soort dingen mogelijk maken.

Goed omgaan met mensen is daarbij van essentieel belang en vooral ook waardering voor ieders inbreng en het vakmanschap.

Ik wil hierbij iedereen graag bedanken voor de samenwerking in de afgelopen jaren.

Jan Tol (Nonnie)

 

Jack Veerman (Dekker)

In het extra Bedakkertje van april stond het interview met Jack Veerman (Dekker). Jack nam 9 juni 2018 afscheid in de Jozef met de Mon Amourband. Leeftijd, gezondheid, meer aandacht voor zijn (klein)kinderen en zijn ‘mon amour’ waren de voornaamste redenen om te stoppen. We zetten Jack Veerman in het zonnetje. 

Interview Jack Veerman (Dekker) 11 april 2018

9 juni 2018 is het laatste concert van de Mon Amour band. Na elf jaar stoppen ze op het hoogtepunt. Het laatste concert vindt plaats in het Sint Jozefgebouw in Volendam. We blikken terug met Jack Veerman (Dekker), oprichter van de Mon Amour band en voormalig drummer van BZN.

Jack Veerman is 64 jaar en getrouwd met Nel Veerman en vader van 3 dochters: Tiny, Marie en Afra.

Hoe is de Mon Amour band tot stand gekomen?

Op 16 juni 2007 werd het laatste concert van BZN gespeeld in Ahoy. Ik was toen 52 jaar en had 35 jaar in BZN gespeeld. Toen Jan Keizer aangaf te band te verlaten waren we bezig met de tournee '40 jaar BZN'. Daarna volgde een afscheidstournee. Hierdoor had ik twee jaar de tijd om te bedenken wat ik wilde gaan doen. Ik was nog niet 'klaar'.

Tijdens de afscheidstournee (2006-2007) merkte ik dat het publiek het erg jammer vond dat we stopten. Toen kreeg ik het idee, om net als voor The Cats, een BZN tribute-band te beginnen. Ik heb daarvoor de beste mensen in mijn omgeving benaderd. Linda Schilder voor zang, Daniël Metz speelt onder andere accordeon, trompet, toetsen en synthesizer. Een geweldige muzikant. Hij woont op Ameland, maar had de reistijd ervoor over. Jan Sombroek was al jaren een vriend van me, gitarist in hart en nieren. Hans Keizer als toetsenist en Nico Stein, een veelzijdig gitarist.

Voor de zang had ik ook Johan Keizer gevraagd maar het bleek voor hem als advocaat uiteindelijk niet te combineren. Toen hebben we Peter de Haan benaderd. De kleur van zijn stem past goed bij die van Linda. En met die samenstelling treden we nog steeds op. De Mon-Amour band bestaat nu bijna elf jaar.

Wat is er in de afgelopen elf jaar veranderd?

We begonnen met het BZN-repertoire, dat was ook de opzet. Voor mij was BZN nog niet klaar en bovendien hadden de fans verdriet om het afscheid. Dit hebben we een aantal jaren gedaan, met gedeeltelijk succes. We merkten dat het te vroeg was voor een tribute-band, de fans waren er nog niet aan toe. In het geval van The Cats kwam 30 jaar na dato een tribute-band. Daar waren de fans er wel aan toe.

Wat was je verwachting van de Mon Amour band?

Ik dacht dat wij het gat dat was ontstaan konden opvullen. Er heerste verdriet bij de fans. In het begin speelden we in feesttenten, sporthallen en grote zalen. Daarna gingen we de theaters in en dat beviel beter. Toch waren we na twee jaar toe aan iets anders. Er stond een artikel in de Nivo over The Cats, over de palingsound van 50 jaar geleden. Toen kwam het idee om de tribute helemaal los te laten en ons te richten op 50 jaar palingsound. Met nummers van BZN, The Cats, Maribel, Jan Smit, Alles, Leftside enzovoorts. We gebruiken hiervoor ook de originele videoclips. Dit is uniek in Nederland. Tussen de wissel als BZN tribute-band naar '50 jaar palingsound' hebben we een jaar niet gespeeld. Je moet als band namelijk werken met een zogenoemde click-track (Een digitaal apparaat geeft het tempo aan van een nummer door middel van een click. De click zorgt ervoor dat je strak in de maat blijft spelen, red). In 2014 begonnen we weer met spelen. Het was heel wat anders, maar het voelde gelijk goed. Bij ons én bij het publiek. We speelden veel meer in theaters waar we nummers van alle artiesten die Volendam heeft voortgebracht ten gehore brachten.

Wat kun je vertellen over de term 'Palingsound'?

Deze benaming is bedacht door DJ Joost den Draaier (artiestennaam van Willem van Kooten). Om nummers gedraaid te krijgen nam de toenmalige manager van de Cats Jan Buijs (Tuf) gerookte paling mee naar de radiostations. Dus bedacht Willem van Kooten de naam Palingsound. Aan het begin van onze theatershow vertelt Willem van Kooten over het ontstaan van de palingsound. Over The Cats, BZN, Next one enzovoorts. Hartstikke leuk dat Joost Den Draaijer, die deze term heeft bedacht, onze show opent.

Jij bent hét gezicht van de Mon Amour band. Hoe is dit voor jou?

Aan de bekendheid was ik gewend. Voor jezelf wil je daarom dat alles perfect is.
De beste mensen die ik kende wilde ik erbij hebben en dat is goed gelukt. We kregen meteen lovende reacties. In de Mon Amour band werken we met meer muzikanten dus eigenlijk kunnen we de bestaande nummers nóg mooier maken. Met promotie van een single of album was het zo dat ik overal voor gevraagd werd. Dat werk had ik eigenlijk meer willen verdelen. Al snel merkte ik dat radiostations er de voorkeur aan gaven dat ik er ook bij aanwezig was.

Toen BZN stopte was het voor jou nog niet klaar. Hoe is dat nu?

Inderdaad, ik was nog niet klaar om te stoppen (ik was 52 jaar). Maar ik ben drummer, geen zanger. Dan is het toch lastiger om iets draaiende te houden. Nu heb ik wel het gevoel dat het klaar is. Dat heeft ook met mijn gezondheid te maken. Eerst heb ik twee zware rugoperaties gehad en daarna een open-hart-operatie. Daar kwam bij dat ik rondom de Mon Amour band veel zelf moest doen omdat alle anderen er nog een drukke baan naast hebben. Daarbij valt te denken aan het repertoire, contacten, repetities, het organiseren van een dvd-opname en studio- opnames.

Maar toen kwam het moment dat ik écht rustiger aan moest doen. De hartoperatie is vijf jaar geleden. In juli 2017 heb ik aangegeven te stoppen met de Mon Amour band. Ik had verwacht dat de band door zou gaan en ik er zijdelings bij betrokken zou blijven. Er was verdeeldheid in de band over het wel of niet blijven bestaan van de Mon Amour band. Er is besloten niet verder te gaan, wat ik heel jammer vind. Ik heb er nu vrede mee, we stoppen op een hoogtepunt. We hebben prachtige dingen met elkaar gedaan. Waaronder vier cd's uitgebracht en twee dvd's. Het was een mooie promotie: twee uitzendingen bij omroep MAX.

9 juni 2018 is het laatste optreden. Dan heb ik, naast het feit dat ik dan bijna 65 ben, 50 jaar in een tourbus gezeten.

Een muzikant stopt nooit helemaal, wat ga je nu doen?

Ik heb een nieuw project samen met Jaap de Witte (voormalig gitarist van 3J’s) en oud-collega Dick Plat (voormalig toetsenist bij BZN). Wij schrijven en produceren nummers voor een nieuw duo. We hebben er heel veel zin in. Voor mij is het vooral belangrijk dat ik niet meer 's middags om 15:00 in een busje stap en de volgende ochtend om 4:00 terug ben. Daarnaast mag ik weer samenwerken met twee hele leuke collega's Jaap en Dick.

Wat ook leuk is;

Door Evert Veerman (Jassie) ben ik gevraagd om mee te doen aan een avondvullend programma met 'Veermannen'. We stonden uiteindelijk met 14 mensen op het podium, erg leuk om te doen. Dat zijn dingen waarin ik nooit tijd kon steken.

Ook ben ik gevraagd om mee te doen met de 'Vrienden van PX' op 21 april. Het leuke daarvan is dat er een hereniging plaatsvindt met Jan Tuijp en Carola Smit. We zullen twee BZN stukken spelen.

Wat is het leukste wat je met de Mon Amour band hebt meegemaakt?

De laatste DVD opname in Stadskanaal. Deze is opgenomen met zeven camera's. Daarop hebben we eindelijk kunnen laten zien waartoe we in staat zijn. Alles klopt. Het is een DVD geworden met 2,5 uur muziek uit Volendam met prachtige beelden. Daar ben ik trots op! Het is een prachtig document geworden.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met muziek?
Muziek kregen wij bij ons thuis met de paplepel ingegoten door mijn vader Thoom Dekker. Hij was dirigent van de fanfare en speelde trompet, klarinet en saxofoon. Ook was hij oprichter van de EVO Band. Wat mij is bijgebleven is het geluid als mijn vader op zijn trompet speelde. Hij was de grote gangmaker van de Dekkers. Met 9 van de 13 kinderen in het korps. Vier in het tamboerkorps en vijf in het fanfarekorps.

Toen ik aangaf te willen drummen, stimuleerde hij dat meteen. "Wil je drummen? Dan ga je nu op les." Dus ik werd naar drumles gestuurd in Amsterdam en moest daar ook noten leren. Dat was eigenlijk mijn bedoeling niet. Ik hield niet van school, maar wilde drummen. Maar, na drie maanden had ik het onder de knie. Ik kon noten lezen. En daar heb ik tot op de dag van vandaag profijt van. Met dank aan mijn vader.

Mijn broers Cor en Jan (helaas overleden aan leukemie) speelden gitaar met vrienden Harmen Veerman en Jaap Lautenschutz. Van vader mochten ze het huis van Bap en Ootje in de Bootsmansteeg/Jozefstraat gebruiken als een oefenruimte. De naam van hun eerste band was de Teddy Boys. Deze naam was op een bepaald moment niet stoer genoeg meer en ze veranderden de naam in de Beat Boys (in de tijd van The Beatles). En daarna is de naam veranderd in Leftside. Verschillende namen van dezelfde band.

Mijn vader, de fanfare, het huis van Bap en Ootje, de Bootsmansteeg, is allemaal de basis geweest.

Aan het begin van je loopbaan was je drummer in de band 'Alles'. Wat voor muziek speelden jullie?
We speelden soul, The Rolling Stones, Birds, allemaal top 40. Een mooie mix. We hebben het nummer Murdock 9-6182 uitgebracht. Het kreeg een goede notering in de top 40. Mijn broer Cor zong dat nummer. Toen was ik 15 jaar. Broer Cor zat in de band Alles met Evert (Jassie). De band Alles zocht een drummer en ze vroegen mij. We repeteerden iedere avond met veel plezier. Ons repertoire was heel divers.

Van welke muziek hield je zelf in die tijd?

Wij zijn opgegroeid in de mooiste en rijkste tijd wat muziek betreft. The Kinks, The Who, The Rolling Stones, The Beatles, ga zo maar door. Kwam er een single uit, dan kon je het niet afwachten om dat nummer te leren. Voor mij was er niets anders, dat was de enige muziek die ik wilde spelen.

Heb je ook deel uitgemaakt van de Dekkerband?

De platen van de Dekkerband heb ik ingespeeld. Lilly van Putten en het Volendammer Volkslied. Eigenlijk was Jaap (Lood) de drummer, maar af en toe viel ik in. We speelden dan met vijf ‘Dekkers’. Klaas, Cor, Bep, André en ik. Aangevuldmet Jack (Jozef) en Theo van Scherpenseel (beter bekend als Specs Hildebrand).

Had je nog een ander beroep naast muzikant?

Mijn vader was naast muzikant ook onderaannemer. Hij had gelukkig elf jongens en dat waren ook zijn knechts. Dus wij gingen automatisch naar de technische school (ambachtsschool). Wij konden timmerman of metselaar worden. Ik ben metselaar geworden en heb dit van mijn 14e tot mijn 20e gedaan. Ondertussen speelde ik in de bandjes Alles, Progress (later Jen-Rog). Met BZN was het metselen niet meer te combineren.

Wat onderscheidde jullie als BZN van de rest van de bands?

De muziek die BZN maakte, met een zanger, zangeres en een accordeon waardoor een prachtige BZN-sound ontstond, was er toen niet. En die hebben wij zelf gecreëerd. Dan moet je natuurlijk ook het geluk hebben met zo'n eerste liedje, dat was Mon Amour. Er zit ook een stuk gesproken Frans in wat het nummer apart maakt.

Toen... kwamen we op nummer 1 met Mon Amour. En wij waren daardoor alleen maar bezig met feest vieren, haha (lacht). Het was toch ook niet normaal! Het was een periode die we uitgebreid vierden. Je weet hoe dat dan gaat. Toen belde Cor Aafting van de platenmaatschappij. "Over drie maanden moet er een lp uitkomen, zijn jullie al klaar?" Toen konden we als de wiedeweerga aan de slag. Hele dagen waren we bezig. Melodieën creëren, teksten schrijven, demo's maken, voor ons eerste album. Het was veel arbeid, we hebben er een bijzonder album van gemaakt.

De lp is uniek geworden met prachtige liedjes. Door díe move van de single Mon Amour hebben we de hele wereld rondgereisd en 14,5 miljoen albums verkocht.

Jullie waren ook bekend in het buitenland. Wat is het mooiste wat je in het buitenland hebt meegemaakt?

Zonder dat we het wisten waren we succesvol in Zuid-Afrika. Daar hebben we ongelooflijke dingen meegemaakt. We waren een muziekspecial voor de Tros aan het opnemen in Kenia. Iemand van de platenmaatschappij zei: "jullie zijn nu toch al in Afrika, ga eens naar Zuid-Afrika. Daar zijn jullie succesvol." We gingen, maar wisten niet wat ons te wachten stond. Als we succes hadden in Zuid-Afrika, dan hadden we dat toch wel geweten?

In Johannesburg troffen we een heleboel fans aan. Zelfs de burgemeester stond ons op te wachten. We konden het niet geloven. We konden niet eens bij de auto komen! We zijn er toen een paar dagen geweest. We hadden geen instrumenten meegenomen. Ze kwamen alleen om ons te zien. We hebben winkelcentra geopend en handtekeningen uitgedeeld. Er stonden 1000 mensen op een plein en wegen waren afgezet. Het was nog gekker dan in Nederland. Vanwege de apartheid in Zuid-Afrika mochten we daar nog niet optreden. Een jaar later werd de apartheid afgeschaft en hebben we daar een paar keer een tour gedaan. We speelden in grote hallen vergelijkbaar met Ahoy. Uiteindelijk hebben we daar net zoveel nummer 1-hits gehad als in Nederland. Diverse albums zijn platina geworden.

Welk nummer van de BZN is het meest bijzonder voor jou? En waarom?

De single Mon Amour. Dat is de oorsprong van alles wat ik heb meegemaakt. We waren een rockband en tijdens repetities speelde Thomas Tol (bandlid BZN in die periode) soms een intro. Dan kwam ik erbij met een roffel. Spelenderwijs is het ontstaan. Jan Keizer, onze zanger, die Frans sprak en Cees Tol (bandlid BZN in die periode) kwamen met de lage noten enzovoorts.

We gingen met drie nummers naar de platenmaatschappij. Tenderness van Glen Campbell, nog een cover én Mon Amour waarin het Frans van Jan toen nog gebrabbel leek. Cor Aaftink van de platenmaatschappij zei: "doe meer met die sfeer van dat Franse nummer. Die komt op nummer 1."

We hebben een arrangeur in de arm genomen (Gerard Stellaard) om het nummer verder te bewerken en in de zomer van 1976 kwamen we op 1. De rest is geschiedenis.

Die single is de basis van alles, ook van de Mon Amour band.

Wat vind je het mooiste van het maken van muziek?

Het proces van het maken van nieuwe nummers. Zelfs nu kan ik nog zenuwachtig zijn als we een nieuw lied introduceren. De beste liedjes ontstaan trouwens in tien minuten. De ervaring heeft geleerd dat de liedjes waar teveel aan gesleuteld moest worden, geen hits werden. Het ontstaan van een nieuw en mooi nummer is magisch.

Het gebeurt weleens dat ik bijvoorbeeld in de auto zit en dat er opeens een couplet, refrein of een intro bij me binnenkomt. Het begint altijd met de muziek. In het maken van teksten ben ik nooit sterk geweest. Bij BZN waren Cees Tol en Jan Tuijp daar goed in.

Met het duo waar we nu mee werken, gaat het hetzelfde. Ik had een mooi melodie en dat wilde ik aan Jaap de Witte laten horen. Er was iemand nodig voor de teksten. We kennen allemaal de Nederlandse taal, maar zoals Jaap de woorden achter elkaar zet. Dat is een gave.

Wat is het meest bijzondere wat je hebt meegemaakt?

Tijdens de opname van een nieuw album waren wij bezig in de Wisseloord studio's. Toen we daar aankwamen was alles beveiligd en nadat we gescreend waren mochten we verder. Wat bleek... Mick Jagger was een soloalbum aan het opnemen in studio 1. En wij namen een album op in studio 2.

Tijdens de lunch zaten we aan dezelfde tafel. Ongelooflijk. Met The Rolling Stones was voor ons alles begonnen en nu konden we zelfs met hem praten. Jan Keizer stond een keer achter de bar koffie in te schenken en Mick Jagger vroeg: "wil je voor mij ook koffie inschenken?".

Jeff Beck was ook uitgenodigd door Mick Jagger in de Wisseloord Studio's. Dus ging je naar de kantine dan hoorde je Jeff Beck zijn nieuwe gitaarlicks uitproberen. Heel bijzonder!

Ook het moment waarop Jan Keizer, Jan Tuijp en ik liedjes gingen schrijven voor Jan Smit wil ik hierbij niet ongenoemd laten. Het nummer 'Ik zing dit lied alleen voor jou' kwam vanuit het niets op nummer 1 (in 1997). Dit was daarvoor jarenlang niet gebeurd. Voor het laatst in 1967 met de single A Whiter Shade of Pale van Procol Harum. Dit was een ware sensatie om mee te maken. We hebben uiteindelijk vijf Nederlandse en vijf Duitse albums voor Jan Smit gemaakt.

Wat is je passie?

Mijn kleinkinderen. Ik ben er stapel op. Toen die op mijn pad kwamen ging er een wereld voor me open. De band die we hebben is heel leuk. Vijf kleinkinderen waar ik tijd aan kan besteden. Ik maak dingen mee die ik met mijn eigen kinderen niet had. Het lijkt een gemiste kans, maar het kón toen niet anders. Zo verschrikkelijk leuk om met ze te stoeien. Samen met mijn vrouw hebben we een paar dagen in de week oppas en dat is... genieten.

Als niets te gek zou zijn in de muziek, wat zou je dan nog willen doen?

Wat de Volendamse band B6-Band nu doet, een formatie met blazers vind ik heel mooi. Helaas is dit er nooit van gekomen. Die muziek is voor een drummer heel interessant en daarin kun je jezelf helemaal uitleven. Als ik daarvoor gevraagd zou worden, zou ik daar zeker over nadenken. Dat is iets wat ik nog nooit heb gedaan, maar wel graag zou willen. Het spelen in zo'n band zit nog ergens in mijn hoofd, haha (lacht).

Wil je zelf nog iets toevoegen?

Ik zou alles weer over doen. Het is een periode geweest die voor weinig mensen is weggelegd. Als muzikant, maar ook als mens. Ik ben nog elke dag dankbaar dat ik het mee heb mogen maken. En het is nog niet over. Ik ben altijd met muziek bezig en dat blijf ik doen. En zal muziek blijven maken van 's morgens tot 's avonds zolang het kan.

Twee dagen na dit interview bereikte ons het trieste bericht dat Cees Tol op 70-jarige leeftijd is overleden.

Jack vertelt zaterdag 14 april: Zijn overlijden is bij mij binnen gekomen als een schok. Cees en ik hebben altijd contact gehouden. In de tijd van BZN was Cees mijn maatje ten tijde van buitenlandse reizen. Wij deelden altijd een kamer. Op Schiphol kochten we standaard een fles port en na een lange draaidag dronken we nog een portje op de rand van het bed. Cees had een aanstekelijke humor en ik denk met veel plezier terug aan die periode. Afgelopen november, december en januari zijn we nog met z'n tweeën naar een arts in Helmond geweest. Deze arts boekte met zijn Chinese geneeswijze goede resultaten bij mensen met herseninfarcten. We hebben tijdens die ritjes weer goede gesprekken gehad, ook over vroeger. Helaas zag Cees weinig resultaat en stopte met de behandelingen, maar ik ben blij dat ik dat nog met hem gedaan heb.

Door Denise de Boer

Meneer Rossenaar

In 't Bedakkertje van december 2017 stond een interview met meneer Rossenaar. Meneer Rossenaar en zijn vrouw hebben onlangs hun 60-jarig huwelijks jubileum gevierd.

't Bedakkertje zoekt meneer Rossenaar op in zijn mooie appartement op de tweede etage. Het balkon heeft een schitterend uitzicht op het park. Nu de bladeren van de bomen vallen is het echt een prachtig herfsttafereel. Meneer Rossenaar geeft dan ook aan dat hij erg blij is dat hij niet beneden woont, maar op 2 hoog. Hij vindt het verder een groot voordeel dat alles om de hoek is, zoals vele winkels. 

Meneer Rossenaar houdt zich graag bezig met het kijken naar voetbal, zowel op tv als op het voetbalveld. Ook houdt hij van klaverjassen, en bezoekt hij natuurlijk heel vaak zijn echtgenote in Sint Nicolaashof. Wij interviewen hem vanwege iets dat ons opviel toen het echtpaar een tijdje terug in de Nivo stond vanwege hun 60-jarig huwelijksjubileum: namelijk dat ze jarenlang naar Spanje met vakantie zijn geweest.

Onze lezers willen altijd graag weten van wie iemand er eentje is. Kunt u ons misschien iets over uw familie vertellen?
Ik ben in Edam geboren, en via de woningbouwvereniging zijn mijn vrouw en ik toentertijd in Volendam terechtgekomen. Ik reed op een vrachtwagen en kwam heel vaak bij de Avi, dus alle Volendammers kenden me al. Ik vond het dan ook totaal geen probleem om van Edam naar Volendam te verhuizen. Mijn vrouw en ik hebben twee zoons, en vier kleinkinderen (twee jongens en twee meisjes).

Uw vrouw woont in Sint Nicolaashof. Wat zijn de ervaringen met de zorg?

De zorg is zonder meer goed in Sint Nicolaashof. Het is een mooi nieuw gebouw met een prachtig restaurant, waar het trouwens heel erg voordelig is! Mijn vrouw verbleef eerst een half jaar in Hoorn. Daar werd wel wat meer samengedaan met de bewoners. Denk bijvoorbeeld aan samen het eten bereiden, samen aardappels schillen en zo. Maar aan de andere kant is Hoorn wel ver, als je regelmatig langs wilt gaan. Dus het is erg fijn dat ze nu in Volendam in Sint Nicolaashof woont.

Zelf krijg ik thuiszorg, en dat bevalt ook goed. Elke dag weer een ander gezicht aan de deur, soms met z’n tweeën zelfs als er een leerling mee is. Ik vind het wel gezellig.

Onlangs waren jullie maar liefst 60 jaar getrouwd. Wat is het geheim voor zo’n lang huwelijk?
Ik heb eerlijk gezegd geen idee! De tijd is omgevlogen. Misschien passen we gewoon heel goed bij elkaar. Het is jammer dat mijn vrouw het niet meer beseft, dat we alweer 60 jaar getrouwd zijn. Sterker nog: als ze ’s morgens in Sint Nicolaashof beneden zit om koffie te gaan drinken, weet ze vaak niet eens dat ze beneden zit. Het is een heel nare ziekte dementie, en erg moeilijk. 

Wij lazen in de Nivo dat jullie vele jaren naar Spanje met vakantie zijn geweest. Hoeveel jaren?
Dat zal ruim twintig jaar achter elkaar geweest zijn. We gingen altijd twee keer per jaar, dus in totaal ben ik er dan zelfs wel een keer of veertig geweest ongeveer. We gingen altijd drie weken in oktober en drie weken in februari. Lekker de warmte opzoeken als het hier wat kouder werd. Als ik eerlijk ben zou ik zelfs nu nog wel naar Spanje willen. Maar dat wordt wel heel erg lastig, om alleen te gaan, vooral ook omdat ik wat slecht ter been ben. Maar niet getreurd: als de zon schijnt ga ik prinsheerlijk in mijn luie stoel hier op het balkon zitten! 

Waar verbleven jullie in Spanje? Steeds in dezelfde plaats, of telkens ergens anders?
Wij zijn gewoontedieren: we gingen altijd steevast naar Benidorm. En ook steeds naar hetzelfde hotel, Caballo de Oro. En altijd met het vliegtuig. Ik vind vliegen best leuk, maar ik viel altijd de hele vlucht in slaap. Pas bij het landen werd ik weer wakker .

Op welke manier vierden jullie vakantie? Samen of met meerdere mensen?

We gingen altijd met z’n tweetjes. Maar weet je, na zoveel jaren leer je daar veel mensen kennen. We kwamen heel vaak dezelfde mensen tegen, dan worden dat een soort vakantievrienden. Erg leuk. We gingen heel vaak naar het strand. Mijn vrouw deed standaard elke ochtend mee aan de gymnastieklessen op het strand. En de kinderen zijn ook vaak een weekje langsgekomen, dan deden we leuke dingen met hen natuurlijk. 

Waarom kozen jullie jaar na jaar voor Spanje?

Ja, dat is best gek als je erover nadenkt. Ik denk dat we hielden van het bekende daar, dat het vertrouwd voelt. We kenden daar op een gegeven moment iedereen. We kwamen er trouwens ook altijd veel Volendammers tegen.

Wat was de mooiste vakantie ervaring?

Op speciale feestdagen hebben ze daar heel mooi vuurwerk. Echt schitterend. Daar was ik erg van onder de indruk, echt heel bijzonder vond ik dat. Je kunt je dat niet voorstellen als je het niet gezien hebt. Duizenden mensen stonden daar dan naar te kijken op de boulevard.

Wat vindt u mooi of bijzonder aan Spanje?

Het stierenvechten is natuurlijk wel echt typisch Spaans. Die volle stadions. En ik vond het altijd wel mooi als een stier zo’n kerel dan te pakken kreeg...

Zijn er ook dingen die u minder mooi of leuk vindt aan Spanje?

Nee, ik kan werkelijk niks bedenken. Natuurlijk moet je het wel treffen wat het weer betreft, maar dat zat eigenlijk meestal wel goed.

Wat zou u absoluut mensen aanraden die volgend jaar naar Spanje gaan. Wat moeten ze echt gaan zien of doen?
Dan kom ik toch weer uit op dat vuurwerk. Echt spectaculair, een aanrader voor iedereen die die kant op gaat.

Bekend zijn de verhalen over Volendammers die hun hele huisraad meenemen op vakantie naar bijvoorbeeld Spanje. Deden jullie dat ook?

Met de auto kun je dat doen, maar wij gingen altijd met het vliegtuig. Ik heb er weinig over gehoord, ik weet wel dat veel mensen dat doen maar ik ken ze zelf niet. Ik vind het wel een beetje gekkenwerk geloof ik, want alles is daar te koop. Wij zelf zouden daar dus niet aan beginnen.

Ook hoor je vaak dat mensen medicijnen of zalfjes meenemen vanuit Spanje naar Nederland, als dat hier niet te krijgen is. Heb je daar ervaring mee?
Wij hebben dat nooit gedaan en ook nooit van anderen gehoord. Gelukkig was het voor ons nooit nodig om een apotheek te moeten bezoeken op vakantie.

Zijn jullie ook naar andere landen met vakantie geweest en kun je ons daar iets over vertellen?
We zijn ook vijfentwintig jaar lang met de caravan naar Wijk aan Zee geweest. In Wijk aan Zee hadden we een vaste campingplek. Ook daar gingen we vaak naar het strand. En lekker op de fiets naar Beverwijk, dat deden we ook veel. Zoals ik al zei, we zijn echte gewoontedieren!

 

 

Afscheid Ben de Bock

Woensdagmiddag 14 juni nam Pater Ben de Bock afscheid als geestelijk verzorger van Sint Nicolaashof. In een fotoreportage wordt het afscheid belicht. Ben blijft gelukkig op zondag geregeld voorgaan in de vieringen in Sint Nicolaashof. 

 

 

Mevrouw Bank-Sinkeldam

In maart 2013 is mevrouw Bank-Sinkeldam geïnterviewd door de redactie van 't Bedakkertje. Ze werd in juni van dat jaar namelijk 100 jaar! 

Wij zetten mevrouw Bank-Sinkeldam, inmiddels 103 jaar, graag in het zonnetje. 

Lees hier het interview terug met mevrouw Bank-Sinkeldam. 

Bewonersinterview met Mevrouw Bank-Sinkeldam.

Maart 2013:

Naam:               Mevrouw Elisabeth (Bets) Bank-Sinkeldam

Leeftijd:            Wordt op 20 juni 2013 100 jaar

Kinderen:          Nico, Wim en Alie Bank (mevrouw Alie Bank is helaas

                           zeer recent overleden)

Echtgenoot:     De heer Kees Bank (overleden)

Mevrouw Bank-Sinkeldam wordt

20 juni a.s. 100 jaar. Een prachtige mijlpaal. Een leven van 100 jaar gaat ook samen met vreugde en verdriet. We vinden het een speciaal moment om hier in ’t Bedakkertje bij stil te staan.

U komt officieel uit De Rijp, hoe zijn uw man en u in Volendam terecht gekomen?

Ik kom inderdaad uit de De Rijp en m’n man officieel uit de Wormer. Zijn ouders hadden daar een kruidenierszaak en hij werkte als knecht bij een plaatselijke kapper. We zijn niet meteen in Volendam gaan wonen, maar hebben, nadat we zijn getrouwd, eerst een kapperszaak gehad in De Rijp. Onze kinderen zijn ook in De Rijp geboren, maar mijn man kon er niet wennen.

Hij had familie in Volendam, waaronder Bertus Binken en Alie Bank, van de Toren. En De Toren zei: jullie moeten naar Volendam komen, hier is echt behoefte aan een goede dameskapper. En zo is het gekomen. Ik was 40 jaar toen we weggingen uit De Rijp, 60 jaar geleden.

Waar was de eerste kapsalon gevestigd?

“De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam”

Op de dijk op het Noordeinde. Het was voorbij het huis en de praktijk van dokter Tuip. Eerst had je De Koe, dan de Muuw en dan onze zaak. Heintje van Madoet heeft de zaak helemaal verbouwd. Het liep meteen als een tierelier! Mijn man was echt zó gewend. Ik had wel een paar weken nodig om te wennen, maar heb er nooit spijt van gehad. We hadden ook goede buren die meteen klaar stonden om mij te helpen toen ik in het begin m’n handdoeken niet goed in de roop kreeg. Het was nog net geen strijd om wie mij mocht helpen.

De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam, Meester Beumer kwam ongeveer gelijk als ons in Volendam wonen.  

Zestig jaar geleden als ‘buitenstaander’ naar Volendam verhuizen. Ging dat meteen goed?

Bij ons ging dat heel goed. We werden overal opgenomen, we kwamen meteen in de Joppekop en met kermis mochten we overal bij. Mensen uit de omgeving zeiden destijds tegen ons: ‘In Volendam?! Ze laten je links liggen als je buitenstaander bent.’ Maar daar hebben wij niks van gemerkt.

Met een winkel heb je natuurlijk snel contact. Onze kinderen zijn later allemaal kapper geworden. M’n dochter Alie was echt een geweldenaar, die kon alles. Alie is recent overleden, dat is niet de juiste volgorde.. het zou andersom moeten zijn...

Dan denk ik: “Meid knip er toch een stuk af!”

Let u nog steeds op de haarmode?

Jazeker, ik gril van meiden met dat lange steile haar wat er vaak ook nog dood uitziet. Dan denk ik: ‘Meid knip er toch een stuk af!’ Als e nou nog een beetje een krul in zit, maar het lijkt vaak net hooi. Iedereen moet het natuurlijk voor zichzelf weten hoor, maar opgeknipte koppies vind ík het mooist.

Jullie hebben altijd een eigen zaak gehad, gingen jullie wel met vakantie?

Jawel hoor, dan kwam m’n moeder over voor het huishouden, maar we gingen nooit zo lang.

Mijn man zei altijd: ‘als ik 60 ben dan stoppen we. Dan gaan we genieten.’ Maar toen kreeg hij slokdarmkanker, hij moest nog 60 worden en heeft daar 1,5 jaar mee gesukkeld. Hij kon geen eten verdragen en heeft wel 30 bestralingen gehad. Dat is alweer zo’n 35 jaar geleden.

Bijna 100 jaar… hoe gaat het met uw mobiliteit?

“Gelukkig is m’n verstand ook nog goed.”

Ik ga wat slechter zien, maar ik loop nog als een kievit! Een keer per week heb ik een hulp in de huishouding. Aaf heet ze, echt een geweldige hulp. Daar ben ik zo blij mee. Maar m’n boodschappen doe ik nog zelf. Alle dagen ga ik naar Deen. Je moet je benen natuurlijk wel blijven bewegen want als je blijft zitten word je zo stijf als wat. En gelukkig is m’n verstand ook nog goed.

Gaat u vaak naar de kerk?

Elke avond ga ik naar de Vincentiuskerk, tenzij er iets tussen komt. Ik ga in ieder geval 4 á 5 keer per week. Vooral voor de rust die je er vindt. Ik haal er rust maar nú ook veel kracht...

Kunnen we stellen dat dát uw geheim is?

Nou misschien wel ja. Mijn moeder zei altijd: “Als je drie keer per dag bid voor Maria dan word je oud en krijg je een mooi leven.”

Wilt u zelf nog iets kwijt?

Nou dát wil ik kwijt. Dat de mensen best wat vaker naar de kerk mogen gaan. Ik ben nu al blij als ze iemand in de familie laten dopen.

Als het slecht gaat dan zit de kerk in een keer helemaal vol, maar als het goed gaat kunnen ze beter ook blijven bedanken. Onze lieve heer wil ook wel eens bedankt worden! Dus dat zouden meer mensen moeten doen, dan zou de wereld er mooier uit zien. 

Alie Kroon en Annie van Wijk 40 jaar in dienst

Alie Kroon en Annie van Wijk zijn 40 jaar in dienst! Een mijlpaal! We stellen hen enkele vragen over hun begintijd bij Sint Nicolaashof.

Annie van Wijk-Koning (57)

Is in dienst getreden op 2 januari 1976 bij Sint Nicolaashof. Annie was toen 16 jaar. Annie werkt in de Kloosterhof en af en toe in de flats. Voordat ze in dienst kwam van Sint Nicolaashof, werkte ze in een kapel bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Met haar zus ging ze naar zuster Dominique voor een baan in de huishouding in Volendam, maar die had iemand in de verpleging nodig en zo is Annie in de verpleging 'gerold'.

Alie Kroon-Mooijer (55)

Is op 31 mei 1976 bij Sint Nicolaashof in dienst getreden. Alie was toen ook pas 16 jaar. Daarvóór had ze daar al een jaar stage gelopen als 15-jarige in de huishouding. Ze werd daarna gevraagd voor de verpleging. Vroeger heeft Alie 'in de wijk' gewerkt, nu in de Kloosterhof en in de flats. Dat vindt ze ook het mooie van haar werk. Geen dag is hetzelfde! 

Wie was jullie eerste baas?
Annie en Alie: Dat was voor ons allebei zuster Marie-Dominique. Zuster Dominique had nog een assistent. Dat was zuster Theofrida. Ze werd door iedereen 'zwartoogie' genoemd.

Kunnen jullie iets vertellen over die begintijd?
Annie en Alie: Je moet het zo zien dat het in die begintijd erg streng was. Het was streng voor het personeel, het belangrijkste waren de bewoners/de patiënten. De bewoners/patiënten waren haar álles. Toch kun je daar je mening over hebben, maar Zuster Dominique ging overal over. De technische dienst, verpleging, de inrichting van de kasten was perfect, enzovoorts. Ze was heel streng, maar ze had echt alles op orde. Het moest niet gebeuren dat je vijf minuten te laat kwam. Het maakte niet uit door welke deur je even te laat kwam. Ze wist het! Je moest ook altijd bezig zijn en je mocht niet zitten. Als je even niks deed en ze zag je, dan kwam ze binnen en pakte meteen een stofdoek voor je. Luie mensen, daar hield zuster Dominique niet van. 

Annie van Wijk en Alie Kroon
Annie van Wijk en Alie Kroon

Alie: Ik heb nog een periode gehad dat ik weg wilde. Ik wilde liever wat anders leren (dat was op het moment dat ik nog in de huishouding zat) dus ik stapte naar zuster Dominique. Toen was ik een jaar op 15/16. 'En wat wil je dan gaan doen?' Vroeg zuster Dominique. Mijn antwoord was dat ik ander werk wilde gaan doen in een ander gebouw met ander personeel.

Nou, zei zuster Dominique, daar verderop komt binnenkort een nieuw gebouw. Daar komt ander personeel te werken en dan kom je in de verpleging in plaats van

in de huishouding, dus dan is alles anders. Daar stond ik dan met open mond, toen ben ik maar gebleven en dat is inmiddels 40 jaar geleden.

Er werkten ook nonnen mee. Het oude bejaardentehuis zat vast aan het klooster met kleine aanleunwoningen. Vanuit het klooster kon je binnendoor rechtstreeks bij het bejaardentehuis naar binnen. De nonnen waren goede 'leermeesters'. Ze waren schoon. Ze hadden alles op orde. Ze hadden een grote taakomschrijving en inzet. Alles ging zoals zij het wilden hebben.

Hadden in die tijd de zusters het voor het alleen voor het zeggen of mochten jullie je ook bemoeien met de zorg?
Alie: Je mocht je helemaal nergens mee bemoeien. Het was heel streng. Het was zelfs zo streng dat tijdens mijn ondertrouw (Alie) mijn man op bezoek kwam en buiten in de kou moest wachten, hij mocht het gebouw niet in.

Er was orde en regels, daar zorgden de zusters voor. Alles was schoon en netjes. Ondanks dat de zusters streng waren voor het personeel was er toch veel gezelligheid. De bewoners/patiënten waren gewoon het belangrijkste, dat was het uitgangspunt.

Het was hard werken. Je moest doen wat er gezegd en opgedragen werd, maar we lachten veel. We hadden erg veel 'schik', juist omdat het zo streng was. Je was er volledig voor de bewoners.

De aanleunwoningen in deze vorm dateren van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Verleenden jullie ook zorg in de oude aanleunwoningen?
Annie en Alie: Jazeker, dat waren die huisjes waar nu de toren van de Gerardusstraat staat. De mensen daar hadden een belsysteem en als ze die gebruikten kwam die bel bij ons binnen en gingen we erheen.

De aanleunwoningen in de Gerardusstraat staan ongeveer op dezelfde plek als de oude aanleunwoningen. Die vier losse huisjes die ervoor staan, zijn er later bij gekomen. 

Zijn er markante bewoners die jullie je herinneren en waarom?

Gaartje Blark was heel opvallend. Ze geloofde bijvoorbeeld altijd nog in Sinterklaas. Sommige bewoners gingen nog verkering zoeken in het bejaardentehuis. Ja echt! Dat hebben we ook meegemaakt. Als je plotseling in een kamer kwam, stonden twee oudjes te zoenen.

Mevrouw Peek, de tante van Johnny Jordaan, stofte de hele dag alles af in het gebouw. Ze kwam dan aan het eind van de dag haar loon ophalen. Ze had immers de hele dag gewerkt! Groot voordeel van het verblijf van mevrouw Peek was dat Johnny Jordaan hier af en toe kwam optreden.

Kunnen jullie verbeteringen noemen van de laatste tijd?
Annie en Alie: Het is moderner, de kamers zijn mooier en groter. Iedereen heeft een eigen verblijf en eigen douche. Bewoners wonen zelfstandiger en worden hierdoor ook gestimuleerd om zelf meer te doen. Er is ook meer privé voor bewoners. En er zijn meer mogelijkheden, zo kan er gebruik gemaakt worden van fysiotherapie en dagopvang. Naast de fysiotherapie en dagopvang wordt er meer activiteiten georganiseerd zoals met Pasen, Pinksteren, optredens, bingo en er worden films gedraaid. En natuurlijk dat je 's avonds nog even een koppie kan drinken in restaurant De Botter.

Wat we ook als verbeterpunt ervaren is dat de bewoners mondiger zijn geworden dan vroeger. Het is vast nog herkenbaar dat oudere mensen bang waren voor de dokter, het is een goede vooruitgang dat dat nu anders is! 

Wat is weggeraakt en zouden jullie graag weer terug willen?
Annie en Alie: Soms zouden we wel een deel van de goede oude tijd terug willen. Het grote voordeel van het Kloosterhof zijn de luxe en mooie appartementen, maar de deuren bij de bewoners zijn gesloten. Daardoor is er wat warmte en gezelligheid voor de mensen weggevallen. Vroeger stonden de deuren namelijk bij iedereen open. Iedereen kon bij elkaar naar binnen lopen. Dus die deuren open, de gezelligheid, er was een zitje voor de bewoners, de band die de mensen daardoor met elkaar kregen, dat wordt gemist.

Hoe lang moeten jullie nog werken en gaan jullie door tot het eind?
Anie en Alie: Dat hopen we van wel! Ons werk is een belangrijk onderdeel van ons leven en het is dankbaar werk. We genieten echt van ons werk. Het werken met oude mensen en zeker ook met bewoners die langzamerhand meer ‘in de war‘ raken is iets moois, dat is niet uit te leggen.

Het is een deel van je leven, alles uit die tijd weten we nog. De kermissen die we mee hebben gemaakt. Prachtig. Eigenlijk hebben we alles meegemaakt. De kleine kamertjes, vervolgens twee mensen op een kamer, daarna alle vernieuwingen en je ziet ook gebeuren dat sommige dingen weer terugkomen. De mensen die nu binnenkomen kennen wij al omdat hun ouders hier ook al zaten. Dat kun je jezelf toch bijna niet voorstellen?

Willen jullie zelf nog iets kwijt?

We hopen in ieder geval dat we het lang mogen blijven doen!

Door Denise de Boer

Your caption text here