Afgelopen voorjaar (2025) heeft de Brandweer Volendam op indrukwekkende wijze het 100-jarig bestaan gevierd. Op 24 mei 2025 was er een open dag op de kazerne met meerdere soorten brandweerwagens, en diverse activiteiten voor jong en oud. De open dag was een groot succes. Nu alle aandacht wat is weggezakt, is de redactie gaan zitten met enkele actieve vrijwilligers en oudgedienden: René Mossel, Niels Melman, Crelis Veerman en vader en zoon Albert en André Schilder.
Hoe was de brandweer in Volendam vóór 1925 geregeld?
André: Toen werkten Edam en Volendam nog samen. In 1924 moesten Edam en Volendam van de burgemeester verder als afzonderlijke eenheden, en in 1925 werd voor Volendam een vereniging opgericht. Ik wilde dit jaar voor de vereniging het predicaat Koninklijk aanvragen, daarvoor moest ik allemaal bewijsstukken aanleveren maar er is geen officiële akte. Die is er nooit geweest en daarom hebben we het predicaat Koninklijk niet gehad, maar ik heb er wel meerdere dagen voor in het archief gezeten. Ik weet nu alles en ook dat later formeel een echte vereniging is opgericht.
Het eerste onderkomen van de brandweer was beneden bij Noordeinde 91, nu de woning van Peter en Huib Schokker. Je kon dat nog geen kazerne noemen. Later moest het gebouwtje boven op de dijk komen want met sneeuw en ijs was het niet te doen om de kar boven op de dijk te krijgen.

Albert: Dat was de eerste opslag voor de brandweerpomp, die toen nog werd voortgetrokken door een paard. Deze eerste pomp staat nog steeds in de kazerne. Na het Noordeinde verhuisde de opslag naar de Sint Jozefstraat. Pas toen kon je spreken van een kazerne.


Het is nog steeds een vereniging, met een bestuur, en alle brandweerlieden zijn lid. Is het nodig om jezelf af te melden als lid als je stopt als vrijwilliger?
René: Nee, Niels en ik zijn al gestopt, maar op maandag doen we nog mee met de oefenavond. We betalen nog contributie en zijn nog lid van de club. Ook Crelis is geen lid meer maar hij is hier elke maandag nog vrijwilliger achter de bar. Klopt het dat de brandweer vroeger donaties kreeg vanuit de middenstand. De overheid gaf daar geen geld aan uit.
Niels: Klopt. Het heeft best wel gewerkt. Het stopte toen de gemeente verantwoordelijk werd.
René: Na de caféramp in 2001 zei waarnemend burgemeester Bulte dat er een rechtspositieregeling zou komen en dat we verzekerd zouden worden. We kregen er een commandant bij en we zouden op een hoger niveau gaan spelen. De leden waren wel altijd verzekerd.
Waar werden de kosten zoals een nieuwe brandweerauto van betaald?
René: Die betaalde de gemeente, die zorgde voor het materieel. Commandant Henk Tol [Foe] ging dan langs burgemeester Westendorp met de mededeling dat hij de wagen gemakshalve al had besteld! Dan gingen de haren van gemeensecretaris Jaap Jonk al rechtovereind staan.
Crelis: We hebben ook Siem Veerman [Siem Lut] gehad als verantwoordelijke wethouder. Bij de opening van de kazerne vroeg Siem aan Foe: “Hoe staan de zaken?”. “Nou -zei Foe- het gaat goed.” Wethouder Siem zei dan dat hij geld tekortkwam in de gemeentekas en vroeg of de aanschaf van de nieuwe brandweerwagen nog niet een jaar kon worden opgeschoven? Foe antwoorde toen: “Nou hij start elke keer nog, dus hou het geld maar!”

Het is natuurlijk heel belangrijk dat jullie een groep mensen hebben die elkaar vertrouwen en goed met mekaar kunnen opschieten.
Albert: Bij ons moeten jong en oud inderdaad goed met elkaar kunnen opschieten, en je moet een goede achterban hebben, meestal je vrouw. Je krijgt geen schema mee, je broek moet klaarliggen voor als je opgeroepen wordt. Dat was vroeger een bel, nu een pieper.

Nu is Niels de commandant, met André als opvolger, wie was de vorige?
Niels: Dat was Jan Zeeman. Hij is hier maar een paar weken geweest. Hij kon helaas niet goed aarden in Volendam. Daarvoor was het Cor Steur.
René: Kees Bond is ook nog commandant geweest, dat was na de Nieuwjaarsramp. Destijds was het Cor Steur met Nico Lansen als ondercommandant. En hoe ging het dan vroeger met mensen zoals Henk Tol [Foe]?
René: Nou, stel je voor, er was bij jou thuis brand en je kon niet meer thuis slapen. Dan had Foe al een kamer voor je geboekt bij Hotel Spaander. Voordat je de vraag stelde had Foe het al geregeld.
André: Hij zakte bij een brand in een woonhuis door de vloer. Tegen de bewoner zei hij: geen zorgen Dirk, morgen ligt er een nieuw matje in jouw huis. Foe regelde het.
Albert: Dat soort mensen heb je gewoon nodig, die dat regelen.
Jullie hebben de vrijheid om zoiets op die manier aan te pakken?
Niels: Ja, binnen de vereniging heb je daar wel de vrijheid voor. ‘Aan de warme kant’ zoals wij dat noemen. Moet het van hogerhand worden geregeld, dan gaat het anders.
René: Er zijn gigantisch veel regels bijgekomen in al die jaren. We kunnen nu niet zomaar op een zondagochtend zwembaden vullen voor twee buurtfeesten, want je kunt ieder moment worden opgeroepen voor watertransport. We hebben een busje dat is gekoppeld aan onze grootwatertransportwagen die wordt ingezet bij grote branden in de regio. Als dat busje dan ergens anders staat terwijl we worden opgeroepen, hebben we wat uit te leggen. Nu mogen we dan ook niet meer zomaar met dat busje overal heen. Ik heb in het verleden geregeld mensen opgehaald en weggebracht van en naar Schiphol! De koffers achterin, dat kon toen gewoon.
Wat zijn nou de meest bekende of grote branden geweest in Volendam?
We hebben de Nieuwjaarsbrand gehad, Dirk van den Broek, maar ook de kermisbrand of voor onze tijd de brand in de oude bakkerij van Van Pooij.
René: We hebben ook bij de Pius X een grote brand gehad, met bevroren slangen, bij de Kattenkop. Keko aan de Haven was ook een grote brand.

André: Bij die brand aan de Haven moesten we met de slangen door iemands huis om te kunnen spuiten.
Niels: Dirk van den Broek was ook heftig. Daar konden we niets meer doen behalve de slangen neerleggen, want we konden er niet meer naar binnen.
Crelis: Bij Kras Recycling hebben we ook op een zaterdag een brandje gehad. Daar waren gelukkig geen mensen bij betrokken. We moesten toen wachten op de Firma Huiberts van Katwoude voor een kraan. Het smeulen na die brand heeft wel een week geduurd.
Zijn er, behalve bij de Nieuwjaarsbrand, nog andere dodelijke slachtoffers geweest in de afgelopen jaren?
Niels: Ja wel in die tjalk een keer. Ook in de Haven, vijf jongemannen en drie honden kwamen om door koolmonoxidevergiftiging. Dat was een enorm drama, natuurlijk vooral voor de nabestaanden van de omgekomen jonge mensen, maar ook voor ons en andere hulpverleners en zeker ook voor de begrafenisonderneming met Johan Schokker.


Albert: Het eerste dodelijke slachtoffer dat ik meemaakte, gebeurde in de Kapelaan Ruiterstraat. De eigenaar maakte zijn brommer schoon met benzine in een schuurtje. De buurvrouw was al in de schuur aan het sproeien, totdat wij het blussen overnamen.
Crelis: We hebben ook brand gehad in de AMVO. Tijdens een bruiloft had iemand een sigarettenenpeuk onder de heteluchtverwarming gegooid. De brand ging toen via de elektrapijpen naar boven. In die tijd was het gebruikelijk dat bruiloftsgasten na afloop biefstuk of kip kregen. Vanwege de brand kregen de gasten toen hun biefstuk of kip mee naar huis. Toen zei Foe: “we moeten de keuken nathouden want met kermis moet de AMVO weer open!” En hij zei na de brand tegen ons: “heb je al eten gehad? Lust je kip of biefstuk?”
Niels: Je had ook nog brand in de Voorhaven in Edam.
André: Ja dat was in Edam maar dat heeft Volendam geblust. Edam was toen z’n eigen kazerne aan het leegrijden, daardoor hebben wij daar volop staan spuiten. De brandweer van Edam en Volendam helpen elkaar wanneer nodig?
René: Zeker! Met de Edammer kermis zijn wij actief, met de Volendammer kermis komen zij ons helpen als dat nodig is. Ook tijdens ons jubileum, toen we ons 100-jarig bestaan vierden, waren zij actief. Dat was een heel mooie dag! Hoe is dat gegaan voor jullie?
André: Ja dat wilden wij inderdaad groots vieren. We wilden een open dag waar iedereen nog lang over zou napraten. De Marine wilde ik er erg graag bij hebben op die open dag. Want hun materieel is heel bijzonder. Per toeval zag ik toen in Den Helder iemand in zijn voortuin staan met een brandweerpak aan. Hij werkte bij de Marine op een speciale hoogwerker! Dus ik vroeg of hij wat te doen had op de datum van onze open dag. Een week later belde hij dat hij langs zou komen met die auto voor de open dag. Je moet gewoon af en toe geluk hebben.
René: En die hoogwerker, die kwam net bij een brand vandaan toch?
André: Ja die hadden net in Opmeer een brand gehad, kwamen ze om half vier ’s nachts thuis, hebben ze met z’n allen die auto gewassen en waren toen om half acht hier! Die hebben niet geslapen. Ongelofelijk. Voor iedereen die ons kwam helpen, hebben we een fles Volendammer bier en een stuk verse vis meegegeven voor de hulp.

Is het essentieel om goede contacten te onderhouden?
André: Jazeker. Als je zegt dat je van Volendam komt heeft dat altijd voordelen. Mijn neef zit bij de duikgroep van het Korps Mariniers en hij beloofde dat ze langs zouden komen. Ze namen hun eigen tent mee. Hij wou ook een vaartuig meenemen, hij zou alles zelf regelen. Ze vonden het zo leuk dat ze een uitnodiging hadden gehad, die vonden dat geweldig.
Wie is nu de oudste nog levende brandweerman?
Niels: Wim Jonk [Stoop]. Hij wordt 27 oktober 83! Zeer goede kerel, nog les van gehad. We zijn nu met 24 man, op onze top waren we met ongeveer 44 brandweerlieden. We hadden toen twee teams. We zijn daarna teruggegaan naar één team en één auto maar kregen hiervoor een specialisme terug. Vooral na de Nieuwjaarsramp was er begrijpelijk veel verloop.

André: Brandweerlieden hebben hier wat meegemaakt tijdens de Nieuwjaarsbrand, dat maakt de gemiddelde brandweerman niet vaak mee.
Niels: Erwin Tuijp en ik zijn nu nog de enigen die zijn overgebleven en die destijds zijn uitgerukt tijdens de brand. We spreken ook min of meer van ‘voor’ en ‘na’ de brand. Er zijn daarna in heel Nederland veel dingen veranderd op het gebied van preventie en veiligheid. We hadden op die bewuste dag al twintig containers staan blussen. Dus we dachten bij de oproep nog, dat zal wel weer zo’n container zijn.
Hebben jullie na de ramp nog veel uitleg moeten geven aan andere korpsen?
Niels: Viel eigenlijk wel mee, ik ben wel naar Enschede geweest met Nico en Jaap de Boer.
André: Er was ooit een commandant die zei: “jullie zitten in een trein waar je alleen maar kunt uitstappen, je kan niet meer terug. Iedereen kijkt naar je”. Wij hebben hier onlangs een meneer gehad die een interessante lezing gaf. Hij zei dat zij veel hadden geleerd van de Nieuwjaarsbrand in Volendam. Hij was psycholoog en werkte bij Defensie en ging zelf mee naar Afghanistan om te zien hoe daar geschoten werd, anders kon hij er niet over meepraten. Hij noemde ons het ideale voorbeeld om van te leren.
Albert: Er is tijdens die Nieuwjaarsbrand ook hevig onderschat hoe erg de vlammen brandden, en hoe diep die wonden waren. Het nylon brandde zo weg dus de brandwonden drongen diep door in het lichaam.
René: Opvallend was dat die nacht alle dokters van Volendam aanwezig waren. Dat is niet te geloven en echt bijzonder op dit dorp. Top.
Crelis: Je hebt ook nog de ‘Drie Klompen’ gehad op het Slobbeland. Die is later verhuisd. Daarna hebben ze op die plek de vuilnis van Edam gestort. Elke vrijdagavond stak de gemeenteambtenaar de vuilnisbelt in de brand, om te voorkomen dat het niet groter werd. Wij liepen daar ’s nachts dan te spuiten. Het zat vol met grote ratten. Hein Koning zei dan, “Ik ga in de auto zitten, want deze eten mijn tenen op!” Vroeger was er elk weekend een brand op het HSB-terrein. In een huisje zat Thijs Trammeland. Hij stak daar gewoon zijn sigaret op als hij te veel had gedronken. Dat ging niet goed. Op het Slobbeland hadden we negen leden onder leiding van Klaas Veerman [Klaas Dekker]. Zij zijn later bij ons gekomen.
Albert: We hebben ook brand op een botter gehad die was ontploft. Toen kon de brandweerauto wel over de dijk heen, maar niet meer terug! Klopt het dat er met kermis ook branden zijn geweest?
René: Ja bij Van Diepen is er een brand geweest. Met kermis zijn er meer branden geweest. Een bijzondere kermisbrand was er op maandag van kermis in 1960. De kraam van de familie Muller naast [de Friesche Kap] stond in brand. Verschillende geruchten over de oorzaak deden de ronde. Een collecte onder kermisgangers leverde 1.100 gulden op (Uit Zalige kermis pag. 80 van Jaap Buijs).
André: Ja wij hebben nog wel bijzondere dingen meegemaakt zoals een trouwerij op een zaterdag. Het vervoer van het bruidspaar bestond uit een koets met paarden. Deze paarden stonden toen naast elkaar op dat smalle stukje naast de dijk, met één paard half door het raam heen met z’n kop. Ook hebben we een keer een kat moeten redden uit een keuken. Toen hebben we nog toestemming gevraagd aan woningbouw de Vooruitgang om die keuken te mogen slopen, anders konden we er niet bij.


Zijn er nog andere gevallen waarvoor jullie worden opgeroepen, behalve branden en het redden van katten?
Niels: We hebben een keer een Engelsman gehad met zijn gezin die kwam met zijn auto vanuit de kaasboerderij en wou oversteken. Toen werd hij frontaal aangereden door een vrachtwagen. Ik was destijds bevelvoerder, wij waren er heel snel. Er zaten drie of vier personen in die auto, maar die bestuurder ging het niet redden. Dat was niet best. Sinds een jaar of twee doen wij nu ook reanimaties. Dat is eigenlijk een ambulancetaak, maar omdat zij vaak 10-15 minuten onderweg zijn en wij sneller kunnen arriveren, hebben ze er een brandweertaak van gemaakt. Burgerharthelp, met een AED die overal hangt, komt ook vaker voor. We doen dat omdat wij het sneller kunnen oppakken. Het verandert langzamerhand allemaal een beetje, minder branden en meer hulpverlening.
René: Als de ambulance zegt dat de patiënt horizontaal vervoerd moet worden. Moeten wij er vaak heen met een hoogwerker.

En hoe zit dat met die sirene?
René: Ja die moet wel aan, anders is de chauffeur niet verzekerd. Ik heb dat ook een keer gehad, om vier uur ’s nachts. Ik reed toen alleen met de lichten aan, geen sirene, en toen liep daar een krantenjongen met oortjes in. Toen moest ik stevig remmen, vol ‘in de ankers’ om een aanrijding te voorkomen. Sindsdien heb ik gezegd, vanaf nu altijd beide knoppen indrukken. Dat mag ook in de bebouwde kom, niet alleen op de grote weg.
André: Wij bepalen dat overigens zelf niet. We krijgen een signaal op onze pieper met het voorschrift wel of geen zwaailichten en sirenes. Je kunt ervoor kiezen dat niet te doen, maar als er dan iets gebeurt, ben je daar zelf verantwoordelijk voor. Je moet het aanvoelen. Twee jaar geleden had je een woningbrand op de Damcoogh, waarvan toen werd gezegd dat er mogelijk nog een slachtoffer binnen was. Dan rijd je toch anders op die brand af dan wanneer dat niet het geval is. Je gaat dan ook sneller naar de kazerne als je weet dat er nog mensen binnen in gevaar zijn.
Hoe werkt dat dan met aankleden, op de kazerne?
René: Je moet zorgen dat je spullen klaarliggen. Een korte broek en een shirt op de slaapkamer, slippers en de sleutels bij de voordeur, zodat je zo snel mogelijk kunt vertrekken zodra de pieper gaat. Op de kazerne trekken we dan ons pak aan. We moeten met zes man in de wagen: een bevelvoerder, pompbediende en vier manschappen. Als er nog iemand achteraankomt, is die te laat. Dus als van 24 man, 18 te laat komen, zetten die een kruisje achter hun naam en dan kunnen ze weer terug naar huis. Je bent niet verplicht om te komen. Men kan tegenwoordig via de piepers zien hoeveel man op het dorp zijn. Zijn er te weinig man op het dorp, dan wordt Edam ook opgeroepen.
Houden jullie er ook rekening mee om in bepaalde periodes niet op vakantie te gaan, bijvoorbeeld met de Sinterklaasintocht of met kermis?
Niels: Ja daar houden we zeker rekening mee, we moeten ervoor zorgen dat er tijdens dat soort evenementen genoeg bezetting is.
André: Wij worden ook naar grote branden in de regio gestuurd. Enkel voorbeelden:
- Neerstorten vliegtuig van Turkish Airlines;
- IJmuiden grote brand geblust bij een visverwerkingsbedrijf;
- Buidelfabriek in Krommenie;
- Bosbranden in Schagen;
- Cacaobranden in Zaandam.
Jullie mogen met de kazerne wel blijven op de huidige locatie?
Niels: Er waren ooit plannen voor een nieuwe kazerne maar dat is verleden tijd. We blijven nu hier. Edam en Volendam apart.
André: Uitgangspunt is: wie kan het snelst hulp bieden? De afstand is daarbij van invloed. En als de brandweer van Edam dichter bij de brand is rukken zij uit.
Hoe ziet jullie wagenpark eruit?
André: We hebben een bluswagen en ons specialisme is het grootwatertransport. Daar kunnen we 4000 liter per minuut mee oppompen. We hebben ook een personeelsbus en een auto voor de jeugdbrandweer.

Hebben jullie de nieuwe burgemeester al ontmoet?
Niels: Jazeker, een leuke man is dat. Ik vind het knap, voor zo’n jonge man. Maar de vorige burgemeester, Lieke Sievers, vond ik ook heel leuk. Ik was fan van Lieke. We hebben ook burgemeester IJsselmuiden meegemaakt, dat was ook echt een topkerel. Hij kwam hier elke maandag langs tijdens onze oefening.
René: We hebben toen met Kerstmis zijn huis versierd met lampjes. Je gelooft niet hoeveel eten er die avond voor ons op tafel stond.
André: Dat hebben we ook nog eens gedaan, de kermislampjes ophangen als brandweer. Nu wordt alleen de Jozefstraat nog versierd door de sproeiploeg.
Niels: Vroeger was dat een periode van drie weken waarin we lampjes moesten ophangen. Conijnstraat, Edammerweg, Sint Jozefstraat. Dan waren er drie dozen vol lampjes, die we allemaal moesten indraaien. De haakjes braken af, moesten we weer nieuwe haakjes hebben, of de lampjes deden het niet, de snoeren… dat was niet fijn. We hebben zelfs een keer gehad, een week voor kermis, dat we de hele dijk al hadden versierd. Wij stonden toen bij Spaander en moesten een zwemmer uit de haven halen. Willem Runderkamp zat toen aan het stuur, en hij zei “wij rijden alvast om”, richting het Slobbeland. Toen wij daarna aankwamen, zagen we dat hij de lichtmast nog omhoog had staan. Bleek hij alle verlichting te hebben meegenomen tijdens zijn rit. Op de hele dijk, alle lampjes eraf, die hingen allemaal nog aan zijn auto. We waren toen niet zo blij met hem.
Hebben jullie momenteel genoeg instroom of manschappen?
Niels: Ja zeker, we hebben inderdaad een goeie ploeg van 24 man, een jonge ploeg ook. Er bestaat ook een Young Fire & Rescue Team, al is het daarbij niet vanzelfsprekend dat je bij de brandweer komt. Je kan ook doorstromen naar de politie, EHBO, Rode Kruis, Defensie en het KNRM. Dat is regio breed, het is ook Warder en Purmerend. Het is leuk om te zien dat de jeugd er al mee bezig is, dat zagen we ook op onze open dag.
En hoe zit het met de vrouwen bij de brandweer?
Niels: We hebben momenteel maar 1 dame die vrijwilliger bij ons is, Nadine Vermeulen. Zij is ook beroeps in Purmerend. Hiervoor hadden Karina en Miranda, de tweeling van Eef Pannekeet, Karina is helaas door een noodlottig ongeval overleden. Later is Miranda gestopt. Bij andere korpsen, zoals in Edam hebben ze wel vijf, zes vrouwen.
André: Het is ook wel belangrijk om te weten waar je aan begint. Van vader op zoon is het makkelijk, ik wist dat zodra die pieper afging, dat mijn vader meteen in die auto sprong. Als je daarmee opgroeit en je gaat daar zelf ook aan beginnen, dan is het al heel lang een deel van je leven als je aan een relatie begint. Als je al getrouwd bent en je gaat er dan pas aan beginnen is het anders. Je moet ook een paar jaar in opleiding, dus je bent er nog niet meteen. Ik begon ook op mijn 16e al.
Waar moet je aan voldoen om de opleiding te kunnen starten?
André: Je begint met een conditietest. We moeten jaarlijks lopen op een sportbaan, met gewichten om, zware kleding aan. En je wordt ook psychisch getest.
Niels: Tot je 40e krijg je één keer in de vier jaar een keuring, dan tot je 50e één keer in de twee jaar en daarna elk jaar.
André: Ik wil nog wel een ander onderwerp bespreken, want we doen vaak mee aan wedstrijden. Daar schrijven we ons voor in als brandweer. Een korps zet dan een scenario uit en dan ga je daarheen als ploeg. Wie dat scenario het best speelt, wint. We zaten nu weer in de landelijke finale, daar mogen we best trots op zijn. Ik kwam op mijn 17e al in de wedstrijdploeg, toen er op een avond werd gezegd “We gaan naar De Rijp vanavond”. Daar was toen een soort kermiswedstrijd, en sindsdien doe ik geregeld aan dat soort dingen mee. Tegenwoordig is de minimumleeftijd wel 18 jaar, daar zijn ze wel strenger in geworden.

René: Het is nu ook een regel dat als je met zes man in een auto ergens naartoe gaat, je dan ook met zes man terugkomt. Iedereen moet mee terug, we laten niemand achter. Denk aan de vuurwerkramp in Enschede, daar waren ook zes man weg. Je zal daar bevelvoerder zijn, of mee zijn met die auto. Dat kan gewoon gebeuren.
André: We hadden een keer een brand die steeds overging van huisje op huisje. Toen zei Niels, we moeten hier eigenlijk een soort stoplijn creëren. Samen met Mark Lansen, gingen we met z’n drieën een huis in dat vol rook stond. Daar moesten we toen een gat zagen, dat kon twee kanten op. Boven ons stond een hoogwerker. Toen wij aan het zagen waren, kwam er eerst effe een vlam over ons heen. We stonden onder een puntdak, dat was wel even een schrikmoment.
Niels: Wij stonden met z’n tweeën in een woning waar een wietplantage was. Er werd toen gezegd dat we achter de deur moesten zijn, maar wij zagen daar helemaal geen deur. Die deur had hij dus blijkbaar dichtgetimmerd. Wij konden daar helemaal niet naar binnen.
René: Ja dat was toen een zolderbrand. Ik zei tegen Niels: “Dit is niet goed”, dus hij zegt: “hoezo, je hebt toch een slang mee?”. Maar ik zag twee elektrameters die volop aan het draaien waren. Hier was iets anders aan de hand. Wij gingen de boel blussen en later kwam de politie erin. Dat was dus vanwege die plantage.
Crelis: Aan de Haven tegenover het Havengat staat de zogenaamde Bruidspaal. Bruidsparen gingen nadat ze getrouwd waren daaronder staan. Maar als er brand was, werd er aan de bel getrokken en dan moest een kar met emmers water klaarstaan.

Wat is de meest voorkomende brandoorzaak?
René: Kortsluiting. Vooral nu met al die elektra is het beter om niet ’s nachts je telefoon of je elektrische fiets op te laden.
Niels: Vroeger had je ook veel schoorsteenbranden. Niet iedereen hield de schoorsteen goed schoon. En er was vroeger veel wateroverlast, vooral op het Dril. Dat was echt 15 tot 20 keer per jaar. Dan stonden ook wij dagenlang te pompen tot het Dril droog was, en dan stond het na een paar dagen weer helemaal vol. Daar werden we wel gek van. Nu staat er een pomp bij het Lingeriehart, die pompt het de haven in, dus dat is gelukkig goed opgelost. Sommigen hadden gewoon een halve meter water in huis.
Zijn er voldoende waterputten voor jullie beschikbaar?
Niels: Ja er zijn veel brandkranen tegenwoordig, maar het allerbeste blijft toch wel de sloot. Daar komt het meeste water uit.
Door Amanda Veerman
Met dank aan Cees de Wit en Brandweer Volendam