In het zonnetje

Jack Veerman (Dekker)

In het extra Bedakkertje van april stond het interview met Jack Veerman (Dekker). Jack nam 9 juni 2018 afscheid in de Jozef met de Mon Amourband. Leeftijd, gezondheid, meer aandacht voor zijn (klein)kinderen en zijn ‘mon amour’ waren de voornaamste redenen om te stoppen. We zetten Jack Veerman in het zonnetje. 

Interview Jack Veerman (Dekker) 11 april 2018

9 juni 2018 is het laatste concert van de Mon Amour band. Na elf jaar stoppen ze op het hoogtepunt. Het laatste concert vindt plaats in het Sint Jozefgebouw in Volendam. We blikken terug met Jack Veerman (Dekker), oprichter van de Mon Amour band en voormalig drummer van BZN.

Jack Veerman is 64 jaar en getrouwd met Nel Veerman en vader van 3 dochters: Tiny, Marie en Afra.

Hoe is de Mon Amour band tot stand gekomen?

Op 16 juni 2007 werd het laatste concert van BZN gespeeld in Ahoy. Ik was toen 52 jaar en had 35 jaar in BZN gespeeld. Toen Jan Keizer aangaf te band te verlaten waren we bezig met de tournee '40 jaar BZN'. Daarna volgde een afscheidstournee. Hierdoor had ik twee jaar de tijd om te bedenken wat ik wilde gaan doen. Ik was nog niet 'klaar'.

Tijdens de afscheidstournee (2006-2007) merkte ik dat het publiek het erg jammer vond dat we stopten. Toen kreeg ik het idee, om net als voor The Cats, een BZN tribute-band te beginnen. Ik heb daarvoor de beste mensen in mijn omgeving benaderd. Linda Schilder voor zang, Daniël Metz speelt onder andere accordeon, trompet, toetsen en synthesizer. Een geweldige muzikant. Hij woont op Ameland, maar had de reistijd ervoor over. Jan Sombroek was al jaren een vriend van me, gitarist in hart en nieren. Hans Keizer als toetsenist en Nico Stein, een veelzijdig gitarist.

Voor de zang had ik ook Johan Keizer gevraagd maar het bleek voor hem als advocaat uiteindelijk niet te combineren. Toen hebben we Peter de Haan benaderd. De kleur van zijn stem past goed bij die van Linda. En met die samenstelling treden we nog steeds op. De Mon-Amour band bestaat nu bijna elf jaar.

Wat is er in de afgelopen elf jaar veranderd?

We begonnen met het BZN-repertoire, dat was ook de opzet. Voor mij was BZN nog niet klaar en bovendien hadden de fans verdriet om het afscheid. Dit hebben we een aantal jaren gedaan, met gedeeltelijk succes. We merkten dat het te vroeg was voor een tribute-band, de fans waren er nog niet aan toe. In het geval van The Cats kwam 30 jaar na dato een tribute-band. Daar waren de fans er wel aan toe.

Wat was je verwachting van de Mon Amour band?

Ik dacht dat wij het gat dat was ontstaan konden opvullen. Er heerste verdriet bij de fans. In het begin speelden we in feesttenten, sporthallen en grote zalen. Daarna gingen we de theaters in en dat beviel beter. Toch waren we na twee jaar toe aan iets anders. Er stond een artikel in de Nivo over The Cats, over de palingsound van 50 jaar geleden. Toen kwam het idee om de tribute helemaal los te laten en ons te richten op 50 jaar palingsound. Met nummers van BZN, The Cats, Maribel, Jan Smit, Alles, Leftside enzovoorts. We gebruiken hiervoor ook de originele videoclips. Dit is uniek in Nederland. Tussen de wissel als BZN tribute-band naar '50 jaar palingsound' hebben we een jaar niet gespeeld. Je moet als band namelijk werken met een zogenoemde click-track (Een digitaal apparaat geeft het tempo aan van een nummer door middel van een click. De click zorgt ervoor dat je strak in de maat blijft spelen, red). In 2014 begonnen we weer met spelen. Het was heel wat anders, maar het voelde gelijk goed. Bij ons én bij het publiek. We speelden veel meer in theaters waar we nummers van alle artiesten die Volendam heeft voortgebracht ten gehore brachten.

Wat kun je vertellen over de term 'Palingsound'?

Deze benaming is bedacht door DJ Joost den Draaier (artiestennaam van Willem van Kooten). Om nummers gedraaid te krijgen nam de toenmalige manager van de Cats Jan Buijs (Tuf) gerookte paling mee naar de radiostations. Dus bedacht Willem van Kooten de naam Palingsound. Aan het begin van onze theatershow vertelt Willem van Kooten over het ontstaan van de palingsound. Over The Cats, BZN, Next one enzovoorts. Hartstikke leuk dat Joost Den Draaijer, die deze term heeft bedacht, onze show opent.

Jij bent hét gezicht van de Mon Amour band. Hoe is dit voor jou?

Aan de bekendheid was ik gewend. Voor jezelf wil je daarom dat alles perfect is.
De beste mensen die ik kende wilde ik erbij hebben en dat is goed gelukt. We kregen meteen lovende reacties. In de Mon Amour band werken we met meer muzikanten dus eigenlijk kunnen we de bestaande nummers nóg mooier maken. Met promotie van een single of album was het zo dat ik overal voor gevraagd werd. Dat werk had ik eigenlijk meer willen verdelen. Al snel merkte ik dat radiostations er de voorkeur aan gaven dat ik er ook bij aanwezig was.

Toen BZN stopte was het voor jou nog niet klaar. Hoe is dat nu?

Inderdaad, ik was nog niet klaar om te stoppen (ik was 52 jaar). Maar ik ben drummer, geen zanger. Dan is het toch lastiger om iets draaiende te houden. Nu heb ik wel het gevoel dat het klaar is. Dat heeft ook met mijn gezondheid te maken. Eerst heb ik twee zware rugoperaties gehad en daarna een open-hart-operatie. Daar kwam bij dat ik rondom de Mon Amour band veel zelf moest doen omdat alle anderen er nog een drukke baan naast hebben. Daarbij valt te denken aan het repertoire, contacten, repetities, het organiseren van een dvd-opname en studio- opnames.

Maar toen kwam het moment dat ik écht rustiger aan moest doen. De hartoperatie is vijf jaar geleden. In juli 2017 heb ik aangegeven te stoppen met de Mon Amour band. Ik had verwacht dat de band door zou gaan en ik er zijdelings bij betrokken zou blijven. Er was verdeeldheid in de band over het wel of niet blijven bestaan van de Mon Amour band. Er is besloten niet verder te gaan, wat ik heel jammer vind. Ik heb er nu vrede mee, we stoppen op een hoogtepunt. We hebben prachtige dingen met elkaar gedaan. Waaronder vier cd's uitgebracht en twee dvd's. Het was een mooie promotie: twee uitzendingen bij omroep MAX.

9 juni 2018 is het laatste optreden. Dan heb ik, naast het feit dat ik dan bijna 65 ben, 50 jaar in een tourbus gezeten.

Een muzikant stopt nooit helemaal, wat ga je nu doen?

Ik heb een nieuw project samen met Jaap de Witte (voormalig gitarist van 3J’s) en oud-collega Dick Plat (voormalig toetsenist bij BZN). Wij schrijven en produceren nummers voor een nieuw duo. We hebben er heel veel zin in. Voor mij is het vooral belangrijk dat ik niet meer 's middags om 15:00 in een busje stap en de volgende ochtend om 4:00 terug ben. Daarnaast mag ik weer samenwerken met twee hele leuke collega's Jaap en Dick.

Wat ook leuk is;

Door Evert Veerman (Jassie) ben ik gevraagd om mee te doen aan een avondvullend programma met 'Veermannen'. We stonden uiteindelijk met 14 mensen op het podium, erg leuk om te doen. Dat zijn dingen waarin ik nooit tijd kon steken.

Ook ben ik gevraagd om mee te doen met de 'Vrienden van PX' op 21 april. Het leuke daarvan is dat er een hereniging plaatsvindt met Jan Tuijp en Carola Smit. We zullen twee BZN stukken spelen.

Wat is het leukste wat je met de Mon Amour band hebt meegemaakt?

De laatste DVD opname in Stadskanaal. Deze is opgenomen met zeven camera's. Daarop hebben we eindelijk kunnen laten zien waartoe we in staat zijn. Alles klopt. Het is een DVD geworden met 2,5 uur muziek uit Volendam met prachtige beelden. Daar ben ik trots op! Het is een prachtig document geworden.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met muziek?
Muziek kregen wij bij ons thuis met de paplepel ingegoten door mijn vader Thoom Dekker. Hij was dirigent van de fanfare en speelde trompet, klarinet en saxofoon. Ook was hij oprichter van de EVO Band. Wat mij is bijgebleven is het geluid als mijn vader op zijn trompet speelde. Hij was de grote gangmaker van de Dekkers. Met 9 van de 13 kinderen in het korps. Vier in het tamboerkorps en vijf in het fanfarekorps.

Toen ik aangaf te willen drummen, stimuleerde hij dat meteen. "Wil je drummen? Dan ga je nu op les." Dus ik werd naar drumles gestuurd in Amsterdam en moest daar ook noten leren. Dat was eigenlijk mijn bedoeling niet. Ik hield niet van school, maar wilde drummen. Maar, na drie maanden had ik het onder de knie. Ik kon noten lezen. En daar heb ik tot op de dag van vandaag profijt van. Met dank aan mijn vader.

Mijn broers Cor en Jan (helaas overleden aan leukemie) speelden gitaar met vrienden Harmen Veerman en Jaap Lautenschutz. Van vader mochten ze het huis van Bap en Ootje in de Bootsmansteeg/Jozefstraat gebruiken als een oefenruimte. De naam van hun eerste band was de Teddy Boys. Deze naam was op een bepaald moment niet stoer genoeg meer en ze veranderden de naam in de Beat Boys (in de tijd van The Beatles). En daarna is de naam veranderd in Leftside. Verschillende namen van dezelfde band.

Mijn vader, de fanfare, het huis van Bap en Ootje, de Bootsmansteeg, is allemaal de basis geweest.

Aan het begin van je loopbaan was je drummer in de band 'Alles'. Wat voor muziek speelden jullie?
We speelden soul, The Rolling Stones, Birds, allemaal top 40. Een mooie mix. We hebben het nummer Murdock 9-6182 uitgebracht. Het kreeg een goede notering in de top 40. Mijn broer Cor zong dat nummer. Toen was ik 15 jaar. Broer Cor zat in de band Alles met Evert (Jassie). De band Alles zocht een drummer en ze vroegen mij. We repeteerden iedere avond met veel plezier. Ons repertoire was heel divers.

Van welke muziek hield je zelf in die tijd?

Wij zijn opgegroeid in de mooiste en rijkste tijd wat muziek betreft. The Kinks, The Who, The Rolling Stones, The Beatles, ga zo maar door. Kwam er een single uit, dan kon je het niet afwachten om dat nummer te leren. Voor mij was er niets anders, dat was de enige muziek die ik wilde spelen.

Heb je ook deel uitgemaakt van de Dekkerband?

De platen van de Dekkerband heb ik ingespeeld. Lilly van Putten en het Volendammer Volkslied. Eigenlijk was Jaap (Lood) de drummer, maar af en toe viel ik in. We speelden dan met vijf ‘Dekkers’. Klaas, Cor, Bep, André en ik. Aangevuldmet Jack (Jozef) en Theo van Scherpenseel (beter bekend als Specs Hildebrand).

Had je nog een ander beroep naast muzikant?

Mijn vader was naast muzikant ook onderaannemer. Hij had gelukkig elf jongens en dat waren ook zijn knechts. Dus wij gingen automatisch naar de technische school (ambachtsschool). Wij konden timmerman of metselaar worden. Ik ben metselaar geworden en heb dit van mijn 14e tot mijn 20e gedaan. Ondertussen speelde ik in de bandjes Alles, Progress (later Jen-Rog). Met BZN was het metselen niet meer te combineren.

Wat onderscheidde jullie als BZN van de rest van de bands?

De muziek die BZN maakte, met een zanger, zangeres en een accordeon waardoor een prachtige BZN-sound ontstond, was er toen niet. En die hebben wij zelf gecreëerd. Dan moet je natuurlijk ook het geluk hebben met zo'n eerste liedje, dat was Mon Amour. Er zit ook een stuk gesproken Frans in wat het nummer apart maakt.

Toen... kwamen we op nummer 1 met Mon Amour. En wij waren daardoor alleen maar bezig met feest vieren, haha (lacht). Het was toch ook niet normaal! Het was een periode die we uitgebreid vierden. Je weet hoe dat dan gaat. Toen belde Cor Aafting van de platenmaatschappij. "Over drie maanden moet er een lp uitkomen, zijn jullie al klaar?" Toen konden we als de wiedeweerga aan de slag. Hele dagen waren we bezig. Melodieën creëren, teksten schrijven, demo's maken, voor ons eerste album. Het was veel arbeid, we hebben er een bijzonder album van gemaakt.

De lp is uniek geworden met prachtige liedjes. Door díe move van de single Mon Amour hebben we de hele wereld rondgereisd en 14,5 miljoen albums verkocht.

Jullie waren ook bekend in het buitenland. Wat is het mooiste wat je in het buitenland hebt meegemaakt?

Zonder dat we het wisten waren we succesvol in Zuid-Afrika. Daar hebben we ongelooflijke dingen meegemaakt. We waren een muziekspecial voor de Tros aan het opnemen in Kenia. Iemand van de platenmaatschappij zei: "jullie zijn nu toch al in Afrika, ga eens naar Zuid-Afrika. Daar zijn jullie succesvol." We gingen, maar wisten niet wat ons te wachten stond. Als we succes hadden in Zuid-Afrika, dan hadden we dat toch wel geweten?

In Johannesburg troffen we een heleboel fans aan. Zelfs de burgemeester stond ons op te wachten. We konden het niet geloven. We konden niet eens bij de auto komen! We zijn er toen een paar dagen geweest. We hadden geen instrumenten meegenomen. Ze kwamen alleen om ons te zien. We hebben winkelcentra geopend en handtekeningen uitgedeeld. Er stonden 1000 mensen op een plein en wegen waren afgezet. Het was nog gekker dan in Nederland. Vanwege de apartheid in Zuid-Afrika mochten we daar nog niet optreden. Een jaar later werd de apartheid afgeschaft en hebben we daar een paar keer een tour gedaan. We speelden in grote hallen vergelijkbaar met Ahoy. Uiteindelijk hebben we daar net zoveel nummer 1-hits gehad als in Nederland. Diverse albums zijn platina geworden.

Welk nummer van de BZN is het meest bijzonder voor jou? En waarom?

De single Mon Amour. Dat is de oorsprong van alles wat ik heb meegemaakt. We waren een rockband en tijdens repetities speelde Thomas Tol (bandlid BZN in die periode) soms een intro. Dan kwam ik erbij met een roffel. Spelenderwijs is het ontstaan. Jan Keizer, onze zanger, die Frans sprak en Cees Tol (bandlid BZN in die periode) kwamen met de lage noten enzovoorts.

We gingen met drie nummers naar de platenmaatschappij. Tenderness van Glen Campbell, nog een cover én Mon Amour waarin het Frans van Jan toen nog gebrabbel leek. Cor Aaftink van de platenmaatschappij zei: "doe meer met die sfeer van dat Franse nummer. Die komt op nummer 1."

We hebben een arrangeur in de arm genomen (Gerard Stellaard) om het nummer verder te bewerken en in de zomer van 1976 kwamen we op 1. De rest is geschiedenis.

Die single is de basis van alles, ook van de Mon Amour band.

Wat vind je het mooiste van het maken van muziek?

Het proces van het maken van nieuwe nummers. Zelfs nu kan ik nog zenuwachtig zijn als we een nieuw lied introduceren. De beste liedjes ontstaan trouwens in tien minuten. De ervaring heeft geleerd dat de liedjes waar teveel aan gesleuteld moest worden, geen hits werden. Het ontstaan van een nieuw en mooi nummer is magisch.

Het gebeurt weleens dat ik bijvoorbeeld in de auto zit en dat er opeens een couplet, refrein of een intro bij me binnenkomt. Het begint altijd met de muziek. In het maken van teksten ben ik nooit sterk geweest. Bij BZN waren Cees Tol en Jan Tuijp daar goed in.

Met het duo waar we nu mee werken, gaat het hetzelfde. Ik had een mooi melodie en dat wilde ik aan Jaap de Witte laten horen. Er was iemand nodig voor de teksten. We kennen allemaal de Nederlandse taal, maar zoals Jaap de woorden achter elkaar zet. Dat is een gave.

Wat is het meest bijzondere wat je hebt meegemaakt?

Tijdens de opname van een nieuw album waren wij bezig in de Wisseloord studio's. Toen we daar aankwamen was alles beveiligd en nadat we gescreend waren mochten we verder. Wat bleek... Mick Jagger was een soloalbum aan het opnemen in studio 1. En wij namen een album op in studio 2.

Tijdens de lunch zaten we aan dezelfde tafel. Ongelooflijk. Met The Rolling Stones was voor ons alles begonnen en nu konden we zelfs met hem praten. Jan Keizer stond een keer achter de bar koffie in te schenken en Mick Jagger vroeg: "wil je voor mij ook koffie inschenken?".

Jeff Beck was ook uitgenodigd door Mick Jagger in de Wisseloord Studio's. Dus ging je naar de kantine dan hoorde je Jeff Beck zijn nieuwe gitaarlicks uitproberen. Heel bijzonder!

Ook het moment waarop Jan Keizer, Jan Tuijp en ik liedjes gingen schrijven voor Jan Smit wil ik hierbij niet ongenoemd laten. Het nummer 'Ik zing dit lied alleen voor jou' kwam vanuit het niets op nummer 1 (in 1997). Dit was daarvoor jarenlang niet gebeurd. Voor het laatst in 1967 met de single A Whiter Shade of Pale van Procol Harum. Dit was een ware sensatie om mee te maken. We hebben uiteindelijk vijf Nederlandse en vijf Duitse albums voor Jan Smit gemaakt.

Wat is je passie?

Mijn kleinkinderen. Ik ben er stapel op. Toen die op mijn pad kwamen ging er een wereld voor me open. De band die we hebben is heel leuk. Vijf kleinkinderen waar ik tijd aan kan besteden. Ik maak dingen mee die ik met mijn eigen kinderen niet had. Het lijkt een gemiste kans, maar het kón toen niet anders. Zo verschrikkelijk leuk om met ze te stoeien. Samen met mijn vrouw hebben we een paar dagen in de week oppas en dat is... genieten.

Als niets te gek zou zijn in de muziek, wat zou je dan nog willen doen?

Wat de Volendamse band B6-Band nu doet, een formatie met blazers vind ik heel mooi. Helaas is dit er nooit van gekomen. Die muziek is voor een drummer heel interessant en daarin kun je jezelf helemaal uitleven. Als ik daarvoor gevraagd zou worden, zou ik daar zeker over nadenken. Dat is iets wat ik nog nooit heb gedaan, maar wel graag zou willen. Het spelen in zo'n band zit nog ergens in mijn hoofd, haha (lacht).

Wil je zelf nog iets toevoegen?

Ik zou alles weer over doen. Het is een periode geweest die voor weinig mensen is weggelegd. Als muzikant, maar ook als mens. Ik ben nog elke dag dankbaar dat ik het mee heb mogen maken. En het is nog niet over. Ik ben altijd met muziek bezig en dat blijf ik doen. En zal muziek blijven maken van 's morgens tot 's avonds zolang het kan.

Twee dagen na dit interview bereikte ons het trieste bericht dat Cees Tol op 70-jarige leeftijd is overleden.

Jack vertelt zaterdag 14 april: Zijn overlijden is bij mij binnen gekomen als een schok. Cees en ik hebben altijd contact gehouden. In de tijd van BZN was Cees mijn maatje ten tijde van buitenlandse reizen. Wij deelden altijd een kamer. Op Schiphol kochten we standaard een fles port en na een lange draaidag dronken we nog een portje op de rand van het bed. Cees had een aanstekelijke humor en ik denk met veel plezier terug aan die periode. Afgelopen november, december en januari zijn we nog met z'n tweeën naar een arts in Helmond geweest. Deze arts boekte met zijn Chinese geneeswijze goede resultaten bij mensen met herseninfarcten. We hebben tijdens die ritjes weer goede gesprekken gehad, ook over vroeger. Helaas zag Cees weinig resultaat en stopte met de behandelingen, maar ik ben blij dat ik dat nog met hem gedaan heb.

Door Denise de Boer

Meneer Rossenaar

In 't Bedakkertje van december 2017 stond een interview met meneer Rossenaar. Meneer Rossenaar en zijn vrouw hebben onlangs hun 60-jarig huwelijks jubileum gevierd.

't Bedakkertje zoekt meneer Rossenaar op in zijn mooie appartement op de tweede etage. Het balkon heeft een schitterend uitzicht op het park. Nu de bladeren van de bomen vallen is het echt een prachtig herfsttafereel. Meneer Rossenaar geeft dan ook aan dat hij erg blij is dat hij niet beneden woont, maar op 2 hoog. Hij vindt het verder een groot voordeel dat alles om de hoek is, zoals vele winkels. 

Meneer Rossenaar houdt zich graag bezig met het kijken naar voetbal, zowel op tv als op het voetbalveld. Ook houdt hij van klaverjassen, en bezoekt hij natuurlijk heel vaak zijn echtgenote in Sint Nicolaashof. Wij interviewen hem vanwege iets dat ons opviel toen het echtpaar een tijdje terug in de Nivo stond vanwege hun 60-jarig huwelijksjubileum: namelijk dat ze jarenlang naar Spanje met vakantie zijn geweest.

Onze lezers willen altijd graag weten van wie iemand er eentje is. Kunt u ons misschien iets over uw familie vertellen?
Ik ben in Edam geboren, en via de woningbouwvereniging zijn mijn vrouw en ik toentertijd in Volendam terechtgekomen. Ik reed op een vrachtwagen en kwam heel vaak bij de Avi, dus alle Volendammers kenden me al. Ik vond het dan ook totaal geen probleem om van Edam naar Volendam te verhuizen. Mijn vrouw en ik hebben twee zoons, en vier kleinkinderen (twee jongens en twee meisjes).

Uw vrouw woont in Sint Nicolaashof. Wat zijn de ervaringen met de zorg?

De zorg is zonder meer goed in Sint Nicolaashof. Het is een mooi nieuw gebouw met een prachtig restaurant, waar het trouwens heel erg voordelig is! Mijn vrouw verbleef eerst een half jaar in Hoorn. Daar werd wel wat meer samengedaan met de bewoners. Denk bijvoorbeeld aan samen het eten bereiden, samen aardappels schillen en zo. Maar aan de andere kant is Hoorn wel ver, als je regelmatig langs wilt gaan. Dus het is erg fijn dat ze nu in Volendam in Sint Nicolaashof woont.

Zelf krijg ik thuiszorg, en dat bevalt ook goed. Elke dag weer een ander gezicht aan de deur, soms met z’n tweeën zelfs als er een leerling mee is. Ik vind het wel gezellig.

Onlangs waren jullie maar liefst 60 jaar getrouwd. Wat is het geheim voor zo’n lang huwelijk?
Ik heb eerlijk gezegd geen idee! De tijd is omgevlogen. Misschien passen we gewoon heel goed bij elkaar. Het is jammer dat mijn vrouw het niet meer beseft, dat we alweer 60 jaar getrouwd zijn. Sterker nog: als ze ’s morgens in Sint Nicolaashof beneden zit om koffie te gaan drinken, weet ze vaak niet eens dat ze beneden zit. Het is een heel nare ziekte dementie, en erg moeilijk. 

Wij lazen in de Nivo dat jullie vele jaren naar Spanje met vakantie zijn geweest. Hoeveel jaren?
Dat zal ruim twintig jaar achter elkaar geweest zijn. We gingen altijd twee keer per jaar, dus in totaal ben ik er dan zelfs wel een keer of veertig geweest ongeveer. We gingen altijd drie weken in oktober en drie weken in februari. Lekker de warmte opzoeken als het hier wat kouder werd. Als ik eerlijk ben zou ik zelfs nu nog wel naar Spanje willen. Maar dat wordt wel heel erg lastig, om alleen te gaan, vooral ook omdat ik wat slecht ter been ben. Maar niet getreurd: als de zon schijnt ga ik prinsheerlijk in mijn luie stoel hier op het balkon zitten! 

Waar verbleven jullie in Spanje? Steeds in dezelfde plaats, of telkens ergens anders?
Wij zijn gewoontedieren: we gingen altijd steevast naar Benidorm. En ook steeds naar hetzelfde hotel, Caballo de Oro. En altijd met het vliegtuig. Ik vind vliegen best leuk, maar ik viel altijd de hele vlucht in slaap. Pas bij het landen werd ik weer wakker .

Op welke manier vierden jullie vakantie? Samen of met meerdere mensen?

We gingen altijd met z’n tweetjes. Maar weet je, na zoveel jaren leer je daar veel mensen kennen. We kwamen heel vaak dezelfde mensen tegen, dan worden dat een soort vakantievrienden. Erg leuk. We gingen heel vaak naar het strand. Mijn vrouw deed standaard elke ochtend mee aan de gymnastieklessen op het strand. En de kinderen zijn ook vaak een weekje langsgekomen, dan deden we leuke dingen met hen natuurlijk. 

Waarom kozen jullie jaar na jaar voor Spanje?

Ja, dat is best gek als je erover nadenkt. Ik denk dat we hielden van het bekende daar, dat het vertrouwd voelt. We kenden daar op een gegeven moment iedereen. We kwamen er trouwens ook altijd veel Volendammers tegen.

Wat was de mooiste vakantie ervaring?

Op speciale feestdagen hebben ze daar heel mooi vuurwerk. Echt schitterend. Daar was ik erg van onder de indruk, echt heel bijzonder vond ik dat. Je kunt je dat niet voorstellen als je het niet gezien hebt. Duizenden mensen stonden daar dan naar te kijken op de boulevard.

Wat vindt u mooi of bijzonder aan Spanje?

Het stierenvechten is natuurlijk wel echt typisch Spaans. Die volle stadions. En ik vond het altijd wel mooi als een stier zo’n kerel dan te pakken kreeg...

Zijn er ook dingen die u minder mooi of leuk vindt aan Spanje?

Nee, ik kan werkelijk niks bedenken. Natuurlijk moet je het wel treffen wat het weer betreft, maar dat zat eigenlijk meestal wel goed.

Wat zou u absoluut mensen aanraden die volgend jaar naar Spanje gaan. Wat moeten ze echt gaan zien of doen?
Dan kom ik toch weer uit op dat vuurwerk. Echt spectaculair, een aanrader voor iedereen die die kant op gaat.

Bekend zijn de verhalen over Volendammers die hun hele huisraad meenemen op vakantie naar bijvoorbeeld Spanje. Deden jullie dat ook?

Met de auto kun je dat doen, maar wij gingen altijd met het vliegtuig. Ik heb er weinig over gehoord, ik weet wel dat veel mensen dat doen maar ik ken ze zelf niet. Ik vind het wel een beetje gekkenwerk geloof ik, want alles is daar te koop. Wij zelf zouden daar dus niet aan beginnen.

Ook hoor je vaak dat mensen medicijnen of zalfjes meenemen vanuit Spanje naar Nederland, als dat hier niet te krijgen is. Heb je daar ervaring mee?
Wij hebben dat nooit gedaan en ook nooit van anderen gehoord. Gelukkig was het voor ons nooit nodig om een apotheek te moeten bezoeken op vakantie.

Zijn jullie ook naar andere landen met vakantie geweest en kun je ons daar iets over vertellen?
We zijn ook vijfentwintig jaar lang met de caravan naar Wijk aan Zee geweest. In Wijk aan Zee hadden we een vaste campingplek. Ook daar gingen we vaak naar het strand. En lekker op de fiets naar Beverwijk, dat deden we ook veel. Zoals ik al zei, we zijn echte gewoontedieren!

 

 

Afscheid Ben de Bock

Woensdagmiddag 14 juni nam Pater Ben de Bock afscheid als geestelijk verzorger van Sint Nicolaashof. In een fotoreportage wordt het afscheid belicht. Ben blijft gelukkig op zondag geregeld voorgaan in de vieringen in Sint Nicolaashof. 

 

 

Mevrouw Bank-Sinkeldam

In maart 2013 is mevrouw Bank-Sinkeldam geïnterviewd door de redactie van 't Bedakkertje. Ze werd in juni van dat jaar namelijk 100 jaar! 

Wij zetten mevrouw Bank-Sinkeldam, inmiddels 103 jaar, graag in het zonnetje. 

Lees hier het interview terug met mevrouw Bank-Sinkeldam. 

Bewonersinterview met Mevrouw Bank-Sinkeldam.

Maart 2013:

Naam:               Mevrouw Elisabeth (Bets) Bank-Sinkeldam

Leeftijd:            Wordt op 20 juni 2013 100 jaar

Kinderen:          Nico, Wim en Alie Bank (mevrouw Alie Bank is helaas

                           zeer recent overleden)

Echtgenoot:     De heer Kees Bank (overleden)

Mevrouw Bank-Sinkeldam wordt

20 juni a.s. 100 jaar. Een prachtige mijlpaal. Een leven van 100 jaar gaat ook samen met vreugde en verdriet. We vinden het een speciaal moment om hier in ’t Bedakkertje bij stil te staan.

U komt officieel uit De Rijp, hoe zijn uw man en u in Volendam terecht gekomen?

Ik kom inderdaad uit de De Rijp en m’n man officieel uit de Wormer. Zijn ouders hadden daar een kruidenierszaak en hij werkte als knecht bij een plaatselijke kapper. We zijn niet meteen in Volendam gaan wonen, maar hebben, nadat we zijn getrouwd, eerst een kapperszaak gehad in De Rijp. Onze kinderen zijn ook in De Rijp geboren, maar mijn man kon er niet wennen.

Hij had familie in Volendam, waaronder Bertus Binken en Alie Bank, van de Toren. En De Toren zei: jullie moeten naar Volendam komen, hier is echt behoefte aan een goede dameskapper. En zo is het gekomen. Ik was 40 jaar toen we weggingen uit De Rijp, 60 jaar geleden.

Waar was de eerste kapsalon gevestigd?

“De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam”

Op de dijk op het Noordeinde. Het was voorbij het huis en de praktijk van dokter Tuip. Eerst had je De Koe, dan de Muuw en dan onze zaak. Heintje van Madoet heeft de zaak helemaal verbouwd. Het liep meteen als een tierelier! Mijn man was echt zó gewend. Ik had wel een paar weken nodig om te wennen, maar heb er nooit spijt van gehad. We hadden ook goede buren die meteen klaar stonden om mij te helpen toen ik in het begin m’n handdoeken niet goed in de roop kreeg. Het was nog net geen strijd om wie mij mocht helpen.

De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam, Meester Beumer kwam ongeveer gelijk als ons in Volendam wonen.  

Zestig jaar geleden als ‘buitenstaander’ naar Volendam verhuizen. Ging dat meteen goed?

Bij ons ging dat heel goed. We werden overal opgenomen, we kwamen meteen in de Joppekop en met kermis mochten we overal bij. Mensen uit de omgeving zeiden destijds tegen ons: ‘In Volendam?! Ze laten je links liggen als je buitenstaander bent.’ Maar daar hebben wij niks van gemerkt.

Met een winkel heb je natuurlijk snel contact. Onze kinderen zijn later allemaal kapper geworden. M’n dochter Alie was echt een geweldenaar, die kon alles. Alie is recent overleden, dat is niet de juiste volgorde.. het zou andersom moeten zijn...

Dan denk ik: “Meid knip er toch een stuk af!”

Let u nog steeds op de haarmode?

Jazeker, ik gril van meiden met dat lange steile haar wat er vaak ook nog dood uitziet. Dan denk ik: ‘Meid knip er toch een stuk af!’ Als e nou nog een beetje een krul in zit, maar het lijkt vaak net hooi. Iedereen moet het natuurlijk voor zichzelf weten hoor, maar opgeknipte koppies vind ík het mooist.

Jullie hebben altijd een eigen zaak gehad, gingen jullie wel met vakantie?

Jawel hoor, dan kwam m’n moeder over voor het huishouden, maar we gingen nooit zo lang.

Mijn man zei altijd: ‘als ik 60 ben dan stoppen we. Dan gaan we genieten.’ Maar toen kreeg hij slokdarmkanker, hij moest nog 60 worden en heeft daar 1,5 jaar mee gesukkeld. Hij kon geen eten verdragen en heeft wel 30 bestralingen gehad. Dat is alweer zo’n 35 jaar geleden.

Bijna 100 jaar… hoe gaat het met uw mobiliteit?

“Gelukkig is m’n verstand ook nog goed.”

Ik ga wat slechter zien, maar ik loop nog als een kievit! Een keer per week heb ik een hulp in de huishouding. Aaf heet ze, echt een geweldige hulp. Daar ben ik zo blij mee. Maar m’n boodschappen doe ik nog zelf. Alle dagen ga ik naar Deen. Je moet je benen natuurlijk wel blijven bewegen want als je blijft zitten word je zo stijf als wat. En gelukkig is m’n verstand ook nog goed.

Gaat u vaak naar de kerk?

Elke avond ga ik naar de Vincentiuskerk, tenzij er iets tussen komt. Ik ga in ieder geval 4 á 5 keer per week. Vooral voor de rust die je er vindt. Ik haal er rust maar nú ook veel kracht...

Kunnen we stellen dat dát uw geheim is?

Nou misschien wel ja. Mijn moeder zei altijd: “Als je drie keer per dag bid voor Maria dan word je oud en krijg je een mooi leven.”

Wilt u zelf nog iets kwijt?

Nou dát wil ik kwijt. Dat de mensen best wat vaker naar de kerk mogen gaan. Ik ben nu al blij als ze iemand in de familie laten dopen.

Als het slecht gaat dan zit de kerk in een keer helemaal vol, maar als het goed gaat kunnen ze beter ook blijven bedanken. Onze lieve heer wil ook wel eens bedankt worden! Dus dat zouden meer mensen moeten doen, dan zou de wereld er mooier uit zien. 

Alie Kroon en Annie van Wijk 40 jaar in dienst

Alie Kroon en Annie van Wijk zijn 40 jaar in dienst! Een mijlpaal! We stellen hen enkele vragen over hun begintijd bij Sint Nicolaashof.

Annie van Wijk-Koning (57)

Is in dienst getreden op 2 januari 1976 bij Sint Nicolaashof. Annie was toen 16 jaar. Annie werkt in de Kloosterhof en af en toe in de flats. Voordat ze in dienst kwam van Sint Nicolaashof, werkte ze in een kapel bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Met haar zus ging ze naar zuster Dominique voor een baan in de huishouding in Volendam, maar die had iemand in de verpleging nodig en zo is Annie in de verpleging 'gerold'.

Alie Kroon-Mooijer (55)

Is op 31 mei 1976 bij Sint Nicolaashof in dienst getreden. Alie was toen ook pas 16 jaar. Daarvóór had ze daar al een jaar stage gelopen als 15-jarige in de huishouding. Ze werd daarna gevraagd voor de verpleging. Vroeger heeft Alie 'in de wijk' gewerkt, nu in de Kloosterhof en in de flats. Dat vindt ze ook het mooie van haar werk. Geen dag is hetzelfde! 

Wie was jullie eerste baas?
Annie en Alie: Dat was voor ons allebei zuster Marie-Dominique. Zuster Dominique had nog een assistent. Dat was zuster Theofrida. Ze werd door iedereen 'zwartoogie' genoemd.

Kunnen jullie iets vertellen over die begintijd?
Annie en Alie: Je moet het zo zien dat het in die begintijd erg streng was. Het was streng voor het personeel, het belangrijkste waren de bewoners/de patiënten. De bewoners/patiënten waren haar álles. Toch kun je daar je mening over hebben, maar Zuster Dominique ging overal over. De technische dienst, verpleging, de inrichting van de kasten was perfect, enzovoorts. Ze was heel streng, maar ze had echt alles op orde. Het moest niet gebeuren dat je vijf minuten te laat kwam. Het maakte niet uit door welke deur je even te laat kwam. Ze wist het! Je moest ook altijd bezig zijn en je mocht niet zitten. Als je even niks deed en ze zag je, dan kwam ze binnen en pakte meteen een stofdoek voor je. Luie mensen, daar hield zuster Dominique niet van. 

Annie van Wijk en Alie Kroon
Annie van Wijk en Alie Kroon

Alie: Ik heb nog een periode gehad dat ik weg wilde. Ik wilde liever wat anders leren (dat was op het moment dat ik nog in de huishouding zat) dus ik stapte naar zuster Dominique. Toen was ik een jaar op 15/16. 'En wat wil je dan gaan doen?' Vroeg zuster Dominique. Mijn antwoord was dat ik ander werk wilde gaan doen in een ander gebouw met ander personeel.

Nou, zei zuster Dominique, daar verderop komt binnenkort een nieuw gebouw. Daar komt ander personeel te werken en dan kom je in de verpleging in plaats van

in de huishouding, dus dan is alles anders. Daar stond ik dan met open mond, toen ben ik maar gebleven en dat is inmiddels 40 jaar geleden.

Er werkten ook nonnen mee. Het oude bejaardentehuis zat vast aan het klooster met kleine aanleunwoningen. Vanuit het klooster kon je binnendoor rechtstreeks bij het bejaardentehuis naar binnen. De nonnen waren goede 'leermeesters'. Ze waren schoon. Ze hadden alles op orde. Ze hadden een grote taakomschrijving en inzet. Alles ging zoals zij het wilden hebben.

Hadden in die tijd de zusters het voor het alleen voor het zeggen of mochten jullie je ook bemoeien met de zorg?
Alie: Je mocht je helemaal nergens mee bemoeien. Het was heel streng. Het was zelfs zo streng dat tijdens mijn ondertrouw (Alie) mijn man op bezoek kwam en buiten in de kou moest wachten, hij mocht het gebouw niet in.

Er was orde en regels, daar zorgden de zusters voor. Alles was schoon en netjes. Ondanks dat de zusters streng waren voor het personeel was er toch veel gezelligheid. De bewoners/patiënten waren gewoon het belangrijkste, dat was het uitgangspunt.

Het was hard werken. Je moest doen wat er gezegd en opgedragen werd, maar we lachten veel. We hadden erg veel 'schik', juist omdat het zo streng was. Je was er volledig voor de bewoners.

De aanleunwoningen in deze vorm dateren van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Verleenden jullie ook zorg in de oude aanleunwoningen?
Annie en Alie: Jazeker, dat waren die huisjes waar nu de toren van de Gerardusstraat staat. De mensen daar hadden een belsysteem en als ze die gebruikten kwam die bel bij ons binnen en gingen we erheen.

De aanleunwoningen in de Gerardusstraat staan ongeveer op dezelfde plek als de oude aanleunwoningen. Die vier losse huisjes die ervoor staan, zijn er later bij gekomen. 

Zijn er markante bewoners die jullie je herinneren en waarom?

Gaartje Blark was heel opvallend. Ze geloofde bijvoorbeeld altijd nog in Sinterklaas. Sommige bewoners gingen nog verkering zoeken in het bejaardentehuis. Ja echt! Dat hebben we ook meegemaakt. Als je plotseling in een kamer kwam, stonden twee oudjes te zoenen.

Mevrouw Peek, de tante van Johnny Jordaan, stofte de hele dag alles af in het gebouw. Ze kwam dan aan het eind van de dag haar loon ophalen. Ze had immers de hele dag gewerkt! Groot voordeel van het verblijf van mevrouw Peek was dat Johnny Jordaan hier af en toe kwam optreden.

Kunnen jullie verbeteringen noemen van de laatste tijd?
Annie en Alie: Het is moderner, de kamers zijn mooier en groter. Iedereen heeft een eigen verblijf en eigen douche. Bewoners wonen zelfstandiger en worden hierdoor ook gestimuleerd om zelf meer te doen. Er is ook meer privé voor bewoners. En er zijn meer mogelijkheden, zo kan er gebruik gemaakt worden van fysiotherapie en dagopvang. Naast de fysiotherapie en dagopvang wordt er meer activiteiten georganiseerd zoals met Pasen, Pinksteren, optredens, bingo en er worden films gedraaid. En natuurlijk dat je 's avonds nog even een koppie kan drinken in restaurant De Botter.

Wat we ook als verbeterpunt ervaren is dat de bewoners mondiger zijn geworden dan vroeger. Het is vast nog herkenbaar dat oudere mensen bang waren voor de dokter, het is een goede vooruitgang dat dat nu anders is! 

Wat is weggeraakt en zouden jullie graag weer terug willen?
Annie en Alie: Soms zouden we wel een deel van de goede oude tijd terug willen. Het grote voordeel van het Kloosterhof zijn de luxe en mooie appartementen, maar de deuren bij de bewoners zijn gesloten. Daardoor is er wat warmte en gezelligheid voor de mensen weggevallen. Vroeger stonden de deuren namelijk bij iedereen open. Iedereen kon bij elkaar naar binnen lopen. Dus die deuren open, de gezelligheid, er was een zitje voor de bewoners, de band die de mensen daardoor met elkaar kregen, dat wordt gemist.

Hoe lang moeten jullie nog werken en gaan jullie door tot het eind?
Anie en Alie: Dat hopen we van wel! Ons werk is een belangrijk onderdeel van ons leven en het is dankbaar werk. We genieten echt van ons werk. Het werken met oude mensen en zeker ook met bewoners die langzamerhand meer ‘in de war‘ raken is iets moois, dat is niet uit te leggen.

Het is een deel van je leven, alles uit die tijd weten we nog. De kermissen die we mee hebben gemaakt. Prachtig. Eigenlijk hebben we alles meegemaakt. De kleine kamertjes, vervolgens twee mensen op een kamer, daarna alle vernieuwingen en je ziet ook gebeuren dat sommige dingen weer terugkomen. De mensen die nu binnenkomen kennen wij al omdat hun ouders hier ook al zaten. Dat kun je jezelf toch bijna niet voorstellen?

Willen jullie zelf nog iets kwijt?

We hopen in ieder geval dat we het lang mogen blijven doen!

Door Denise de Boer

Your caption text here