In het zonnetje

Meneer Rossenaar

In 't Bedakkertje van december 2017 stond een interview met meneer Rossenaar. Meneer Rossenaar en zijn vrouw hebben onlangs hun 60-jarig huwelijks jubileum gevierd.

't Bedakkertje zoekt meneer Rossenaar op in zijn mooie appartement op de tweede etage. Het balkon heeft een schitterend uitzicht op het park. Nu de bladeren van de bomen vallen is het echt een prachtig herfsttafereel. Meneer Rossenaar geeft dan ook aan dat hij erg blij is dat hij niet beneden woont, maar op 2 hoog. Hij vindt het verder een groot voordeel dat alles om de hoek is, zoals vele winkels. 

Meneer Rossenaar houdt zich graag bezig met het kijken naar voetbal, zowel op tv als op het voetbalveld. Ook houdt hij van klaverjassen, en bezoekt hij natuurlijk heel vaak zijn echtgenote in Sint Nicolaashof. Wij interviewen hem vanwege iets dat ons opviel toen het echtpaar een tijdje terug in de Nivo stond vanwege hun 60-jarig huwelijksjubileum: namelijk dat ze jarenlang naar Spanje met vakantie zijn geweest.

Onze lezers willen altijd graag weten van wie iemand er eentje is. Kunt u ons misschien iets over uw familie vertellen?
Ik ben in Edam geboren, en via de woningbouwvereniging zijn mijn vrouw en ik toentertijd in Volendam terechtgekomen. Ik reed op een vrachtwagen en kwam heel vaak bij de Avi, dus alle Volendammers kenden me al. Ik vond het dan ook totaal geen probleem om van Edam naar Volendam te verhuizen. Mijn vrouw en ik hebben twee zoons, en vier kleinkinderen (twee jongens en twee meisjes).

Uw vrouw woont in Sint Nicolaashof. Wat zijn de ervaringen met de zorg?

De zorg is zonder meer goed in Sint Nicolaashof. Het is een mooi nieuw gebouw met een prachtig restaurant, waar het trouwens heel erg voordelig is! Mijn vrouw verbleef eerst een half jaar in Hoorn. Daar werd wel wat meer samengedaan met de bewoners. Denk bijvoorbeeld aan samen het eten bereiden, samen aardappels schillen en zo. Maar aan de andere kant is Hoorn wel ver, als je regelmatig langs wilt gaan. Dus het is erg fijn dat ze nu in Volendam in Sint Nicolaashof woont.

Zelf krijg ik thuiszorg, en dat bevalt ook goed. Elke dag weer een ander gezicht aan de deur, soms met z’n tweeën zelfs als er een leerling mee is. Ik vind het wel gezellig.

Onlangs waren jullie maar liefst 60 jaar getrouwd. Wat is het geheim voor zo’n lang huwelijk?
Ik heb eerlijk gezegd geen idee! De tijd is omgevlogen. Misschien passen we gewoon heel goed bij elkaar. Het is jammer dat mijn vrouw het niet meer beseft, dat we alweer 60 jaar getrouwd zijn. Sterker nog: als ze ’s morgens in Sint Nicolaashof beneden zit om koffie te gaan drinken, weet ze vaak niet eens dat ze beneden zit. Het is een heel nare ziekte dementie, en erg moeilijk. 

Wij lazen in de Nivo dat jullie vele jaren naar Spanje met vakantie zijn geweest. Hoeveel jaren?
Dat zal ruim twintig jaar achter elkaar geweest zijn. We gingen altijd twee keer per jaar, dus in totaal ben ik er dan zelfs wel een keer of veertig geweest ongeveer. We gingen altijd drie weken in oktober en drie weken in februari. Lekker de warmte opzoeken als het hier wat kouder werd. Als ik eerlijk ben zou ik zelfs nu nog wel naar Spanje willen. Maar dat wordt wel heel erg lastig, om alleen te gaan, vooral ook omdat ik wat slecht ter been ben. Maar niet getreurd: als de zon schijnt ga ik prinsheerlijk in mijn luie stoel hier op het balkon zitten! 

Waar verbleven jullie in Spanje? Steeds in dezelfde plaats, of telkens ergens anders?
Wij zijn gewoontedieren: we gingen altijd steevast naar Benidorm. En ook steeds naar hetzelfde hotel, Caballo de Oro. En altijd met het vliegtuig. Ik vind vliegen best leuk, maar ik viel altijd de hele vlucht in slaap. Pas bij het landen werd ik weer wakker .

Op welke manier vierden jullie vakantie? Samen of met meerdere mensen?

We gingen altijd met z’n tweetjes. Maar weet je, na zoveel jaren leer je daar veel mensen kennen. We kwamen heel vaak dezelfde mensen tegen, dan worden dat een soort vakantievrienden. Erg leuk. We gingen heel vaak naar het strand. Mijn vrouw deed standaard elke ochtend mee aan de gymnastieklessen op het strand. En de kinderen zijn ook vaak een weekje langsgekomen, dan deden we leuke dingen met hen natuurlijk. 

Waarom kozen jullie jaar na jaar voor Spanje?

Ja, dat is best gek als je erover nadenkt. Ik denk dat we hielden van het bekende daar, dat het vertrouwd voelt. We kenden daar op een gegeven moment iedereen. We kwamen er trouwens ook altijd veel Volendammers tegen.

Wat was de mooiste vakantie ervaring?

Op speciale feestdagen hebben ze daar heel mooi vuurwerk. Echt schitterend. Daar was ik erg van onder de indruk, echt heel bijzonder vond ik dat. Je kunt je dat niet voorstellen als je het niet gezien hebt. Duizenden mensen stonden daar dan naar te kijken op de boulevard.

Wat vindt u mooi of bijzonder aan Spanje?

Het stierenvechten is natuurlijk wel echt typisch Spaans. Die volle stadions. En ik vond het altijd wel mooi als een stier zo’n kerel dan te pakken kreeg...

Zijn er ook dingen die u minder mooi of leuk vindt aan Spanje?

Nee, ik kan werkelijk niks bedenken. Natuurlijk moet je het wel treffen wat het weer betreft, maar dat zat eigenlijk meestal wel goed.

Wat zou u absoluut mensen aanraden die volgend jaar naar Spanje gaan. Wat moeten ze echt gaan zien of doen?
Dan kom ik toch weer uit op dat vuurwerk. Echt spectaculair, een aanrader voor iedereen die die kant op gaat.

Bekend zijn de verhalen over Volendammers die hun hele huisraad meenemen op vakantie naar bijvoorbeeld Spanje. Deden jullie dat ook?

Met de auto kun je dat doen, maar wij gingen altijd met het vliegtuig. Ik heb er weinig over gehoord, ik weet wel dat veel mensen dat doen maar ik ken ze zelf niet. Ik vind het wel een beetje gekkenwerk geloof ik, want alles is daar te koop. Wij zelf zouden daar dus niet aan beginnen.

Ook hoor je vaak dat mensen medicijnen of zalfjes meenemen vanuit Spanje naar Nederland, als dat hier niet te krijgen is. Heb je daar ervaring mee?
Wij hebben dat nooit gedaan en ook nooit van anderen gehoord. Gelukkig was het voor ons nooit nodig om een apotheek te moeten bezoeken op vakantie.

Zijn jullie ook naar andere landen met vakantie geweest en kun je ons daar iets over vertellen?
We zijn ook vijfentwintig jaar lang met de caravan naar Wijk aan Zee geweest. In Wijk aan Zee hadden we een vaste campingplek. Ook daar gingen we vaak naar het strand. En lekker op de fiets naar Beverwijk, dat deden we ook veel. Zoals ik al zei, we zijn echte gewoontedieren!

 

 

Afscheid Ben de Bock

Woensdagmiddag 14 juni nam Pater Ben de Bock afscheid als geestelijk verzorger van Sint Nicolaashof. In een fotoreportage wordt het afscheid belicht. Ben blijft gelukkig op zondag geregeld voorgaan in de vieringen in Sint Nicolaashof. 

 

 

Mevrouw Bank-Sinkeldam

In maart 2013 is mevrouw Bank-Sinkeldam geïnterviewd door de redactie van 't Bedakkertje. Ze werd in juni van dat jaar namelijk 100 jaar! 

Wij zetten mevrouw Bank-Sinkeldam, inmiddels 103 jaar, graag in het zonnetje. 

Lees hier het interview terug met mevrouw Bank-Sinkeldam. 

Bewonersinterview met Mevrouw Bank-Sinkeldam.

Maart 2013:

Naam:               Mevrouw Elisabeth (Bets) Bank-Sinkeldam

Leeftijd:            Wordt op 20 juni 2013 100 jaar

Kinderen:          Nico, Wim en Alie Bank (mevrouw Alie Bank is helaas

                           zeer recent overleden)

Echtgenoot:     De heer Kees Bank (overleden)

Mevrouw Bank-Sinkeldam wordt

20 juni a.s. 100 jaar. Een prachtige mijlpaal. Een leven van 100 jaar gaat ook samen met vreugde en verdriet. We vinden het een speciaal moment om hier in ’t Bedakkertje bij stil te staan.

U komt officieel uit De Rijp, hoe zijn uw man en u in Volendam terecht gekomen?

Ik kom inderdaad uit de De Rijp en m’n man officieel uit de Wormer. Zijn ouders hadden daar een kruidenierszaak en hij werkte als knecht bij een plaatselijke kapper. We zijn niet meteen in Volendam gaan wonen, maar hebben, nadat we zijn getrouwd, eerst een kapperszaak gehad in De Rijp. Onze kinderen zijn ook in De Rijp geboren, maar mijn man kon er niet wennen.

Hij had familie in Volendam, waaronder Bertus Binken en Alie Bank, van de Toren. En De Toren zei: jullie moeten naar Volendam komen, hier is echt behoefte aan een goede dameskapper. En zo is het gekomen. Ik was 40 jaar toen we weggingen uit De Rijp, 60 jaar geleden.

Waar was de eerste kapsalon gevestigd?

“De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam”

Op de dijk op het Noordeinde. Het was voorbij het huis en de praktijk van dokter Tuip. Eerst had je De Koe, dan de Muuw en dan onze zaak. Heintje van Madoet heeft de zaak helemaal verbouwd. Het liep meteen als een tierelier! Mijn man was echt zó gewend. Ik had wel een paar weken nodig om te wennen, maar heb er nooit spijt van gehad. We hadden ook goede buren die meteen klaar stonden om mij te helpen toen ik in het begin m’n handdoeken niet goed in de roop kreeg. Het was nog net geen strijd om wie mij mocht helpen.

De broer van Meester Beumer heeft ons nog verhuisd naar Volendam, Meester Beumer kwam ongeveer gelijk als ons in Volendam wonen.  

Zestig jaar geleden als ‘buitenstaander’ naar Volendam verhuizen. Ging dat meteen goed?

Bij ons ging dat heel goed. We werden overal opgenomen, we kwamen meteen in de Joppekop en met kermis mochten we overal bij. Mensen uit de omgeving zeiden destijds tegen ons: ‘In Volendam?! Ze laten je links liggen als je buitenstaander bent.’ Maar daar hebben wij niks van gemerkt.

Met een winkel heb je natuurlijk snel contact. Onze kinderen zijn later allemaal kapper geworden. M’n dochter Alie was echt een geweldenaar, die kon alles. Alie is recent overleden, dat is niet de juiste volgorde.. het zou andersom moeten zijn...

Dan denk ik: “Meid knip er toch een stuk af!”

Let u nog steeds op de haarmode?

Jazeker, ik gril van meiden met dat lange steile haar wat er vaak ook nog dood uitziet. Dan denk ik: ‘Meid knip er toch een stuk af!’ Als e nou nog een beetje een krul in zit, maar het lijkt vaak net hooi. Iedereen moet het natuurlijk voor zichzelf weten hoor, maar opgeknipte koppies vind ík het mooist.

Jullie hebben altijd een eigen zaak gehad, gingen jullie wel met vakantie?

Jawel hoor, dan kwam m’n moeder over voor het huishouden, maar we gingen nooit zo lang.

Mijn man zei altijd: ‘als ik 60 ben dan stoppen we. Dan gaan we genieten.’ Maar toen kreeg hij slokdarmkanker, hij moest nog 60 worden en heeft daar 1,5 jaar mee gesukkeld. Hij kon geen eten verdragen en heeft wel 30 bestralingen gehad. Dat is alweer zo’n 35 jaar geleden.

Bijna 100 jaar… hoe gaat het met uw mobiliteit?

“Gelukkig is m’n verstand ook nog goed.”

Ik ga wat slechter zien, maar ik loop nog als een kievit! Een keer per week heb ik een hulp in de huishouding. Aaf heet ze, echt een geweldige hulp. Daar ben ik zo blij mee. Maar m’n boodschappen doe ik nog zelf. Alle dagen ga ik naar Deen. Je moet je benen natuurlijk wel blijven bewegen want als je blijft zitten word je zo stijf als wat. En gelukkig is m’n verstand ook nog goed.

Gaat u vaak naar de kerk?

Elke avond ga ik naar de Vincentiuskerk, tenzij er iets tussen komt. Ik ga in ieder geval 4 á 5 keer per week. Vooral voor de rust die je er vindt. Ik haal er rust maar nú ook veel kracht...

Kunnen we stellen dat dát uw geheim is?

Nou misschien wel ja. Mijn moeder zei altijd: “Als je drie keer per dag bid voor Maria dan word je oud en krijg je een mooi leven.”

Wilt u zelf nog iets kwijt?

Nou dát wil ik kwijt. Dat de mensen best wat vaker naar de kerk mogen gaan. Ik ben nu al blij als ze iemand in de familie laten dopen.

Als het slecht gaat dan zit de kerk in een keer helemaal vol, maar als het goed gaat kunnen ze beter ook blijven bedanken. Onze lieve heer wil ook wel eens bedankt worden! Dus dat zouden meer mensen moeten doen, dan zou de wereld er mooier uit zien. 

Alie Kroon en Annie van Wijk 40 jaar in dienst

Alie Kroon en Annie van Wijk zijn 40 jaar in dienst! Een mijlpaal! We stellen hen enkele vragen over hun begintijd bij Sint Nicolaashof.

Annie van Wijk-Koning (57)

Is in dienst getreden op 2 januari 1976 bij Sint Nicolaashof. Annie was toen 16 jaar. Annie werkt in de Kloosterhof en af en toe in de flats. Voordat ze in dienst kwam van Sint Nicolaashof, werkte ze in een kapel bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Met haar zus ging ze naar zuster Dominique voor een baan in de huishouding in Volendam, maar die had iemand in de verpleging nodig en zo is Annie in de verpleging 'gerold'.

Alie Kroon-Mooijer (55)

Is op 31 mei 1976 bij Sint Nicolaashof in dienst getreden. Alie was toen ook pas 16 jaar. Daarvóór had ze daar al een jaar stage gelopen als 15-jarige in de huishouding. Ze werd daarna gevraagd voor de verpleging. Vroeger heeft Alie 'in de wijk' gewerkt, nu in de Kloosterhof en in de flats. Dat vindt ze ook het mooie van haar werk. Geen dag is hetzelfde! 

Wie was jullie eerste baas?
Annie en Alie: Dat was voor ons allebei zuster Marie-Dominique. Zuster Dominique had nog een assistent. Dat was zuster Theofrida. Ze werd door iedereen 'zwartoogie' genoemd.

Kunnen jullie iets vertellen over die begintijd?
Annie en Alie: Je moet het zo zien dat het in die begintijd erg streng was. Het was streng voor het personeel, het belangrijkste waren de bewoners/de patiënten. De bewoners/patiënten waren haar álles. Toch kun je daar je mening over hebben, maar Zuster Dominique ging overal over. De technische dienst, verpleging, de inrichting van de kasten was perfect, enzovoorts. Ze was heel streng, maar ze had echt alles op orde. Het moest niet gebeuren dat je vijf minuten te laat kwam. Het maakte niet uit door welke deur je even te laat kwam. Ze wist het! Je moest ook altijd bezig zijn en je mocht niet zitten. Als je even niks deed en ze zag je, dan kwam ze binnen en pakte meteen een stofdoek voor je. Luie mensen, daar hield zuster Dominique niet van. 

Annie van Wijk en Alie Kroon
Annie van Wijk en Alie Kroon

Alie: Ik heb nog een periode gehad dat ik weg wilde. Ik wilde liever wat anders leren (dat was op het moment dat ik nog in de huishouding zat) dus ik stapte naar zuster Dominique. Toen was ik een jaar op 15/16. 'En wat wil je dan gaan doen?' Vroeg zuster Dominique. Mijn antwoord was dat ik ander werk wilde gaan doen in een ander gebouw met ander personeel.

Nou, zei zuster Dominique, daar verderop komt binnenkort een nieuw gebouw. Daar komt ander personeel te werken en dan kom je in de verpleging in plaats van

in de huishouding, dus dan is alles anders. Daar stond ik dan met open mond, toen ben ik maar gebleven en dat is inmiddels 40 jaar geleden.

Er werkten ook nonnen mee. Het oude bejaardentehuis zat vast aan het klooster met kleine aanleunwoningen. Vanuit het klooster kon je binnendoor rechtstreeks bij het bejaardentehuis naar binnen. De nonnen waren goede 'leermeesters'. Ze waren schoon. Ze hadden alles op orde. Ze hadden een grote taakomschrijving en inzet. Alles ging zoals zij het wilden hebben.

Hadden in die tijd de zusters het voor het alleen voor het zeggen of mochten jullie je ook bemoeien met de zorg?
Alie: Je mocht je helemaal nergens mee bemoeien. Het was heel streng. Het was zelfs zo streng dat tijdens mijn ondertrouw (Alie) mijn man op bezoek kwam en buiten in de kou moest wachten, hij mocht het gebouw niet in.

Er was orde en regels, daar zorgden de zusters voor. Alles was schoon en netjes. Ondanks dat de zusters streng waren voor het personeel was er toch veel gezelligheid. De bewoners/patiënten waren gewoon het belangrijkste, dat was het uitgangspunt.

Het was hard werken. Je moest doen wat er gezegd en opgedragen werd, maar we lachten veel. We hadden erg veel 'schik', juist omdat het zo streng was. Je was er volledig voor de bewoners.

De aanleunwoningen in deze vorm dateren van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Verleenden jullie ook zorg in de oude aanleunwoningen?
Annie en Alie: Jazeker, dat waren die huisjes waar nu de toren van de Gerardusstraat staat. De mensen daar hadden een belsysteem en als ze die gebruikten kwam die bel bij ons binnen en gingen we erheen.

De aanleunwoningen in de Gerardusstraat staan ongeveer op dezelfde plek als de oude aanleunwoningen. Die vier losse huisjes die ervoor staan, zijn er later bij gekomen. 

Zijn er markante bewoners die jullie je herinneren en waarom?

Gaartje Blark was heel opvallend. Ze geloofde bijvoorbeeld altijd nog in Sinterklaas. Sommige bewoners gingen nog verkering zoeken in het bejaardentehuis. Ja echt! Dat hebben we ook meegemaakt. Als je plotseling in een kamer kwam, stonden twee oudjes te zoenen.

Mevrouw Peek, de tante van Johnny Jordaan, stofte de hele dag alles af in het gebouw. Ze kwam dan aan het eind van de dag haar loon ophalen. Ze had immers de hele dag gewerkt! Groot voordeel van het verblijf van mevrouw Peek was dat Johnny Jordaan hier af en toe kwam optreden.

Kunnen jullie verbeteringen noemen van de laatste tijd?
Annie en Alie: Het is moderner, de kamers zijn mooier en groter. Iedereen heeft een eigen verblijf en eigen douche. Bewoners wonen zelfstandiger en worden hierdoor ook gestimuleerd om zelf meer te doen. Er is ook meer privé voor bewoners. En er zijn meer mogelijkheden, zo kan er gebruik gemaakt worden van fysiotherapie en dagopvang. Naast de fysiotherapie en dagopvang wordt er meer activiteiten georganiseerd zoals met Pasen, Pinksteren, optredens, bingo en er worden films gedraaid. En natuurlijk dat je 's avonds nog even een koppie kan drinken in restaurant De Botter.

Wat we ook als verbeterpunt ervaren is dat de bewoners mondiger zijn geworden dan vroeger. Het is vast nog herkenbaar dat oudere mensen bang waren voor de dokter, het is een goede vooruitgang dat dat nu anders is! 

Wat is weggeraakt en zouden jullie graag weer terug willen?
Annie en Alie: Soms zouden we wel een deel van de goede oude tijd terug willen. Het grote voordeel van het Kloosterhof zijn de luxe en mooie appartementen, maar de deuren bij de bewoners zijn gesloten. Daardoor is er wat warmte en gezelligheid voor de mensen weggevallen. Vroeger stonden de deuren namelijk bij iedereen open. Iedereen kon bij elkaar naar binnen lopen. Dus die deuren open, de gezelligheid, er was een zitje voor de bewoners, de band die de mensen daardoor met elkaar kregen, dat wordt gemist.

Hoe lang moeten jullie nog werken en gaan jullie door tot het eind?
Anie en Alie: Dat hopen we van wel! Ons werk is een belangrijk onderdeel van ons leven en het is dankbaar werk. We genieten echt van ons werk. Het werken met oude mensen en zeker ook met bewoners die langzamerhand meer ‘in de war‘ raken is iets moois, dat is niet uit te leggen.

Het is een deel van je leven, alles uit die tijd weten we nog. De kermissen die we mee hebben gemaakt. Prachtig. Eigenlijk hebben we alles meegemaakt. De kleine kamertjes, vervolgens twee mensen op een kamer, daarna alle vernieuwingen en je ziet ook gebeuren dat sommige dingen weer terugkomen. De mensen die nu binnenkomen kennen wij al omdat hun ouders hier ook al zaten. Dat kun je jezelf toch bijna niet voorstellen?

Willen jullie zelf nog iets kwijt?

We hopen in ieder geval dat we het lang mogen blijven doen!

Door Denise de Boer

Your caption text here